035 629 5963

MedMij gaat live! (nov ’18)

Het MedMij programma gaat de komende tijd samen met het proof-of-concept initiatief PROVES bij drie regionale initiatieven een gecontroleerde livegang van gegevensuitwisseling tussen Xis’sen en PGO’s begeleiden. Per regio zijn er meerdere zorgaanbieders, Xis-leveranciers en PGO-leveranciers betrokken die allemaal gegevensontsluiting via het MedMij Afsprakenstelsel als doel hebben. Het gaat [...]

Het MedMij programma gaat de komende tijd samen met het proof-of-concept initiatief PROVES bij drie regionale initiatieven een gecontroleerde livegang van gegevensuitwisseling tussen Xis’sen en PGO’s begeleiden. Per regio zijn er meerdere zorgaanbieders, Xis-leveranciers en PGO-leveranciers betrokken die allemaal gegevensontsluiting via het MedMij Afsprakenstelsel als doel hebben. Het gaat hier om het uitwisselen van echte gezondheidsgegevens.

Arteria Consulting stuurt namens VZVZ het programma PROVES aan. Het programma heeft in 2018 de werking van het afsprakenstelsel technisch beproefd. In vervolg hierop voert PROVES in samenwerking met MedMij het aankomend jaar meerdere pilots uit om de livegang van het MedMij afsprakenstelsel op een beheerste manier te beproeven. De gegevensontsluiting van echte gezondheidsgegevens naar het patiëntdomein is een volgende stap in de ontwikkeling van de zorginfrastructuur in Nederland.

Uitgebreidere informatie over de komende livegang leest u op ICThealth.nl 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Martijn Mallie of René Meijer

 

Meer ↓

Workshop ‘waarde toevoegen in de zorg’ (nov ’18)

Collega’s Malou van Bentum en René Meijer hebben 19 november een workshop gegeven op het Jaarevent Deltaplan Dementie dat plaatsvond in het Beatrix theater te Utrecht. Deze workshop stond in het teken van waarde toevoegen aan de reis van de cliënt. Tijdens de workshop werden voorbeelden gegeven over hoe men waarde kan toevoegen aan het […]

Collega’s Malou van Bentum en René Meijer hebben 19 november een workshop gegeven op het Jaarevent Deltaplan Dementie dat plaatsvond in het Beatrix theater te Utrecht. Deze workshop stond in het teken van waarde toevoegen aan de reis van de cliënt. Tijdens de workshop werden voorbeelden gegeven over hoe men waarde kan toevoegen aan het zorgproces en werd er kennis uitgewisseld met de aanwezigen.

In de workshop werden zorgprofessionals meegenomen in de leefwereld van de cliënt. Gekeken werd hoe een cliënt het zorgpad binnen een organisatie doorloopt en ervaart. Arteria Consulting heeft deze cliëntenreis in eerdere opdrachten toegepast en hier mooie inzichten mee opgehaald binnen de organisaties.

Nieuwsgierig naar de cliëntenreis of de andere voorbeelden die Arteria heeft voor het toevoegen van waarde? Neem contact op met Malou van Bentum of René Meijer.

 

Meer ↓

Ziekenhuizen moeten samenwerken voor zelfbehoud (nov ’18)

De afgelopen weken staat de hele ziekenhuissector weer op z’n kop. Het emotionele debat zit op het faillissement van de IJsselmeerziekenhuizen en het Slotervaart en de rol van de zorgverzekeraar in het stelsel. De inhoudelijke discussie gaat met name over het langetermijnperspectief van het kleinere (streek)ziekenhuis. Met het Hoofdlijnenakkoord Medisch Specialistische Zorg in het [...]

De afgelopen weken staat de hele ziekenhuissector weer op z’n kop. Het emotionele debat zit op het faillissement van de IJsselmeerziekenhuizen en het Slotervaart en de rol van de zorgverzekeraar in het stelsel. De inhoudelijke discussie gaat met name over het langetermijnperspectief van het kleinere (streek)ziekenhuis.

Met het Hoofdlijnenakkoord Medisch Specialistische Zorg in het achterhoofd, is het voor dergelijke ziekenhuizen hoog tijd om op zoek te gaan naar ingrijpende samenwerkingsafspraken; niet met elkaar, maar met zorginstellingen in de regio.

Infrastructuur ziekenhuis

Het leek wel voorbestemd. De dag nadat het BDO rapport over de financiële situatie van de Nederlandse ziekenhuizen verscheen, moesten twee van de meest kwetsbare ziekenhuizen uit dat rijtje uitstel van betaling aanvragen. De rest van het verhaal is bekend: een paar dagen later waren het Slotervaart Ziekenhuis in Amsterdam en de IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland failliet. De discussie wie daar schuld aan heeft is voer voor een interessante publieke (en later ongetwijfeld juridische) discussie. Het BDO rapport geeft daarentegen juist ziekenhuisbestuurders en zorgeconomen de meeste stof tot nadenken.

De infrastructuur van een ziekenhuis is kostbaar. Volgens het BDO rapport wordt veelal vastgehouden aan het optimaliseren van het huidige business model. Hierdoor komen op de lange termijn ziekenhuizen in de knel. Immers, de opties zijn beperkt tot inboeten op winstmarge of het verhogen van de tarieven. Dat laatste wordt de komende jaren nóg lastiger, gezien de nulgroei in de recent gesloten Hoofdlijnenakkoorden.

Samenwerken

Tijd voor radicale veranderingen dus. BDO richt zich daarbij nadrukkelijk op investeringen in ICT. Dergelijke investeringen zijn voor kleine ziekenhuizen moeilijker te maken. Waar grote ziekenhuizen deze kosten kunnen uitsmeren over veel patiënten, is die mogelijkheid er voor kleine ziekenhuizen niet. Hoe dan het hoofd boven water te houden? Door samen te gaan! En dan doelen we niet op fuseren. Dat levert, zeker op korte termijn veel te weinig schaalvoordelen op. Nee, door met andere zorginstellingen samen op te trekken. Hier wordt in het BDO rapport ook al op gehint. Wanneer het streekziekenhuis samen met de ouderenzorginstellingen in de regio afspraken maakt over specifieke kwetsbare groepen kan er, door eerdere en beter gestructureerde in-, door- en uitstroom, op effectieve wijze invulling worden gegeven aan zowel de stijgende zorgvraag áls de nulgroei..

Wij hebben vanaf deze plek al eerder aandacht gevraagd voor het model ‘Accountable Care’. Dit concept, groot geworden binnen de Afforable Care Act (‘Obamacare’) in de Verenigde Staten, richt zich op verregaande samenwerking tussen zorgaanbieders bij specifieke zorggroepen, met steun van de zorgverzekeraar. De aanbevelingen van BDO ten aanzien van populatiebekostiging en shared savings passen ook goed binnen dit model. Net als bij Value Based Health Care (VBHC) is er ‘triple aim’ om na te streven. Waar VBHC zich daarbij alleen richt op betere zorg en betere gezondheid, voegt Accountable Care daar ook het ontzorgen van professionals, en dus meer werkplezier aan toe. Kortom, het streven naar meer werkplezier en trotse professionals. Een wezenlijke toevoeging in deze krappe arbeidsmarkt.

Kwaliteit

Samengevat: gezamenlijk streven naar merkbaar betere zorg voor patiënten, merkbaar leuker werk voor professionals en merkbaar lagere zorgkosten voor patiënt. Is dit zo’n revolutionair idee? Nee, maar het lijkt wel effectief! Een ziekenhuis dat de afgelopen jaren actief geweest is met vergelijkbare projecten in het kader van ‘Vitaal Vechtdal’, de Saxenburgh groep in Hardenberg, heeft een goede positie in de BDO rapportage. Ook de Rivas Zorggroep lijkt op de weg terug omhoog. Dit valt samen met hun inspanningen op het project “Kwaliteit als Medicijn”.

Is dit toeval of ligt hier de crux? De link tussen goed presterende streekziekenhuizen en Accountable Care is nog niet onderzocht, maar is in onze ogen zeker de moeite waard. We hebben de afgelopen weken gezien welk belang er -terecht- wordt gehecht aan het behoud van regionale ziekenhuisinfrastructuren. Zou het niet mooi zijn als de sleutel tot goede, betaalbare zorg, maar ook tot een goed verankerd regionaal netwerk al bestaat? Tijd dus om gezamenlijk de handschoen op te pakken en regionale samenwerkingsverbanden aan te gaan voor het behoud van onze goede ziekenhuisinfrastructuur.

Deze blog van collega’s Emile Petiet en Cor Calis is tevens gepubliceerd op skipr.nl 

Meer ↓

Jaarevent Deltaplan Dementie 2018 (nov ’18)

De Kunst van Samen, dat is het motto van de 5e editie van het Jaarevent Deltaplan Dementie dat op 19 november aanstaande plaats vindt. De aanmeldingen zijn reeds geopend. Sinds 2014 is het Deltaplan Dementie Jaarevent de jaarlijks terugkerende ontmoetingsdag voor professionals uit het dementie-veld. Ook in 2018 is ontmoeting en inspiratie de grondslag voor het Jaarevent. Vertegenwoordigers [...]

De Kunst van Samen, dat is het motto van de 5e editie van het Jaarevent Deltaplan Dementie dat op 19 november aanstaande plaats vindt. De aanmeldingen zijn reeds geopend. Sinds 2014 is het Deltaplan Dementie Jaarevent de jaarlijks terugkerende ontmoetingsdag voor professionals uit het dementie-veld. Ook in 2018 is ontmoeting en inspiratie de grondslag voor het Jaarevent. Vertegenwoordigers van bedrijven en onderwijsinstellingen, beleidsmakers, zorgprofessionals, onderzoekers, zorgverzekeraars en aankomende professionals ontmoeten elkaar op deze dag, doen kennis op, delen kennis, halen resultaten op, inspireren elkaar en vinden samenwerkingsvormen. Ook Arteria zal als lid van Deltaplan Dementie aanwezig zijn op deze dag en een workshop verzorgen getiteld “Waarde toevoegen aan de reis van de cliënt“.

Tijdens deze workshop gaan we met deelnemers in gesprek over onze ervaringen met het opstellen van een ‘cliëntenreis’. Dit is een methodiek die Arteria Consulting ontwikkelde om de cliënt echt centraal te stellen en zo gezamenlijk het zorgproces te verbeteren. Vragen als hoe voeg je daadwerkelijk waarde toe voor de cliënt en hoe verbeter je als organisatie of als netwerk van organisaties de zorg voor mensen met dementie staan centraal in deze workshop.

De kosten voor deelname bedragen 62,50 voor niet-leden. Meer informatie en de mogelijkheid voor aanmelden staan op de website van Deltaplan Dementie. Aanmelden kan tot 9 november.

Wellicht tot de 19e!

Meer ↓

Arteria begeleidt project XIS (okt ’18)

De huisartsensector heeft jarenlang voorop gelopen op digitaliseringsvlak. Nu dreigt de sector achterop te raken en zien veel huisartsen de noodzaak tot verdere digitalisering niet. De drie landelijke huisartsenkoepels LHV, NHG en InEen hebben daarom de gezamenlijke ambitie uitgesproken voor een moderniseringsslag van de huisartseninformatiesystemen. Om invulling te geven aan deze ambitie [...]

De huisartsensector heeft jarenlang voorop gelopen op digitaliseringsvlak. Nu dreigt de sector achterop te raken en zien veel huisartsen de noodzaak tot verdere digitalisering niet.

De drie landelijke huisartsenkoepels LHV, NHG en InEen hebben daarom de gezamenlijke ambitie uitgesproken voor een moderniseringsslag van de huisartseninformatiesystemen. Om invulling te geven aan deze ambitie zijn de koepels samen met Zorgverzekeraars Nederland en Patiëntenfederatie Nederland Project XIS gestart. Het project wordt uitgevoerd onder leiding van Arteria Consulting in samenwerking met AICOM (lees hier ook het bericht van Zorgverzekeraars Nederland).

Binnen Project XIS wordt een framework voor toetsbare eisen voor huisartsinformatiesystemen opgeleverd. De invulling hiervan leidt tot een eerste set aan toetsbare basiseisen ten aanzien van de informatiesystemen waar de huisarts mee werkt. De basisset blijft na oplevering onderhevig aan verandering en doorontwikkeling. Tevens wordt een toetsingsprocedure en een plan voor het beheer van de doorontwikkeling van de basisset opgeleverd. Het project zorgt verder voor het ontwerp voor de toekomstige beheer- en uitvoeringsorganisatie. Zo wordt er met elkaar gewerkt naar meer toekomstbestendige huisartseninformatiesystemen, die nodig zijn om mee te gaan in de digitalisering binnen de zorg.

De ambitie voor de moderniseringsslag van de huisartseninformatiesystemen is onderdeel van de visie op de digitalisering van de huisartsenzorg 2019 – 2022 van de LHV, NHG en InEen. Lees meer over deze visie op Zorgvisie.nl.

Neem voor meer informatie contact op met Sander van der Straten (06 302 784 12) of Pauline Willemse (06 105 316 57). 

 

 

 

Meer ↓

Arteria verzorgt in House workshop Prinsjesdag (okt ’18)

De maatregelen uit het regeerakkoord en de inhoudelijke randvoorwaarden uit de hoofdlijnenakkoorden zijn ambitieus. De kwaliteit en doelmatigheid van de zorg moeten bevorderd worden, waarbij kwaliteitsregistraties een belangrijke rol spelen. Het is belangrijk dat ook de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg op lange termijn gewaarborgd is (lees hierover meer in deze blog over de […]

De maatregelen uit het regeerakkoord en de inhoudelijke randvoorwaarden uit de hoofdlijnenakkoorden zijn ambitieus. De kwaliteit en doelmatigheid van de zorg moeten bevorderd worden, waarbij kwaliteitsregistraties een belangrijke rol spelen. Het is belangrijk dat ook de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg op lange termijn gewaarborgd is (lees hierover meer in deze blog over de Btw verhoging). Daarnaast wordt deze kabinetsperiode samen met partijen opnieuw ingezet op minder administratieve lasten en een (meer) risicogerichte aanpak van fouten en fraude in de zorg.

Het doel van deze workshop is om u te informeren over de inhoud van de kabinetsplannen en de hoofdlijnenakkoorden. Vervolgens bepalen we samen met u de impact van de verwachte maatregelen en wijzigingen op uw organisatie.

Programma

Tijdens deze workshop zetten wij de verwachte veranderingen uiteen en gaan in op de maatregelen die specifiek voor uw organisatie of uw klanten relevant zijn. Vervolgens bepalen wij samen met u de impact van deze maatregelen op uw organisatie, uw klanten en uw omgeving.

Hierbij komen de volgende vragen aan de orde:

  • Welke impact is er voor de zorg aan cliënten?
  • Tot welke kansen of bedreigingen leidt dit voor uw organisatie?
  • Wat betekent dit voor uw bedrijfsvoering?
  • In hoeverre vraagt dit aanpassing van uw huidige strategie, beleid en organisatie?
  • Hoe kunt u zich het beste voorbereiden op deze maatregelen en veranderingen?

De workshop wordt in één dagdeel gegeven en bij u op locatie verzorgd. Open voor meer informatie de flyer of neem contact op met collega Sander van der Straten (06 302 784 12 /  sander.vanderstraten@arteriaconsulting.nl).

Meer ↓

Blog: Btw-stijging in de zorg: kostbaar stuivertje wisselen tussen ministeries? (sep ’18)

Uit onderzoek van Intrakoop blijkt dat de voorgenomen btw-stijging van 6 naar 9% maar liefst 174 miljoen éxtra kosten voor de zorg gaat betekenen. Op 17 september geeft Skipr aandacht aan dit onderzoek met een publicatie. Ook onderstaande blog van collega’s Cor Calis en Emile Petiet is gepubliceerd op Skipr. In deze blog geven zij […]

Uit onderzoek van Intrakoop blijkt dat de voorgenomen btw-stijging van 6 naar 9% maar liefst 174 miljoen éxtra kosten voor de zorg gaat betekenen. Op 17 september geeft Skipr aandacht aan dit onderzoek met een publicatie. Ook onderstaande blog van collega’s Cor Calis en Emile Petiet is gepubliceerd op Skipr. In deze blog geven zij hun visie op de consequenties van de voorgenomen btw-stijging.

De afgelopen maanden zijn er in veel sectoren hoofdlijnenakkoorden gesloten. Hierin staan kwaliteit en toegankelijkheid, maar ook betaalbaarheid van zorg in centraal. De extra gelden die VWS beschikbaar stelt zouden echter zomaar linea recta naar het Ministerie van Financiën kunnen vloeien. De impact van de btw-stijging per 1 januari 2019 van 6 naar 9 procent is voor de zorgsector namelijk veel groter dan men zich realiseert. Alle reden voor waakzaamheid bij bestuurders en controllers in de zorg.

Meer ↓

Nieuwe collega: René van Duuren (sep ’18)

Sinds de zomer van 2018 is René van Duuren gestart als collega bij Arteria. Hieronder lees je hoe zijn eerste tijd bij Arteria, onder andere naast naamgenoot René Meijer, hem is vergaan. Heb je behoefte aan een uitgebreidere kennismaking? Schroom dan niet contact op te nemen met René. Zijn contactgegevens en verdere achtergrondinformatie zijn te […]

Sinds de zomer van 2018 is René van Duuren gestart als collega bij Arteria. Hieronder lees je hoe zijn eerste tijd bij Arteria, onder andere naast naamgenoot René Meijer, hem is vergaan. Heb je behoefte aan een uitgebreidere kennismaking? Schroom dan niet contact op te nemen met René. Zijn contactgegevens en verdere achtergrondinformatie zijn te vinden op zijn adviseurspagina

  1. Waarom ben je bij Arteria komen werken?

Mijn keuze om voor Arteria te kiezen was doelbewust. Al langer was ik op zoek naar een adviesbureau dat klein en overzichtelijk is en gespecialiseerd in de zorg. Bij Arteria heb ik collega’s getroffen, die allen vanuit een andere achtergrond een bijdrage willen leveren om de zorg duurzamer en beter te maken. Met elkaar zoeken wij naar verrassende oplossingen om de uitdagingen waarmee klanten worden geconfronteerd verder te helpen en waar mogelijk op te lossen.

  1. Wat valt je op na de eerste maand?

Samenwerken en écht optrekken als team! Vanuit verschillende perspectieven problemen analyseren en met elkaar werken aan goede oplossingen en toekomstperspectieven. Een gedeeld  geloof dat wij in staat zijn om zorgprocessen te verbeteren, waardoor de cliënt en patiënt de zorg krijgt die naadloos aansluit bij zijn verwachtingen. Daarbij gaat het om het vinden van een juiste balans tussen waarde en kosten. Een wankel evenwicht, dat wij door het zorgvuldig balanceren en het aanleggen van goede verhoudingen kunnen bewerkstelligen.

  1. Wat zul jij gaan bijdragen aan het team? 

Graag zet ik mijn kennis en ervaring in om collega’s verder op weg te helpen. Dat vraagt om een goede wisselwerking, omdat de samenwerking tweeledig is. Als ervaren adviseur kan ik ook veel leren van de kennis en kunde die jongere collega’s inbrengen. Kortom: het gaat om het vinden van de juiste samenstelling van te formeren teams om onze gezamenlijke ambities in de adviespraktijk waar te maken.

 René van Duuren

Meer ↓

In gesprek met de Parabool: kwaliteit gaat over vertellen en tellen (sep ’18)

De Parabool heeft twee instrumenten ontwikkeld om invulling te geven aan het vernieuwde kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. ‘Mijn Cirkel’ en ‘Onze Cirkel‘ leveren inzichten en verhalen op, die helpen om de kwaliteit te verbeteren. Arteria heeft het afgelopen jaar geholpen met het ontwikkelen van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s), gericht op het meten van kwaliteit. Een [...]

De Parabool heeft twee instrumenten ontwikkeld om invulling te geven aan het vernieuwde kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. Mijn Cirkel’ en ‘Onze Cirkel‘ leveren inzichten en verhalen op, die helpen om de kwaliteit te verbeteren. Arteria heeft het afgelopen jaar geholpen met het ontwikkelen van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s), gericht op het meten van kwaliteit. Een mooi moment om samen met de Parabool terug te kijken. Collega Malou van Bentum ging met bestuurder André Leferink en beleidsmedewerker Josien van Baalen in gesprek over hun invulling van het begrip kwaliteit.

Kwaliteitskader

Afgelopen juni is het 1-jarig bestaan van het vernieuwde Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg gevierd. Voor wie het niet kent: het Kwaliteitskader 2017-2022 (KKGZ) is een gezamenlijk initiatief van de landelijke cliëntenorganisaties, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland, zorgverzekeraars en de inspectie. Het kader legt een sterk accent op leren en verbeteren. Het KKGZ geeft organisaties de ruimte om een eigen invulling te geven aan de verantwoording over kwaliteit. In 2016 is het KKGZ door 24 zorgaanbieders getest in ‘proeftuinen’, zo ook door de Parabool.

Mijn Cirkel
“Met twee zelf ontwikkelde instrumenten, ‘Mijn Cirkel’ en ‘Onze Cirkel’, maken we binnen de Parabool onze kwaliteit zichtbaar. Mijn Cirkel ondersteunt in spelvorm bij het voeren van de dialoog met cliënten en niet over cliënten. Het maakt de kwaliteit van bestaan voor de cliënt inzichtelijk en wordt gebruikt ter voorbereiding op het jaarlijkse evaluatiegesprek. Dit gebeurt in een vorm waarbij de cliënt iets in handen heeft, waardoor het tastbaar wordt. Wensen en doelen worden door de cliënt zelf benoemd en zijn soms verrassend voor de begeleiding. Een treffend voorbeeld hiervan is een cliënt die aangaf directeur te willen zijn. De begeleiding vond het in eerste instantie wat lastig, maar wilde de wens van de cliënt graag in vervulling laten gaan. Na enig doorvragen bleek dat hij helemaal geen directeur hoefde te zijn, maar vooral een pak aan wilde en aan een bureau wilde zitten. Vaak kan een wens dus eenvoudig te vervullen zijn! Door het spel kunnen we de begeleiding en zorg steeds persoonlijker maken. De persoonlijk begeleider brengt vanuit professioneel oogpunt gespreksonderwerpen in en er wordt afgesproken wat beter kan en hoe dit wordt gerealiseerd. Het spel helpt de cliënt om meer regie op zijn leven te krijgen. Een aantal cliënten ervaart een meer gelijkwaardige rol tijdens het evaluatiegesprek. De cirkel is eigendom van de cliënt. Hij bepaalt wat ermee gebeurt en wie de cirkel mag zien.

Medewerkers spelen het teamreflectiespel ‘Onze Cirkel’ waarin met elkaar wordt gesproken over goede zorg, wat goed gaat en wat beter kan. Dit levert boeiende en verhelderende gesprekken op.
In het kwaliteitsrapport laten we verhalen zien en lezen, die je kunt vinden op de website van de Parabool.

Cijfers alleen zeggen niet alles
De wens was KPI’s te ontwikkelen om binnen de teams, met teamleiders en het MT het gesprek tot stand te brengen. Niet top-down, zoals voorheen, maar bottom-up. Teams kregen eigen regie om het gesprek aan te gaan met elkaar.
We hebben een placemat ontwikkeld waarin de belangrijkste processen en verantwoordelijkheden zijn beschreven. De KPI’s sluiten hierop aan en zijn verdeeld over de vier thema’s: Cliënt & Kwaliteit, Medewerkers & Ontwikkeling, Financiën en Proces & Organisatie. KPI’s opstellen klinkt misschien wat systemisch, maar vanuit de vier verschillende onderdelen kun je de leef- en systeemwereld met elkaar verbinden. Uiteindelijk worden de KPI’s in een dashboard opgenomen en zijn ze makkelijk toegankelijk voor medewerkers. We willen er vooral van leren. Cijfers alleen zeggen niet alles. Het gaat om de combinatie van vertellen en tellen. Het betrekken van medewerkers is erg belangrijk. Het was steeds een afweging, aangezien iedereen erg druk is en de Parabool een kleine organisatie is. Maar we wilden voorkomen dat we het vóór medewerkers maakten in plaats van met medewerkers.
Aan de slag gaan met KPI’s zorgt ervoor dat je kritisch naar je processen kijkt. Zo kwamen we er achter dat er grote behoefte was aan een projectenoverzicht, maar dat de Parabool eigenlijk geen proces had ingericht hoe we omgaan met projecten. Dat proces hebben we inmiddels bedacht en ingevoerd, een mooie bijvangst!

Proberen, reflecteren, bijstellen
De opgedane inzichten, verhalen en cijfers, helpen medewerkers bij het uitvoeren en verbeteren van de begeleiding en ondersteuning die zij bieden. Op een creatieve manier vormen die een positieve stimulans aan hun werk. Steeds proberen, reflecteren en bijstellen. Leren van elkaar.
Eigen regie bij de cliënt, eigen verantwoordelijkheid bij medewerkers. We hopen dat andere deelsectoren in de zorg deze inzichten ook kunnen gebruiken. Kwaliteit gaat over vertellen en tellen, dat geldt niet alleen voor de gehandicaptenzorg, maar voor de zorgsector als geheel. Maak het niet te ingewikkeld: less is more gaat binnen het KKGZ echt op. De Cirkel is goed te begrijpen voor zowel medewerker als cliënt en is daarnaast makkelijk te gebruiken. Bovendien wordt hiermee voorkomen dat medewerkers enorme pakken papier moeten invullen. Het is regelarm en dat sluit aan bij onze filosofie: gewoon maakt ons bijzonder.

Meer ↓

Professional journey naar minder administratieve lasten (aug ’18)

In alle hoofdlijnakkoorden krijgt administratieve lastenverlichting gelukkig een prominente rol. En aan initiatieven vanuit de overheid en het veld ontbreekt het allerminst. Het roer moet om, Meer zorg – minder papier, Tafel van Niks; om er maar een paar te noemen. Maar hoe zorgen we ervoor dat al deze mooie initiatieven ook daadwerkelijk leiden tot […]

In alle hoofdlijnakkoorden krijgt administratieve lastenverlichting gelukkig een prominente rol. En aan initiatieven vanuit de overheid en het veld ontbreekt het allerminst. Het roer moet om, Meer zorg – minder papier, Tafel van Niks; om er maar een paar te noemen.

Goed beleid maken is een kunst. Zoveel stakeholders om rekening mee te houden, de media, de cliënt, de baas en de politiek. Zeker als het aankomt op zeer actuele en politiek beladen onderwerpen. Als je als beleidsmaker écht wilt weten welke wijziging soelaas gaat bieden in het aanpakken van de administratieve lastenverlichting, reis dan eens mee met de persoon die uw beleid mag uitvoeren in de praktijk. Oftewel: maak een professional journey! Waarom? Omdat het nodig is om te schrappen daar waar het effect het grootst is.

Snappen of schrappen

De actieplannen vanuit (ont)regel de zorg zijn opgesteld in samenspraak met zorgprofessionals. Het adagium daarbij was “snappen of schrappen”. Per sector is opgehaald wat de zorgverlener het meest stoort in de bureaucratie van de zorg. Een heel nuttige exercitie om alle honderden ergernissen ten aanzien van registreren en verantwoorden te prioriteren.

De actiepunten zijn echter verworden tot korte, krachtige speerpunten van één regel. Dat is prettig in de communicatie rondom dit onderwerp, maar niet voor de uitvoering. Hoe kunnen beleidsmakers met de beste intenties hierin nu de juiste keuzes maken? In ieder geval niet door strak invulling te geven aan het actieplan. Daarmee ruil je het ene probleem in voor het andere.

Eindresultaat

Het gaat namelijk niet om het afvinken van de tien actiepunten, maar om het eindresultaat: merkbaar verminderde regeldruk. De crux zit namelijk in de combinatie van activiteiten rondom administratie en verantwoording die tot regeldruk leiden. Hoe dan wel? Door letterlijk in kaart te brengen waar het knelt en waarom.

Door mee te reizen, mee te kijken en mee te schrijven gaan de actiepunten leven, en kunnen ze in samenhang en in de praktijk worden ervaren. Laat u meevoeren door het oerwoud van registreren, verantwoorden en declareren. Breng in kaart wanneer welke handeling tot welke regeldruk leidt. Maak een overzichtelijke, visuele weergave van alle administratieve handelingen op een normale werkdag. Maak de ‘last achter de regel’ zichtbaar. Het kan best zijn dat niet het beschreven actiepunt de angel is in de lastendruk, maar het soort handeling of het moment van vastleggen. Een professional journey helpt in het snappen van het schrappen.

Twee keer de reis maken

Dat tastbare en concrete is niet alleen van belang voor beleidsmakers, maar ook voor de zorgverlener zelf. De professional journey is namelijk ook gelijk een nulmeting. De mens heeft nu eenmaal de neiging vervelende zaken uit het verleden te vergeten. De komende jaren zal het met de krappe arbeidsmarkt en dubbele vergrijzing niet rustiger worden voor de gemiddelde zorgverlener. Mogelijk ontstaat er een situatie dat er wel degelijk administratieve lastenverlichting heeft plaatsgevonden, maar de vrijgekomen tijd aan andere zaken besteed moet worden. Ervaren lastenverlichting? Nul!

Door twee keer de reis te maken, voorafgaand aan de aanpassingen en een tijd erna, worden veranderingen en verbeteringen concreet. Dat lijkt de enige manier om op een effectieve en inzichtelijke manier alle inspanningen van alle betrokken partijen in het juiste licht te plaatsen.

Deze blog van collega Emile Petiet is tevens gepubliceerd op skipr.nl

Meer ↓

Rapport Niet-gecontracteerde ggz aangeboden aan Tweede Kamer (jul ’18)

Op 17 juli heeft staatssecretaris Blokhuis het Arteria rapport “(Niet-)Gecontracteerde geestelijke gezondheidszorg: een kwantitatief en kwalitatief onderzoek” aan de Tweede Kamer gestuurd. Het rapport beschrijft de achtergronden, motieven en overwegingen rondom (niet-)gecontracteerde ggz. Hiervoor heeft Arteria Consulting de afgelopen drie maanden interviews afgenomen met zorgverzekeraars, [...]

Op 17 juli heeft staatssecretaris Blokhuis het Arteria rapport “(Niet-)Gecontracteerde geestelijke gezondheidszorg: een kwantitatief en kwalitatief onderzoek” aan de Tweede Kamer gestuurd. Het rapport beschrijft de achtergronden, motieven en overwegingen rondom (niet-)gecontracteerde ggz. Hiervoor heeft Arteria Consulting de afgelopen drie maanden interviews afgenomen met zorgverzekeraars, verschillende typen zorgaanbieders en patiënten. Voor dit onderzoek werkten we samen met Vektis. Hun analyses geven een kwantitatief beeld van de contractering in de ggz-sector in de periode 2014 tot en met 2016.

In het recent afgesloten onderhandelaarsakkoord geestelijke gezondheidszorg 2019 tot en met 2022 wordt dit rapport aangehaald. Betrokken partijen hebben in dit akkoord afgesproken gezamenlijk vervolg te geven aan de uitkomsten van ons onderzoek. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit rapport, kunt u uiteraard contact met opnemen met  Mischa Buter, Emile Petiet  of Lisanne Puijk.

Lees hier het volledige rapport.

Meer ↓

Blog van Lisanne Puijk: “Niet enkel ouderen zijn eenzaam” (jul ’18)

Uit recent verschenen cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de individuele kans op eenzaamheid onder ouderen de afgelopen twintig jaar gedaald is. Niettemin blijft het absolute aantal eenzame ouderen groeien, omdat simpelweg het aantal ouderen toeneemt. Uit hetzelfde rapport blijkt ook dat maar liefst 20 procent van de 20 tot 35-jarigen eenzaamheid ervaart. We […]

Uit recent verschenen cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de individuele kans op eenzaamheid onder ouderen de afgelopen twintig jaar gedaald is. Niettemin blijft het absolute aantal eenzame ouderen groeien, omdat simpelweg het aantal ouderen toeneemt.

Uit hetzelfde rapport blijkt ook dat maar liefst 20 procent van de 20 tot 35-jarigen eenzaamheid ervaart. We kunnen eenzaamheid dus niet enkel toeschrijven aan ouderen; het kan worden bestempeld als een groter maatschappelijk probleem waar nóg bredere aandacht voor nodig is.

Gebrek aan perspectief

Tijdens mijn werk als maatschappelijk werker in een wijkteam in Rotterdam, heb ik eenzaamheid van dichtbij gezien. Toen nog wethouder Hugo de Jonge zette in op het afleggen van huisbezoeken bij oudere inwoners van de stad. De eenzaamheid die ik in Rotterdam zag, kwam echter ook in een veel jongere doelgroep voor. Tienermoeders met een klein netwerk en geen mogelijkheden om naar school te gaan, geïsoleerde alleenstaande ouders, mensen met schulden zonder idee hoe daar uit te komen. Kortom, een schrijnend en alom tegenwoordig gebrek aan perspectief. De uitkomsten van het SCP-rapport verbazen me, helaas, dus niet.

Zelf inzet tonen

Vanuit het ministerie van VWS is de campagne ‘Samen tegen eenzaamheid’ opgericht. Een lovenswaardig initiatief. Maar deze campagne richt zich voornamelijk op de eenzame ouderen en het bestrijden van sociale eenzaamheid van deze doelgroep. Daarmee doen we de grote groep jongeren in onze samenleving, die immers dezelfde problematiek ervaart, ernstig tekort. Voor deze jongeren is het advies in de campagne vooral zelf inzet te tonen bij het tegengaan van hun eenzaamheid. Makkelijk gezegd, maar in de praktijk echt niet eenvoudig!

Kim Putters noemt in zijn oratie de dreiging van het achterblijven van een kwetsbare groep, bij het floreren van de Nederlandse maatschappij. Het betreft een groep die moeite heeft met de verschuiving naar een participatiesamenleving, waarin een grote mate van zelfredzaamheid wordt verwacht. Cliënten of hulpbehoevenden krijgen minder vanzelfsprekend de ondersteuning of hulpmiddelen waar ze behoefte aan hebben, moeten zelf op zoek naar hulp en dit om zichzelf heen organiseren. Dat is veel gevraagd van deze groep. Ze weten vaak de weg niet, worden tegengehouden door schaamte of beperkt door de vicieuze cirkel van geld- en tijdgebrek in de thuissituatie. Het zelf inzetten op het  terugdringen van hun eigen eenzaamheid is voor deze groep dus een enorme uitdaging.

Handvatten aanreiken

Om de kwaliteit van leven van deze groep jonge mensen óók in het voetlicht te brengen -en te houden- is aandacht nodig voor hun kwetsbaarheid en mate van (zelf-)redzaamheid. Zij dienen handvatten aangereikt te krijgen, zodat zij hun eenzaamheid niet tot hun oude dag mee hoeven te dragen alvorens hulp te krijgen. Handvatten van instanties en de overheid, maar óók van ons: de mensen die in de directe omgeving van deze groep.

Deze hulp kan ‘m zitten in kleine dingen; zoals het aanbod op te passen op de kinderen van de alleenstaande buurvrouw, of eens op de koffie te gaan bij iemand van wie je weet dat hij/zij het moeilijk heeft. Neem daarvoor de volgende boodschap van minister De Jonge ter harte: “Dé eenzaamheid oplossen lijkt misschien schier onmogelijk, maar íemands eenzaamheid oplossen, dat kunnen we allemaal.”

   Bovenstaande blog van collega Lisanne Puijk is tevens gepubliceerd op skipr.nl 

Meer ↓

Arteria Consulting in Trouw (jul ’18)

In de bijlage ‘Complexe zorg’ van dagblad Trouw van 29 juni is een interview met Nico Baas en Martijn Mallie opgenomen. In de bijlage wordt stilgestaan bij de toenemende complexiteit van zorg. Dit onderwerp wordt vanuit verschillende hoeken belicht. Er wordt onder andere stilgestaan bij de hoogspecialistische ggz, kwaliteit binnen de verpleeghuiszorg en kennisdeling binnen […]

In de bijlage ‘Complexe zorg’ van dagblad Trouw van 29 juni is een interview met Nico Baas en Martijn Mallie opgenomen. In de bijlage wordt stilgestaan bij de toenemende complexiteit van zorg. Dit onderwerp wordt vanuit verschillende hoeken belicht. Er wordt onder andere stilgestaan bij de hoogspecialistische ggz, kwaliteit binnen de verpleeghuiszorg en kennisdeling binnen de zorg. Aan Nico en Martijn is de vraag gesteld wat Arteria in de dagelijkse praktijk merkt van de toenemende complexiteit van zorg en welke uitdagingen zij hierin zien. Het volledige artikel leest u hier.

 

             Nico Baas en Martijn Mallie richtten samen Arteria Consulting op in 2005.

Meer ↓

HIMSS 2018 – Van praten naar actie (jun ’18)

HIMSS 2018 – Europe & Health 2.0, Barcelona. Het evenement heeft mensen samengebracht, deuren geopend en tot acties geleid. En dat alles tijdens een vol en vermoeiend programma. Was het de vermoeidheid wel waard? “Meer dan waard!” stelt Martijn Mallie na terugkomst. Tijdens het maandelijks teamoverleg van Arteria vat hij in 20 minuten tijd 5 […]

HIMSS 2018 – Europe & Health 2.0, Barcelona. Het evenement heeft mensen samengebracht, deuren geopend en tot acties geleid. En dat alles tijdens een vol en vermoeiend programma. Was het de vermoeidheid wel waard? “Meer dan waard!” stelt Martijn Mallie na terugkomst. Tijdens het maandelijks teamoverleg van Arteria vat hij in 20 minuten tijd 5 dagen HIMSS samen; dat was net zo proppen als het programma zelf, maar aan het eind van zijn verhaal deelt het team zijn enthousiasme.

Informatieberaad zet zaken in beweging
Naast de 3-daagse beurs, was er ook een door VWS speciaal programma samengesteld voor zorgbestuurders van het Informatieberaad, het netwerk van CMIO’s/CIO’s, de leden van de Bestuurscommissie Verzekeringen en Uitvoering van Zorgverzekeraars Nederland en vertegenwoordigers van de regionale samenwerkingsorganisaties. Gezamenlijk opdracht was het bepalen van doorbraakprojecten en de concrete afspraken daaromtrent. “Dat doel is absoluut bereikt”, aldus Mallie. “Eens te meer werd duidelijk hoeveel ambitie en energie er in het zorgveld leeft. Bestuurders, branchevertegenwoordigers en verzekeraars kwamen samen en over maar liefst 13 veelbelovende projecten zijn zaken in beweging gezet en investeringsafspraken gemaakt, met ruggensteun van VWS. Hiermee kunnen we in Nederland de noodzakelijke stap voorwaarts maken. We moeten stevig inzetten op regionale initiatieven die we landelijk kunnen opschalen, en niet te moeilijk doen over de benodigde gemeenschappelijke voorzieningen. Een veelbelovend startpunt, lijkt me. Het is wel belangrijk door te pakken op de in Sitges aangewakkerde energie, zeker gezien het algemene beeld dat een en ander niet bepaald vanzelf gaat in Nederland. We maken het onszelf niet altijd makkelijk. We zien eerst de barrières, vinden het lastig om structurele financiering te vinden voor innovaties én we willen het liefst veel zelf uitvinden. Dat kost allemaal zoveel tijd!“

De beurs zelf
Hoe serieus Nederland de uitdagingen en de zoektocht naar duurzame oplossingen in de zorg neemt,  bleek wel uit het aantal bezoekers. Mallie schat in dat maar liefst een kwart daarvan uit Nederland kwam. “Heel interessant waren de keynote presentaties over de impact van digitale innovaties op het zorgproces voor professionals. Niet alleen voor specialisten, maar óók voor het verpleegkundig personeel. Het werk is echt aan het veranderen. De mogelijkheden van artificial intelligence voor beoordeling van beelden, vergaande specialisatie op terreinen als diabetici, patient empowerment door digitale kanalen: de mogelijkheden van informatietechnologie zijn door de zorgmarkt vol ontdekt. Waarschijnlijk ervaart de patiënt een groot aantal van de getoonde innovaties al als vanzelfsprekend. Maar dat is het allerminst; achter de schermen gebeurt nog zoveel meer. Succesvol implementeren, dat is de uitdaging.”

Inspirerende voorbeelden: zo kan het ook
Het programma bevatte inspirerende voorbeelden uit Spaanse regio’s. In Spanje is de gezondheidszorg per regio verschillend ingericht. In presentaties van Jordi Piera (CIO BSA) over Badalona, Javier Quiles de Rio van Galicië en Dr. Oscar Solans van de Catalaanse overheid werd de inrichting van de zorginfrastructuur toegelicht. Hoe kijkt elke regio aan tegen informatie-uitwisseling. In Badalona bijvoorbeeld kiest men nadrukkelijk voor basisziekenhuizen in de wijk. Een patiënt verblijft daar een korte periode, gaat zo snel mogelijk weer naar huis en doet dat met een zorgplan: thuiszorg, eten en wijkverpleging. Het wordt allemaal vanuit het ziekenhuis geregeld. Dicht bij de mensen, in de wijk. In het basisziekenhuis is ook een palliatieve en een gesloten afdeling voor dementerenden.

Voorspellingsmodel
In dezelfde regio streeft men naar volledige integratie van zorg en sociale zekerheid met een focus op preventie. Zorgproblematiek komt immers zelden onverwacht en enkelvoudig. Er is vaak sprake van een koppeling tussen schulden, werkloosheid en opleiding. Op basis van een voorspellingsmodel met big data-analyse wordt ingeschat welke patiënten of burgers de komende jaren een risicogroep vormen. Wanneer uit de data-analyse blijkt waar GGZ problematiek of eenzaamheid gaat ontstaan, word je als patiënt uitgenodigd om mee te werken aan een preventieprogramma met sociaal werkers. Hoewel deelname niet verplicht is, wordt het initiatief goed ontvangen. Mallie: ”Uit cijfers blijkt dat mensen die hebben deelgenomen aan het programma, een stijging van maar liefst 23% van de levenskwaliteit ervaren. Ook andere zaken als thuis kunnen overlijden (59%) en de tevredenheid over de ontvangen zorg (89%) worden goed gewaardeerd. Indrukwekkende cijfers wat mij betreft.

De landelijke en regionale overheid regelt en bepaalt veel in Spanje. Je kunt erover debatteren of sommige besluiten niet in strijd zijn met privacy rechten, maar voordelen heeft het wel. Ziekenhuizen zijn bijvoorbeeld verplicht om een dossier te delen als een patiënt verhuist. Dit doen ze door middel van een PatientID, losgekoppeld van het sociale zekerheidsstelsel. Doen ze dit niet, dan kan een boete oplopen tot 11% van de omzet.”

Door overheid afgedwongen keuzes
Mallie vat samen: “Het Spaanse model is zeker niet feilloos, het land heeft natuurlijk zijn eigen uitdagingen en, saillant detail, veel initiatieven zijn uitgerold met investeringen vanuit Europese subsidies. Het stelsel is sterk regionaal georiënteerd. Als we het hebben over toegankelijke ouderenzorg en de zorg in de wijk, dan kunnen wij echt wat opsteken van de Spanjaarden. En dat geldt ook voor het niveau van informatie-uitwisseling. Vanwege de door de overheid afgedwongen keuzes is er minder diversiteit in alle oplossingen. De tijd moet natuurlijk gaan uitwijzen in hoeverre het duurzaam iets oplevert voor de patiënt, maar dat is pas over een aantal jaar meetbaar. Het levert in ieder geval genoeg inspiratie op!”

HIMSS 2019
Mallie is er groot voorstander van om volgend jaar met eenzelfde groep weer bijeen te komen. “Het Informatieberaad moet doorpakken op het vliegwiel dat nu in gang is gezet. In Sitges is een substantiële stap gezet richting het gemeenschappelijke doel. De Nederlandse burger heeft recht op goed ingericht zorgstelsel, dat voor iedereen bereikbaar en betaalbaar is, en waar eigen regie een vanzelfsprekendheid wordt.”

Meer ↓

Uitstel verhogen pensioenleeftijd vraagt meer dan een akkoord (jun ’18)

De vakbonden en werkgevers hebben een overeenkomst gesloten over de pensioenen, melden de kranten. Er wordt gerept over een conceptakkoord, waarin beide partijen willen dat de stijging van de AOW-leeftijd flink wordt afgeremd. Het is fijn dat deze partijen het een keer met elkaar eens zijn. Toch vraagt dit om zwaarder geschut dan alleen een […]

De vakbonden en werkgevers hebben een overeenkomst gesloten over de pensioenen, melden de kranten. Er wordt gerept over een conceptakkoord, waarin beide partijen willen dat de stijging van de AOW-leeftijd flink wordt afgeremd. Het is fijn dat deze partijen het een keer met elkaar eens zijn. Toch vraagt dit om zwaarder geschut dan alleen een akkoord, want de consequenties voor medewerkers in de zorg zijn groot.

Volgens de huidige kabinetsplannen gaat in 2021 de AOW-leeftijd naar 67 jaar. De werkgevers en werknemers pleiten ervoor dat dit pas vier jaar later gebeurt. Zij geven eensgezind aan het huidige tempo van de leeftijdsverhoging “menselijk en maatschappelijk onhoudbaar” te vinden.

Dat beide partijen het met elkaar eens zijn is niet vreemd. De belangen in dit dossier liggen immers gelijk: voor werkgevers zijn oudere medewerkers duur en kennen een hoog verzuim. Voor medewerkers valt het, zéker in de zware beroepen, zwaar om tot 67 jaar te moeten doorgaan. De bonden en werkgeversorganisaties willen verder dat het makkelijker wordt om vervroegd uit te treden en zzp’ers moeten volgens de overeenkomst ook onder het verplichte pensioen vallen.

Steun

De mogelijkheid bestaat dat, door de getoonde eenstemmigheid, het kabinet dit plan moet slikken. Bij behandeling in de Tweede kamer kan dit plan waarschijnlijk op brede steun van de oppositie rekenen. Dit alles klinkt als goed nieuws voor de oudere medewerkers in de zorg. Momenteel heeft deze groep namelijk drie mogelijkheden wanneer het werk (te) zwaar wordt:

  1. Doorgaan tot het niet langer gaat met vaak ziekte of uitval tot gevolg, waarbij het risico op terechtkomen in de WIA toeneemt met alle verplichtingen die hieruit voortvloeien. Ook het uitzicht op een bijstandsuitkering is niet erg aanlokkelijk. Voor de werkgever betekent dit scenario hoge (verzuim- en premie)kosten en minder inzetbaar personeel.
  2. Stoppen. Maar de financiële positie laat dit lang niet voor iedereen toe.
  3. Vervroegd pensioen en genoegen nemen met lager pensioen na AOW, maar ook hier moet dat financieel te dragen zijn.

Na een carrière van veertig jaar hard werken in de zorg, zijn dit niet echt gedroomde keuzes. Met het uitstellen van de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67, zouden bovenstaande zorgen voor een grote groep oudere medewerkers, een stuk minder worden.

Keerzijde

Er is een keerzijde. Het uitstel is namelijk minder goed nieuws voor de jongere collegae. De druk op de pensioenpremie loopt namelijk op, tenzij de overheid een list verzint. Daarnaast komt er natuurlijk een toename van het aantal vacatures in de zorg. In het rapport ‘Leeftijdbalans ziekenhuizen’ (FNV 2016) bedroeg de respondentengroep van 55 jaar of ouder maar liefst 38 procent. Een dergelijk hoog cijfer komt ook terug uit andere onderzoeken en steekproeven met betrekking tot de leeftijdsopbouw van het personeel in de zorg. In de vvt zijn deze cijfers nog hoger dan in de ziekenhuizen. Het niet verhogen van de pensioenleeftijd, zal dus een flinke impact hebben op de arbeidsmarkt.

Opdracht

De reeds bestaande opdracht van alle betrokken partijen, namelijk het oplossen van het probleem van de oninvulbare vacatures in de zorg, wordt dus groter. Pijlers zijn de bekende principes: instroom vergroten door opleidingsplaatsen te creëren en het vak weer een positief imago te geven. Even belangrijk is echter het zoeken naar manieren om optimaal gebruik te maken van oudere medewerkers in hun prepensioenjaren en zorgen dat hun in de loop der jaren opgedane kennis niet verloren gaat.

Kortom, het akkoord is een prima eerste stap. Maar de consequenties zijn groot en veelomvattend. Het is derhalve van belang dat alle partijen hiervan doordrongen zijn en de handen ineenslaan. Gezien het traditionele polderen tussen werkgevers en werknemers kan het zomaar tijd worden voor een nieuw Deltaplan!

Bovenstaande blog is geschreven door collega Cor Calis en tevens gepubliceerd op skipr. 

Meer ↓

Eerste beelden online toestemmingsvoorziening gepresenteerd (jun ’18)

Op 15 juni zijn de eerste beelden van het prototype van de mobiele app voor online toestemming beschikbaar gekomen. Met deze app kunnen burgers online aan hun zorgverleners toestemming geven voor de uitwisseling van medische gegevens. Het gaat hierbij om de gespecificeerde toestemming, zoals de wet vanaf juli 2020 voorschrijft. In samenwerking met het programma […]

Op 15 juni zijn de eerste beelden van het prototype van de mobiele app voor online toestemming beschikbaar gekomen. Met deze app kunnen burgers online aan hun zorgverleners toestemming geven voor de uitwisseling van medische gegevens. Het gaat hierbij om de gespecificeerde toestemming, zoals de wet vanaf juli 2020 voorschrijft. In samenwerking met het programma GTS (Gespecificeerde Toestemming) is de afgelopen periode hard gewerkt aan de interpretatie van de wet, de vertaling naar de online voorziening en de interactie met bestaande uitwisselingssystemen, zoals het landelijk schakelpunt (LSP) en de regionale XDS-omgevingen.

De mate van detaillering van de toestemmingsvraag is een belangrijk onderwerp in de discussies. In bijgevoegde YouTube filmpjes wordt gepresenteerd welke invulling hier op dit moment aan gegeven wordt.

Dit eerste filmpje toont de uitwerking van “Alle vragen” (minst gewenste variant) die gesteld worden in de app. Dit tweede filmpje toont het prototype waarbij de toestemmingsvragen geclusterd zijn voor ziektebeelden. Met deze prototypes wordt zichtbaar hoe de uitvoering van de wet uitpakt.

In het programma PROVES (bij VZVZ) ontwikkelen en beproeven wij de totale architectuur van de online toestemmingsvoorziening. Dit beproeft hoe het proces verloopt als zorgverleners straks medische gegevens bij elkaar willen opvragen. De eerste beproevingen zijn succesvol uitgevoerd. In de komende maanden zullen de specificaties nader uitgewerkt worden en verdere beproevingen plaatsvinden.

Meer weten? Vraag het René Meijer of Martijn Mallie

 

Meer ↓

De cliëntreis: luister en leer (jun ’18)

 De cliënt centraal’ is een veelgehoorde kreet. Een groot aantal zorgorganisaties heeft dit uitgangspunt in hun missie verwerkt en mede dankzij het boek Verdraaide organisaties van Wouter Hart, waarin wordt opgeroepen om terug te gaan naar ‘de bedoeling’, heeft de sector dit credo massaal omarmd. Ook op het Nationaal Kwaliteitscongres op 31 mei werd hier […]

 De cliënt centraal’ is een veelgehoorde kreet. Een groot aantal zorgorganisaties heeft dit uitgangspunt in hun missie verwerkt en mede dankzij het boek Verdraaide organisaties van Wouter Hart, waarin wordt opgeroepen om terug te gaan naar ‘de bedoeling’, heeft de sector dit credo massaal omarmd.

Ook op het Nationaal Kwaliteitscongres op 31 mei werd hier bij stilgestaan. Daar werd gesteld dat het er niet om gaat of je wel of niet werkt vanuit de bedoeling, maar dat je steeds méér werkt vanuit dat gedachtengoed. Maar… hoe zet je deze theorie dan om in praktijk?

De kern is simpel: luisteren! Maak de cliënt hoofdrolspeler in zijn eigen verhaal en start met het maken van een cliëntreis. Dit is geen nieuw concept. Ook zijn er verschillende namen voor in omloop, zoals patient journey, klantreis of de meer technische benadering zorgpad.

Waar het om gaat, is dat het een middel is om in gesprek te gaan met mensen met een ziekte en hun naasten. In deze gesprekken komen ervaringen tijdens en rondom het ziekteproces aan bod: wat maakte indruk, wat heeft hen geraakt, wat hebben ze gemist en wat vonden zij mooi? Deze ervaringen worden in verhalende vorm gebundeld in een boekje en voorzien van illustraties. Dit naslagwerk vormt de cliëntreis.

Spiegel

Het boekje wordt vervolgens gebruikt om met verschillende zorg- en welzijnprofessionals in gesprek te gaan over wat hen raakt en wat zij op basis van deze verhalen anders willen doen. Het werkt als een spiegel van het zorgproces, binnen de eigen organisatie of binnen een netwerk van organisaties. Het geeft zicht op de huidige situatie en helpt professionals verbeterpunten te formuleren. Het geeft je de tijd om als professional even stil te staan bij de dagelijkse werkzaamheden en in gesprek te gaan met de mens achter de verhalen.

Een cliëntreis geeft de cliënt en hun naasten een stem. Zoals het verhaal over de onmacht die gepaard gaat met de ziekte van Parkinson van de heer De Vries. Zijn vrouw wilde dat haar man zo lang mogelijk thuis zou wonen, maar de nachten werden steeds zwaarder, omdat de heer De Vries steeds uit bed stapte. Nadat hij op een nacht wel erg lang wegbleef, ging zijn vrouw naar hem op zoek. Hij bleek versteend op de trap te staan. Bang dat hij zou vallen, wist mevrouw De Vries niets anders te doen dan achter hem gaan staan om hem op te vangen. Samen, hebben zij daar anderhalf uur gestaan. Tot het moment dat meneer De Vries de buurman voorbij zag lopen, hem joviaal begroette, en spontaan verder de trap op liep…

Nieuwe inzichten

Verhalen als deze zijn schrijnend. Gelukkig zijn er ook mooie en dierbare voorbeelden. Maar of de verhalen nu mooi of verdrietig zijn, ze geven een diep en persoonlijk inzicht in het proces van cliënten en hun naasten. Deze verhalen zijn voor de zorgprofessionals waarschijnlijk niet nieuw en misschien zelfs wel aan de orde van de dag. Want ook de professionals dragen een rijk scala aan ervaringen met zich mee.

Dankzij die eeuwige waan van de dag is er echter vaak niet voldoende tijd om er gezamenlijk bij stil te staan. Maar juist door dat wel te doen middels een cliëntreis, ontstaat er ruimte om met elkaar verbeterpunten te bepalen en gezamenlijk oplossingen te verzinnen. Bovendien zorgt het ervoor dat er nieuwe inzichten ontstaan door verschillende soorten zorgprofessionals samen te brengen die elkaar in de praktijk niet dagelijks treffen. Ze leren elkaar kennen en weten zo beter van de ander welke kennis en kunde ze kunnen benutten tijdens het verloop  van de ziekte.

Geef ruimte

Kortom, de cliëntreis is misschien niet nieuw, maar het is ook niet ingewikkeld. Dus gun jezelf de tijd om in gesprek te gaan met cliënten en hun naasten. Maak gebruik van alle kennis en ervaring die je al in huis hebt om de cliënt écht centraal te zetten. Geef de cliënt, de naasten en de professionals de ruimte om stil te staan bij het persoonlijk leed en de dierbare momenten. Laat hen ervaringen uitwisselen en met elkaar onderzoeken hoe zij de zorg voor hun cliënt, en zo diens reis, kunnen verbeteren. En luister!

“Wanneer je praat, herhaal je vaak wat je al weet. Wanneer je luistert, leer je vaak iets nieuws.” (Dalai Lama)

 

Bovenstaande blog is geschreven door collega Malou van Bentum en tevens gepubliceerd op skipr.

Meer ↓

Invoering kwaliteitskader verpleeghuiszorg vraagt vertrouwen (jun ’18)

Het Zorginstituut heeft onlangs het kwaliteitskader verpleeghuiszorg opgenomen in haar register. Daarmee is het kader nu de wettelijke basis voor de kwaliteit in de Nederlandse verpleeghuizen. De bijzondere aanleiding van het tot stand komen van het kwaliteitskader is het manifest van Hugo Borst waarin hij de, in zijn ogen, wantoestanden in de verpleeghuizen aan de […]

Het Zorginstituut heeft onlangs het kwaliteitskader verpleeghuiszorg opgenomen in haar register. Daarmee is het kader nu de wettelijke basis voor de kwaliteit in de Nederlandse verpleeghuizen. De bijzondere aanleiding van het tot stand komen van het kwaliteitskader is het manifest van Hugo Borst waarin hij de, in zijn ogen, wantoestanden in de verpleeghuizen aan de kaak stelt. Kern van zijn betoog is dat er veel te weinig verzorgenden zijn, tegenover een teveel aan dure managers.

De Jonge wil waarborgen dat de veelbesproken 2,1 miljard euro die de komende jaren extra naar de verpleeghuiszorg vloeit, aan personeel op de vloer wordt uitgegeven. In principe moet 85 procent van het geld besteed worden aan de medewerkers. Iedere instelling moet vooraf uitleggen waaraan zij het geld wil uitgeven. Blijken de middelen niet goed besteed, dan worden ze teruggevorderd. Te veel aan management, kan dan een dure zaak worden…

Kengetallen

Bij het toetsen van de kwaliteit zal onder meer worden gekeken naar kengetallen van bijvoorbeeld het aantal verzorgers en vrijwilligers, de aard van de aanstelling, het ziekteverzuim, de in-, uit-, en doorstroomcijfers en de ratio personele kosten/opbrengsten. De interpretatie van de cijfers gaat mogelijk ingewikkeld worden. Als namelijk, volgens het wereldbeeld van Hugo Borst, niet meer geïnvesteerd mag worden in managers, zullen zaken onherroepelijk misgaan. Managen is namelijk niet simpel in een duur kostuum door het verpleeghuis lopen en eigen zakken vullen. Het is vooral en voornamelijk het met oprechte interesse begeleiden en ondersteunen van de mensen bij het uitvoeren van hun werk.

In veel organisaties is de laatste jaren goedbedoeld doch rücksichtslos overgestapt op het principe van zelfsturende teams: de managementlaag werd eruit gesneden en teams werden zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en organisatie van het werk. Jos de Blok had met Buurtzorg immers het succes van deze formule aangetoond! In de haast werd echter vergeten dat de teams van Buurtzorg bestaan uit hoogopgeleide verpleegkundigen die relatief laag complexe zorg invoeren. In de meeste verpleeghuizen geldt echter dat de teams bestaan uit medewerkers op mbo-niveau, die opgeleid zijn in de traditie van het ‘oude’ verpleeghuis: met veel liefde zorg verlenen aan bewoners, waarbij de markt van zorgvraag en zorgaanbod ver weg is.

Als gevolg van de transities is de verpleeghuiszorg de laatste jaren ook drastisch veranderd; de relatief laagcomplexe zorg wordt nu immers thuis geleverd vanuit de wijkverpleging. Daar waar zelfsturing als bezuiniging is ingevoerd dreigt nu zelfontsporing… In het kwaliteitskader is het lerend netwerk een belangrijk instrument. Leren vraagt echter om docenten. In dit geval mensen die de medewerkers ondersteunen en coachen in het werk. Helaas voor Hugo Borst zijn dit vaak leidinggevenden, en in het Engels noemen we die mensen: managers.

Emotie

Mocht blijken dat om de zorg weer gezond te maken in sommige huizen toch weer managers aangesteld moeten worden om het personeel te ontzorgen, ben ik benieuwd naar de uitkomst. Hugo de Jonge heeft eerder laten blijken dat hij lef heeft, laten we hopen dat hij dat nu ook heeft in dit dossier en dat hij, in het belang van cliënt en verzorgende, niet te veel leunt op de emotie van die andere Hugo.

Een ander risico is dat het kwaliteitskader dreigt te verworden tot een inkoopvoorwaarde: de verpleeghuizen (en dus de zelfsturende teams) moeten registreren om verbeteringen aan te leveren, anders dreigen lagere tarieven. Deze administratieve last zal de minister niet voor ogen hebben gehad, hij toont zich immers voorstander van ‘ontregeling’ van de zorg. De invoering van het kwaliteitskader vraagt geen wantrouwen en verantwoording, maar vertrouwen, vertrouwen en vertrouwen in de sector en alle mensen die daar elke dag hun mooie en belangrijke werk doen. Als indicator voor het toetsen van de kwaliteit kan een simpele vragenlijst volstaan, die aansluit bij de gewenste waardering voor het werk in de verpleeghuizen:

  • Doe ik mijn werk goed?
  • Hoor ik dit wel eens van mijn leidinggevende?
  • Krijg ik voldoende ondersteuning?
  • Voel ik mij veilig in mijn werk, zowel bij de cliënt en familie als in de organisatie?

Het antwoord op déze vragen geeft echt inzicht in de gezondheid en het geluk van de medewerkers, waar de zorg en de organisatie op kunnen varen.

Deze blog van collega Cor Calis is tevens gepubliceerd op skipr.nl 

Meer ↓

Arteria start onderzoek: Duurzaam zorgstelsel met Accountable Care (jun ’18)

De betaalbaarheid van ons zorgstelsel staat onder druk, terwijl de administratieve lastendruk steeds verder toeneemt. Zou het niet mooi zijn als de samenwerking verbetert, de kosten dalen en de zorg ook nog eens aanmerkelijk beter wordt? In Duitsland en in de Verenigde Staten biedt Accountable Care een dergelijke positieve uitkomst. Omdat wij ervan overtuigd zijn […]

De betaalbaarheid van ons zorgstelsel staat onder druk, terwijl de administratieve lastendruk steeds verder toeneemt. Zou het niet mooi zijn als de samenwerking verbetert, de kosten dalen en de zorg ook nog eens aanmerkelijk beter wordt? In Duitsland en in de Verenigde Staten biedt Accountable Care een dergelijke positieve uitkomst. Omdat wij ervan overtuigd zijn dat Accountable Care ook in Nederland substantieel kan bijdragen aan een duurzame inrichting van ons zorgstelsel, gaan wij in de 2e helft van 2018 een groot onderzoek doen naar dit concept. Dit onderzoek gaan wij samen met een WO-afstudeerder van Integrand uitvoeren. Lees hier de volledige vacature.

 

 

Meer ↓

“PROVES bewijst het” op de Zorg & ICT beurs (mei ’18)

Connected & Digital Health was een centraal thema op de Zorg & ICT beurs 2018. Regie op zorg is immers pas succesvol wanneer informatie ook daadwerkelijk op het juiste moment in de juiste handen is. Applicaties, sensoren, portals en zelfmanagement tools moeten daarvoor met elkaar, met de patiënt én de zorginstelling verbonden zijn. Kortom, de  […]

Connected & Digital Health was een centraal thema op de Zorg & ICT beurs 2018. Regie op zorg is immers pas succesvol wanneer informatie ook daadwerkelijk op het juiste moment in de juiste handen is. Applicaties, sensoren, portals en zelfmanagement tools moeten daarvoor met elkaar, met de patiënt én de zorginstelling verbonden zijn. Kortom, de  gezondheidszorg wordt steeds meer digitaal ondersteund en gestuurd als het om persoonlijke inzage en eigen regie gaat.

In dit kader gaf Martijn Mallie een presentatie over het programma PROVES, een initiatief van verschillende partijen als de Patiëntenfederatie Nederland, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Nictiz, Zorgverzekeraars Nederland, VZVZ, VECOZO die betrokken zijn bij gegevensuitwisseling in de zorg. Martijn lichtte in de presentatie de programma’s GTS en MedMij en de visie op de landelijke zorginfrastructuur toe. Deze programma’s zijn opgezet om de patiënt meer regie te geven over zijn medische gegevens.

Als programmamanager PROVES is Martijn nauw betrokken bij de Proof of Concept (PoC’s) van de programma’s GTS en MedMij. Hij vertelde enthousiast over de resultaten tot op heden en de uitdagingen die verschillende onderdelen met zich mee brengen. Ook koppelde hij beide programma’s aan de visie op de landelijke zorginfrastructuur.

GTS
GTS staat voor ‘Gespecificeerde Toestemming Structureel. In de wet Cliëntenrechten in de zorg is bepaald dat gespecificeerd toestemming moet worden gegeven voor het delen van medische gegevens. De voorziening om dit mogelijk te maken moet in 2020 beschikbaar zijn en ervoor zorgen dat patiënten en burgers zelf hun toestemming voor het elektronisch delen van hun medische gegevens kunnen vastleggen, inzien en beheren. Partijen uit de zorg werken in het programma GTS samen aan een praktische oplossing voor deze voorziening zodat patiënten meer regie krijgen op het elektronisch delen van hun gegevens. Het programma GTS toetst de haalbaarheid van de oplossing voor gespecificeerd toestemming verlenen.

MedMij
MedMij heeft als doel om iedereen die dat wil te laten beschikken over zijn eigen gezondheidsgegevens in één of meerdere persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s). De doelstelling is om in 2020 iedereen die wil en kan de mogelijkheid te bieden om zijn of haar gezondheidsgegevens te verzamelen, te beheren en te delen binnen een zelf gekozen PGO. Via het programma PROVES wordt de werking (maakbaarheid en haalbaarheid) van de onderdelen van het afsprakenstelsel MedMij in een Proof of Concept beproefd. De bewezen werking wordt verwerkt in het definitieve afsprakenstelsel en de realisatie van een eindoplossing van voorzieningen.

U kunt zijn presentatie hier downloaden.

Meer ↓

Wat Barbie ons leert over patient empowerment (mei ’18)

Het zal je maar gebeuren: je kunt gratis op vakantie naar een Grieks eiland. Dat je doen en laten daarbij gefilmd wordt, neem je op de koop toe. Want dat doe je, als je jong bent. Acht jaar later eist de onbedoelde bekendheid zijn tol en word je met spoed opgenomen in een ziekenhuis. Achteraf […]

Het zal je maar gebeuren: je kunt gratis op vakantie naar een Grieks eiland. Dat je doen en laten daarbij gefilmd wordt, neem je op de koop toe. Want dat doe je, als je jong bent. Acht jaar later eist de onbedoelde bekendheid zijn tol en word je met spoed opgenomen in een ziekenhuis. Achteraf blijkt dat jan en alleman in je dossier heeft zitten neuzen. Tijd voor een betoog over patient empowerment in tijden van verregaande digitalisering.

 Begin april werd bekend dat de Autoriteit Persoonsgegevens een onderzoek had ingesteld naar ongeoorloofde inzage in het patiëntdossier van Samantha de Jong, een realityster uit het programma Oh, Oh Cherso. Uit routineonderzoek van het Haga Ziekenhuis was naar voren gekomen dat één dossier wel érg vaak was ingezien. Namelijk het dossier van De Jong. Maar liefst 85 medewerkers zijn hiervoor berispt.

Direct na het voorval vielen BN’ers, experts en bestuurders over elkaar heen om, ieder op eigen wijze, duidelijk te maken dat dit niet mag en eigenlijk ook niet mogelijk zou moeten zijn. Verschillende suggesties over hoe we patiëntendossiers beter kunnen beveiligen tegen inzage passeerden de revue. De toegang tot de dossiers moet vooraf beter beschermd worden, patiënten moeten net als bij een bankbetaling iedere toegang fiatteren, etc.

Gespecificeerde toestemming
Wat men zich niet realiseert (en dus ook niet benoemt), is dat dit dilemma op dit moment concreet voorligt bij de overheid en uitvoerende instanties. Het heet ‘gespecificeerde toestemming’ (GTS); een landelijk project dat ervoor moet zorgen dat iedere burger erop moet kunnen vertrouwen dat er correct wordt omgegaan met hun (digitale) patiëntgegevens. GTS komt voort uit de Wet cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens. In deze wet, die in 2020 volledig geïmplementeerd moet zijn, staat onder andere dat patiënten achteraf de gelegenheid moeten krijgen om te zien wie het digitale dossier bekeken heeft. Ook kunnen patiënten vooraf aangeven welke (soort) zorgverlener welk deel van hun dossiers in mag zien (vandaar ‘gespecificeerde toestemming’).

Deze wet biedt patiënten veel meer eigen regie. Hun dossier wordt echt van hen en zij hebben controle over wie er in gekeken heeft. Maar gaat deze wet het probleem van Barbie oplossen?! De wereld om ons heen wordt steeds complexer; we moeten veel meer informatie verwerken en de technologische vooruitgang gaat maar door. De maatschappij wordt individualistischer en de digitale lat wordt steeds hoger gelegd. Als je tegen wil en dank beroemd bent geworden, kan het je zomaar over de schoenen lopen.

Wie is er bij geholpen als Barbie geen enkele zorgverlener meer toestemming geeft tot haar dossier, nu ze haar vertrouwen hebben beschaamd? Bij een volgende opname zal haar vertrouwen weer geschaad worden, want bij een dergelijke crisisopname zal er toch in het dossier gekeken moeten worden.

Balans tussen eigen regie en solidaire hulp
En hoe beïnvloedt dit voorval de keuze van andere Nederlanders? Zijn zij in staat een rationele afweging te maken tussen toegang verschaffen aan zorgverleners ten behoeve van hun behandeling en het beschermen van hun privacy? Het onderliggende dilemma is een balans vinden tussen het vergroten van de eigen regie van diegenen die dat aankunnen, en solidariteit opbrengen voor diegenen die complexe vraagstukken niet kunnen overzien. Maar hoe bepaal je dat zonder paternalistisch te zijn? Een even relevant als complex vraagstuk.

Geen zorg
Hoe zorgen we ervoor dat Barbie, en al haar niet-beroemde gelijken, omringd worden door mensen die het beste met haar voor hebben en niet uit zijn op geld of sensatie? Wie kan haar helpen in besluiten over toegang tot haar dossiers? De sleutel is nabijheid en verbinding. Échte verbinding op buurt- of wijkniveau. Gemeenten houden ons voor dat dit het einddoel is van de decentralisaties.

Laten we hopen dat de extra gelden uit het regeerakkoord voor individuele cliëntondersteuning door gemeenten snel navolging krijgt. Niet alleen om hen voor te bereiden op de ingewikkelde GTS-keuzes die ze in 2020 moeten maken. Juist ook om ze in contact te brengen met preventieve ondersteuning die hun zorgvraag doet afnemen. Geen zorg krijgen is immers nog altijd de beste manier om inzage van medisch dossiers te voorkomen!

 

  Bovenstaande blog is geschreven door collega Emile Petiet 

Meer ↓

Nieuwe collega: Gitta Groenenboom (mei ’18)

Waarom ben je bij Arteria komen werken? Na 6 jaar voor ZorgDomein te hebben gewerkt, kreeg ik behoefte om mijn zorghorizon te verbreden. Er is namelijk nog zoveel meer dan ICT vraagstukken! Denk aan hoe we de zorg betaalbaar gaan houden, hoe  we de meeste waarde toevoegen voor de patiënt en ga zo maar door. […]

Waarom ben je bij Arteria komen werken?

Na 6 jaar voor ZorgDomein te hebben gewerkt, kreeg ik behoefte om mijn zorghorizon te verbreden. Er is namelijk nog zoveel meer dan ICT vraagstukken! Denk aan hoe we de zorg betaalbaar gaan houden, hoe  we de meeste waarde toevoegen voor de patiënt en ga zo maar door. Daar ben ik nieuwsgierig naar en het lijkt me ontzettend mooi als ik hier verbetering in kan aanbrengen. De mensen bij Arteria hebben enorm veel kennis en blijken ook nog eens heel sociale en leuke collega’s te zijn! Dat gecombineerd met de inhoud zorgt ervoor dat ik hier op de juiste plek zit.

Wat ga jij bijdragen aan het team? 

Bij veel ziekenhuizen heb ik te maken gehad met vraagstukken gerelateerd aan informatiesystemen, wat goed van pas komt in het project PROVES waar we voor VZVZ mee bezig zijn. Daarnaast heb ik gezien hoe de samenwerking tussen de 1e lijn en vervolgzorg is en de transitie die daarin gaande is. Samen met mijn ziekenhuiskennis neem ik een pakket mee dat het bestaande pallet van Arteria nog verder verstevigt. Verder creëer ik graag saamhorigheid binnen het team; de collega’s kunnen zich gaan voorbereiden op gezamenlijk sporten en andere sociale activiteiten!

 Welke ontwikkelingen zie jij in de zorg waar we als sector op moeten anticiperen?

Het zorgaanbod waaruit de patiënt een keuze kan maken is ruim in Nederland. Veel zorginstellingen bieden soortgelijke behandelingen aan, waarbij wachttijden en kwaliteit verschillen. Hier heb je als patiënt, maar soms ook als zorgverlener, weinig inzicht in. Dat kan een stuk transparanter. Daarnaast is de zorg nu ingericht op ziekte in plaats van op gezondheid en preventie. Daar kunnen stappen in gemaakt worden, bijvoorbeeld door de financiering te herzien. Ik zie uitdagingen op het gebied van informatie-uitwisseling. Iedereen lijkt op zijn eigen manier te registreren en informatie is moeilijk uitwisselbaar en dus nauwelijks herbruikbaar. De patiënt is hier uiteindelijk de dupe van, omdat zorgverleners niet altijd goed op de hoogte zijn, wat ten koste gaat van het leveren van goede zorg.

Gitta Groenenboom (1985) studeerde gezondheidswetenschappen in Amsterdam en Rotterdam waar zij zich verdiepte in preventie en zorgmanagement. Daarna ging ze aan het werk bij ZorgDomein. In die tijd volgde ze een managementopleiding bij Nyenrode en stuurde zij uiteindelijk een team aan van implementatieconsultants. Ze heeft kennis van preventie, (informatie-)management en samenwerking binnen de 1e, 2e en 3e lijn. 

Meer ↓

Maak zorgaanbieders verantwoordelijk voor betaalbare zorg (mei ’18)

In april verscheen het boek Betaalbare zorg, waarin onder auspiciën van bijzonder hoogleraar Patrick Jeurissen zo’n dertig wetenschappers hun licht lieten schijnen op de betaalbaarheid van onze zorg. Het boek stelt dat er fundamentele keuzes nodig zijn om de stijgende zorgkosten te beteugelen. Zonder ingrijpen doemt het ‘Amerikaanse’ scenario op: hoge kosten en grote [...]

In april verscheen het boek Betaalbare zorg, waarin onder auspiciën van bijzonder hoogleraar Patrick Jeurissen zo’n dertig wetenschappers hun licht lieten schijnen op de betaalbaarheid van onze zorg. Het boek stelt dat er fundamentele keuzes nodig zijn om de stijgende zorgkosten te beteugelen. Zonder ingrijpen doemt het ‘Amerikaanse’ scenario op: hoge kosten en grote gezondheidsverschillen.

Ironisch genoeg komt dit alternatief óók uit de VS overgewaaid: accountable care. In dit model vormen zorgaanbieders, in samenspraak met financiers, een Accountable Care Organisation (ACO). Binnen dit construct werken zij intensief en integraal samen aan de zorg voor een bepaalde doelgroep. De partijen delen een langetermijnvisie op de nodige zorg, over de vermaledijde ‘schotten’ heen. Doel is de bekende triple aim: merkbaar betere zorg, merkbaar meer werkplezier voor zorgverleners en merkbaar lagere kosten.

Innoveren zonder kostenstijging

De basis van accountable care is het delen van de baten van de samenwerking (de fameuze  shared savings). Besparingen komen ten goede aan alle betrokken partijen; van zorgaanbieder tot verzekeraar. Met deze constructie verdwijnen prikkels om patiënten langs het ‘eigen loket’ te sturen. Dit biedt ruimte voor een benadering vanuit het gedachtegoed van Machteld Huber: positieve gezondheid. Een radicaal andere benadering van zorg verlenen, dat niet meer uitgaat van genezing, maar kijkt naar wat (nog) wél kan. Een cruciale stap in een wereld waarin multimorbiditeit, niet in de laatste plaats door de groeiende vergrijzing, rap toeneemt.

Een ACO biedt bovendien ruimte voor innovaties, zonder dat de totale kosten stijgen. De efficiëntie die bereikt wordt met technologische voortuitgang komt namelijk ten goede aan de deelnemende partijen. Dit verlaagt de defensieve mechanismen die de conservatieve zorgsector al jaren in z’n greep heeft: voortuitgang is goed, maar behoud van eigen omzet is nog beterAls we dit weten los te laten en technologie zonder bijbedoelingen ten dienste van gezondheidswinst kunnen inzetten, is de eerste ‘aim’ al behaald: merkbaar betere zorg.

Nauwe samenwerking zoals in een ACO biedt ook een oplossing voor één van de meest nijpende problemen in de gezondheidszorg: de zeer krappe arbeidsmarkt. Door intensief samen te werken groeit het onderlinge vertrouwen; tussen zorgaanbieders én dat van de financiers. En laat dat nu net de crux zijn voor het terugdringen van regels en administratie. Zie hier: de weg naar merkbaar meer werkplezier de professional!

Overheidsingrijpen

In tegenstelling tot in een aantal andere landen, komt werken volgens het accountable care-gedachtegoed nog nauwelijks van de grond. In de VS is de afgelopen jaren al succesvol geëxperimenteerd met het model, evenals in Duitsland (Gesundes Kinzigtal). Maar ook dichter bij huis: Rivas Zorggroep behaalt mooie resultaten in het project Kwaliteit als Medicijn, in samenwerking met de huisartsen in de regio en VGZ. Wellicht is overheidsingrijpen, zoals door Jeurissen gesuggereerd in een interview met NRC, helemaal zo’n gekke gedachte niet. Het moet echter niet als een Klimaatakkoord worden opgelegd, maar als een positief alternatief worden aangeboden, ondersteund door de bewijzen die er reeds liggen.

Ons systeem is dusdanig verkokerd, dat geen enkele partij in staat is dergelijke disruptieve modellen breed uit te rollen. Als de bewindspersonen écht iets willen nalaten, moeten ze niet langer de handrem op de zorg zetten, maar blijvend ruimte maken in het systeem voor innovatieve kostenbesparing. Een effect dat doelmatigheidsprikkels overstijgt en dus niet groeiende uitgaven remt, maar doet verlagen!

Als zorgaanbieders gezamenlijk accountable, verantwoordelijk, gehouden worden voor samenwerking en goede zorg, met een overheid die faciliteert in plaats van voorschrijft, kan de betaalbaarheid gegarandeerd worden. Het is geen rocketscience. Maar het vraagt wel visie, én lef!

Bovenstaande blog is geschreven voor collega’s René Meijer en Emile Petiet en tevens gepubliceerd op skipr. 

Meer ↓

René Meijer presenteert beproeven MedMij Afsprakenstelsel op Chipsoft gebruikersdag (mei ’18)

Collega René Meijer zal tijdens de gebruikersdag zorgportaal van Chipsoft op 29 mei a.s. in de Jaarbeurs Utrecht een presentatie verzorgen vanuit zijn betrokkenheid bij het programma PROVES. Hierbij ligt de nadruk op het programma MedMij, een programma dat samen met het programma Gespecificeerde toestemming (GTS) beproeft wordt binnen PROVES. MedMij stelt zich tot doel […]

Collega René Meijer zal tijdens de gebruikersdag zorgportaal van Chipsoft op 29 mei a.s. in de Jaarbeurs Utrecht een presentatie verzorgen vanuit zijn betrokkenheid bij het programma PROVES. Hierbij ligt de nadruk op het programma MedMij, een programma dat samen met het programma Gespecificeerde toestemming (GTS) beproeft wordt binnen PROVES.

MedMij stelt zich tot doel om iedereen die dat wil te laten beschikken over zijn eigen gezondheidsgegevens in één of meerdere persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO). Doelstelling is om in 2020 iedereen die wil en kan de mogelijkheid te bieden om zijn of haar gezondheidsgegevens te verzamelen, te beheren en te delen binnen een zelf gekozen PGO. Via het programma PROVES wordt de werking (maakbaarheid en haalbaarheid) van de onderdelen van het afsprakenstelsel MedMij in een PoC beproefd. De bewezen werking wordt verwerkt in het definitieve afsprakenstelsel en de realisatie van een eindoplossing van voorzieningen.

Naast de presentatie van collega René wordt er op de gebruikersdag van Chipsoft een korte terugblik op de ontwikkelingen in de afgelopen periode gegeven en een vooruitblik op 2018. Hiervoor zijn meerdere sprekers uitgenodigd. Het gehele programma zien of u aanmelden, bezoek de website van het event. 

Meer ↓

Keer het wachttijdentij met ervaringsdeskundigheid (apr ’18)

Begin april stond de ggz-sector weer volop in de aandacht, dit keer met verwarde personen en wachttijden. Helaas was er wederom weinig gemeenschappelijks terug te vinden in alle media-uitingen. Gezamenlijke, constructieve oplossingen lijken schaars de laatste tijd. Dat terwijl er een door alle partijen onderkend probleem maar blijft liggen: de bekostiging van ervaringsdeskundigen. Juist een [...]

Begin april stond de ggz-sector weer volop in de aandacht, dit keer met verwarde personen en wachttijden. Helaas was er wederom weinig gemeenschappelijks terug te vinden in alle media-uitingen. Gezamenlijke, constructieve oplossingen lijken schaars de laatste tijd. Dat terwijl er een door alle partijen onderkend probleem maar blijft liggen: de bekostiging van ervaringsdeskundigen. Juist een doorbraak op dit dossier is wat de sector hard nodig heeft.

Zoals wel vaker in de ggz: allerlei negatieve en elkaar versterkende berichten. Donderdag 12 april was het congres ‘Meer grip op wachttijden in de ggz’. Een evenement dat helaas weinig media-aandacht heeft gekregen. En dat is jammer, want hier was wél ruimte voor samenwerking en een genuanceerd verhaal, zowel van de staatssecretaris als van de andere deelnemers aan het congres.

Ervaringsdeskundigen

Al in het plenaire deel van het congres kwam de inzet van ervaringsdeskundigen meermaals aan bod. Deze beroepsgroep is in opkomst, maar kent nog geen structurele financiering binnen de ggz. Uiteraard zijn er koplopers onder zorgverzekeraars en zorgaanbieders die gezamenlijk afspraken maken over de inzet van ervaringsdeskundigen, maar de zorg zal pas echt een boost krijgen als de tijd die zij steken in de behandeling ook meetelt voor de DBC. Desgevraagd gaf de staatssecretaris aan dat er op dit moment “over gesproken wordt”.

Het is te hopen dat het ministerie van VWS niet te lang wacht met druk uitoefenen op partijen om een doorbraak te creëren. Ervaringsdeskundigen kunnen immers een langetermijnoplossing bieden voor de wachttijden in de ggz. De inzet van deze beroepsgroep luistert echter nauw. Die oplossing zit ‘m niet in extra mankracht, maar in continu blijven richten op het herstel van de patiënt en snelle re-integratie in de maatschappij.

Perspectief

Ervaringsdeskundigheid is geen ‘pauzenummer’ in een zorgproces dat vertraagd is. De toegevoegde waarde zit in het andere perspectief dat zij kunnen brengen: ze zijn een voorbeeld dat er wel degelijk nog een leven is na de diagnose. Ze kunnen stigma’s wegnemen en uit eerste hand vertellen dat wat patiënten doormaken normaal is. Maar bovenal zijn zij de verbinding tussen behandeling en de maatschappij.

Hun inzet is het meest succesvol als het gelijktijdig en in samenspraak met de ‘reguliere’ behandeling plaatsvindt. Zo wordt de afstand naar de maatschappij niet vergroot, ondanks een, veelal complex, behandelproces. In Noord-Limburg wordt al succesvol samengewerkt door ervaringsdeskundigen en de POH-GGZ, zo bleek tijdens één van de workshops op het congres.

Sneller herstel

De wachttijdenproblematiek in de ggz is een veelkoppig monster. Het structureel en financieel geborgd inzetten van ervaringsdeskundigen is misschien niet dé oplossing voor dit probleem. Maar hun inzet draagt substantieel bij aan een sneller herstel in de breedste zin. En één herstelde cliënt, is weer een plaatsje omhoog op de wachtlijst voor de ander.

 

 

 

 

Emile Petiet

Adviseur bij Arteria Consulting

 

Deze blog is ook gepubliceerd op Skipr.nl 

Meer ↓

Inkoopvergelijking 2019 ggz (apr ’18)

Zorgverzekeraars hebben net als ieder jaar op 1 april de contouren van het inkoopbeleid gepubliceerd. Wij hebben de beleidsstukken gebundeld tot een compacte vergelijking voor de ggz. Dit biedt betrokkenen een handig overzicht van de speerpunten en inkoopvoorwaarden van alle zorgverzekeraars. Naast het maken van de vergelijking geven wij graag weer wat opvalt in het […]

Zorgverzekeraars hebben net als ieder jaar op 1 april de contouren van het inkoopbeleid gepubliceerd. Wij hebben de beleidsstukken gebundeld tot een compacte vergelijking voor de ggz. Dit biedt betrokkenen een handig overzicht van de speerpunten en inkoopvoorwaarden van alle zorgverzekeraars. Naast het maken van de vergelijking geven wij graag weer wat opvalt in het beleid.

Binnen de ggz hebben veel zorgverzekeraars de optie tot het sluiten van meerjarencontracten opgenomen in het inkoopbeleid. Zorgverzekeraars geven aan op deze manier te willen komen tot betere afspraken over doelmatigheid en samenwerking. Naast samenwerking tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders, wordt ook veel nadruk gelegd op samenwerking binnen de zorgketen, om de patiënt optimaal te kunnen bedienen. De aanlevering van ROM gegevens wordt door de meeste zorgverzekeraars niet als eis gesteld aan zorgaanbieders, wel benadrukken zij de meerwaarde van ROM als tool in de behandelkamer.

Opvallend is dat een aantal hedendaagse speerpunten binnen de GGZ weinig terugkomen in het inkoopbeleid. Zo wordt er weinig gesproken over de arbeidsmarktproblematiek, de inzet van het informele netwerk en ervaringsdeskundigen en over de-stigmatiseren. Ook preventie wordt door weinig zorgverzekeraars als speerpunt benoemd.

Een aantal zorgverzekeraars hanteert eigen tarieven, die zij begin augustus kenbaar zullen maken.

De inkoopvergelijking is zowel voor instellingen als voor vrijgevestigden opgesteld.

U kunt beide inkoopvergelijkingen ggz hier opvragen.  

 

Meer ↓

Inkoopvergelijking 2019 wijkverpleging (apr ’18)

Zorgverzekeraars hebben net als ieder jaar op 1 april de contouren van het inkoopbeleid gepubliceerd. Wij hebben de beleidsstukken gebundeld tot een compacte vergelijking voor de wijkverpleging. Dit biedt betrokkenen een handig overzicht van de speerpunten en inkoopvoorwaarden van alle zorgverzekeraars. Naast het maken van de vergelijking geven wij graag weer wat opvalt in het […]

Zorgverzekeraars hebben net als ieder jaar op 1 april de contouren van het inkoopbeleid gepubliceerd. Wij hebben de beleidsstukken gebundeld tot een compacte vergelijking voor de wijkverpleging. Dit biedt betrokkenen een handig overzicht van de speerpunten en inkoopvoorwaarden van alle zorgverzekeraars. Naast het maken van de vergelijking geven wij graag weer wat opvalt in het beleid.

Een groot aantal zorgverzekeraars zet in op continuering van het ingezette beleid. In lijn hiermee biedt inmiddels de helft van de zorgverzekeraars meerjarencontractering voor huidig gecontracteerde aanbieders. Deze commitment voor een langere samenwerking moet tevens leiden tot vermindering van de administratieve lasten.

Met betrekking tot de kwaliteit van zorg benoemen zorgverzekeraars dat het landelijke kwaliteitskader wijkverpleging wordt ontwikkeld en tot wijzigingen kan leiden. Tot die tijd hanteren verzekeraars eigen indicatoren en kwaliteitsparameters.

Tot slot wordt innovatie en de toepassing van e-health veel genoemd om de zorg slimmer te organiseren, betaalbaar te houden en ook de arbeidsmarktproblematiek gedeeltelijk het hoofd te bieden. Meerdere zorgverzekeraars geven expliciet aan open te staan voor innovaties in het zorgproces en hier middelen voor beschikbaar te stellen.

U kunt de gehele inkoopvergelijking wijkverpleging hier opvragen. 

 

Meer ↓

AVG gaat verder dan IT en Juridische zaken (apr ’18)

Het kan u niet ontgaan zijn: de datum dat de nieuwe privacywet, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), in werking treedt komt snel dichterbij. Op 25 mei 2018 moet u voldoen aan deze nieuwe wet. Per die datum geldt dezelfde privacywetgeving in de hele Europese Unie, en dus ook voor uw zorgorganisatie. Vanwege het enorm hoge […]

Het kan u niet ontgaan zijn: de datum dat de nieuwe privacywet, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), in werking treedt komt snel dichterbij. Op 25 mei 2018 moet u voldoen aan deze nieuwe wet. Per die datum geldt dezelfde privacywetgeving in de hele Europese Unie, en dus ook voor uw zorgorganisatie. Vanwege het enorm hoge dataverkeer en vooral vanwege de “bijzondere persoonsgegevens (de gezondheid van mensen)” heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) de afgelopen 2 jaar de zorg hoog op de agenda gezet.

Laat de AVG leven voor uw mensen
In essentie gaat het erom dat uw organisatie verantwoord omgaat met de gegevens van uw patiënten/cliënten, medewerkers en ketenpartners. Het is dus van belang dat u zich bewust bent dat deze wetswijziging nogal wat van uw organisatie vraagt. Want let wel:

  • Het betreft geen eenmalige gebeurtenis; deze wetswijziging vervangt de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en is dus blijvend
  • Het zal ook zeker niet overwaaien; de AP steekt niet onder stoelen of banken actief te willen gaan controleren
  • En, misschien wel de belangrijkste: het is niet slechts een IT of Juridisch feestje. De wijziging raakt alle delen en niveaus van de organisatie in de ketens, en het is dus van vitaal belang dat de wetswijziging en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheid begrepen én gedragen wordt door een ieder in uw bedrijf! Uw medewerkers moeten straks immers zorgen voor continuïteit in de naleving van deze nieuwe wet.

AVG in een notendop
De AVG regelt onder meer de versterking en uitbreiding van privacyrechten van burgers en klanten en kent meer verantwoordelijkheden voor organisaties dan de wet nu doet. Daarbij regelt de AVG stevige bevoegdheden voor privacy-toezichthouders, zoals het opleggen van boetes tot 20 miljoen euro. De AVG legt namelijk meer nadruk op uw verantwoordelijkheid als organisatie om aan te tonen dat u zich aan de wet houdt. Oftewel de verantwoordingsplicht. U moet straks kunnen aantonen dat u de juiste organisatorische en technische uitvoeringsmaatregelen heeft genomen om aan de AVG te voldoen. Tegelijkertijd biedt de AVG u meer instrumenten die helpen om de wet na te leven. Bijvoorbeeld modelbepalingen voor doorgifte van persoonsgegevens.

Kies verstandig: een data-lek kan u overkomen, non-compliance is een keuze
Per 25 mei 2018 moet u uw First line of Defense gereed hebben. Een aantal harde maatregelen, en dus een stevige opdracht voor uw organisatie. Het optuigen van een ‘papieren’ privacyhuishouding volstaat niet. In uw Second line of Defense maakt u de aansluiting met de bestaande bedrijfsvoering en bedrijfsprocessen en legt u de relatie met bestaande certificeringen, kwaliteitssystemen en andere relevante wet- en regelgeving zoals NEN7510, HKZ en Niaz. Deze fase gaat over in de laatste, de Safe Haven. Ofwel: borging en compliance. Cruciaal is bewustwording creëren binnen uw organisatie op alle niveaus, rondom het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens en, in uw geval, met name gezondheidsgegevens. Hiermee is AVG onderdeel geworden van uw integraal risicomanagement systeem.

Anticiperend hierop heeft Arteria Consulting een AVG-proof raamwerk opgesteld.


Hiermee zetten wij u in relatief korte tijd effectief op de rails naar 25 mei aanstaande. Voorkom dat u vastloopt of straks niet tijdig klaar bent met het doorvoeren van alle benodigde stappen. Neem gerust contact met ons op. Wij kijken graag met u mee, zodat u de periode ná 25 mei met een gerust hart kunt ingaan.

Voor meer informatie, vraag een van onze adviseurs:

Cor Calis

Jacco Aantjes

Meer ↓

Nieuwe collega: Sander van der Straten (apr ’18)

Waarom ben je bij Arteria komen werken? Vanaf mijn eerste contact met Arteria voelde ik de gedrevenheid en het enthousiasme dat iedereen bij Arteria voor de zorg heeft. Ik kan me helemaal vinden in de drive om de zorg in Nederland te verbeteren én bij te dragen aan de resultaten die zorgaanbieders, branchepartijen en verzekeraars […]

Waarom ben je bij Arteria komen werken?

Vanaf mijn eerste contact met Arteria voelde ik de gedrevenheid en het enthousiasme dat iedereen bij Arteria voor de zorg heeft. Ik kan me helemaal vinden in de drive om de zorg in Nederland te verbeteren én bij te dragen aan de resultaten die zorgaanbieders, branchepartijen en verzekeraars willen en moeten behalen. Daarnaast bewijst het trackrecord van Arteria dat zij beschikt over de ervaring en expertise om complexe advies-,  implementatie- en onderzoeksopdrachten succesvol te volbrengen. Van een organisatie met zo’n grote mate van ondernemerschap en geestdrift wil ik graag deel uitmaken. De afgelopen jaren heb ik meegebouwd aan de totstandkoming van een topklinisch centrum voor kinderen met kanker, het Prinses Maxima Centrum in Utrecht. Het is prachtig om de ontwikkeling van een kleine projectorganisatie naar ziekenhuis en bijbehorend onderzoeksinstituut mee te maken en mede vorm te geven. Binnen het Prinses Maxima Centrum was mijn rol laatstelijk vooral gericht op het adviseren van de onderzoeksgroepen en systeemtechnische doorontwikkeling op het gebied van HR, leermanagement en de administratieve samenwerking met het UMC Utrecht en Wilhelmina Kinderziekenhuis. De keuze voor Arteria was daarmee een logische vervolgstap.

 Wat ga jij bijdragen aan het team?

Met mijn inhoudelijke kennis op het gebied van bedrijfsvoering, HR en organisatieontwikkeling wil ik samen met collega’s de komende jaren bijdragen aan opdrachten waarbij verbindingen worden gemaakt tussen de werkvloer, de financiering van zorg en de bedrijfsvoering.

Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat mijn ervaring in complexe omgevingen in combinatie met een sociologische achtergrond een waardevolle bijdrage aan het team is. Met elkaar werken we aan het bestendigen en uitbouwen van het succes van Arteria en haar opdrachtgevers.

Welke ontwikkelingen zie jij in de zorg waar we als sector op moeten anticiperen?

Een interessante ontwikkeling vind ik de veranderende rol van de mantelzorger en de informele zorg. In mijn persoonlijke omgeving heb ik gemerkt dat er in acute situaties een groot beroep op naaste familie wordt gedaan, ook als deze familie aan de andere kant van het land woont. Eén van de zaken die mij hierbij opviel is de beperkte mogelijkheid van de wijkzorg om plaatsonafhankelijk informatie met de familie te kunnen delen. Het op afstand informatie delen zou in mijn ogen helpen de samenwerking tussen zorgverleners en de familie te verbeteren.

Sander is sinds maart 2018 werkzaam bij Arteria.

Meer ↓

Verlichten administratieve lasten begint bij het juiste softwarepakket (apr ’18)

In het kader van administratieve lastenverlichting heeft Arteria in 2016 het onderzoek “Optimalisatie registratie- en declaratieproces vrijgevestigden ggz” uitgevoerd. Belangrijke uitkomst van dit onderzoek is dat de kwaliteit van het gebruikte softwarepakket zeer bepalend is voor de administratieve lastendruk. Het blijkt echter dat vrijgevestigde zorgaanbieders in de GGZ moeite hebben te [...]

In het kader van administratieve lastenverlichting heeft Arteria in 2016 het onderzoek “Optimalisatie registratie- en declaratieproces vrijgevestigden ggz” uitgevoerd. Belangrijke uitkomst van dit onderzoek is dat de kwaliteit van het gebruikte softwarepakket zeer bepalend is voor de administratieve lastendruk. Het blijkt echter dat vrijgevestigde zorgaanbieders in de GGZ moeite hebben te bepalen welk softwarepakket het beste bij hen past, terwijl dit pakket impact heeft op nagenoeg het hele administratieve proces, van dossiervoering tot facturatie.

Afgelopen september is besloten een vervolg te geven aan het onderzoek middels het opstellen van een Programma van Eisen (PvE). Dit PvE dient vrijgevestigden te ondersteunen in hun keuze van een softwarepakket of beoordeling van het bestaande pakket. Adviseurs Jacco Aantjes en Pauline Willemse van Arteria Consulting, hebben het opstellen van dit PvE in samenwerking met de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & Psychotherapeuten (LVVP) opgepakt.

Kennis en kunde ontsluiten
Pauline: “het uitgangspunt is geweest om, waar mogelijk, gebruik te maken van bestaande kennis op het gebied van PvE’s, maar vooral ook om aan te sluiten bij de behoefte van de zorgaanbieder. Het uiteindelijke doel was te komen tot een praktisch toepasbaar PvE dat een vrijgevestigde helpt het pakket te kiezen wat het beste bij zijn of haar praktijk past.”

“We zijn begonnen met het analyseren van twee vergelijkbare documenten op het gebied van PvE’s vanuit de zorg (onder andere van Actiz en het KNGF). Daaruit zijn diverse punten meegenomen om te bespreken in de klankbordgroep en het uiteindelijke resultaat te verwerken in het door ons geschreven PvE. We hebben samen met de LVVP een drietal klankbordgroepen georganiseerd met als doel de diverse stakeholders te horen, zoals de vrijgevestigde zelf, maar ook software leveranciers, verzekeraars, toezichthouders en andere betrokkenen. Middels deze bijeenkomsten hebben we veel informatie kunnen verzamelen, verder uitwerken en verifiëren. Tevens hebben we onderwerpen en thema’s kunnen prioriteren. Dankzij deze klankbordgroepen hebben we de kennis en kunde van de gehele sector optimaal kunnen ontsluiten voor het opzetten van het PvE.”

“Een belangrijke uitkomst van de klankbordgroepen is geweest dat bestaande PvE’s een technische insteek hebben die niet altijd te begrijpen is voor de zorgaanbieder, zeker niet voor een vrijgevestigde zonder uitgebreide stafafdelingen. Daarom is gekozen voor een PvE in de vorm van een vragenlijst, die de vrijgevestigde meeneemt in een traject van keuzes en prioritering. Het PvE schrijft niet voor welk pakket het beste is, dat is namelijk afhankelijk van de wensen en behoeften van de individuele vrijgevestigde. Het PvE geeft de vrijgevestigde zorgaanbieders een handvat om het softwarepakket te kiezen wat het beste bij diens praktijk past.”

Opbouw Programma van Eisen

Het PvE is opgebouwd uit een 6-tal hoofdcategorieën. Deze categorieën vormen de centrale vragen, op grond waarvan de keuze voor een softwarepakket wordt gemaakt:

  • Dossier: de cliëntenregistratie die voor eigen dossiervoering en interne overdracht nodig is
  • Administratie: de cliëntadministratie die nodig is voor de financiering
  • Functioneel: de extra functionaliteiten naast dossier en administratie
  • Service: de service van de softwareleverancier richting de eindgebruiker
  • Technisch: alle technische voorwaarden waar een softwarepakket aan dient te voldoen
  • Juridisch: alle juridische eisen waar een softwarepakket aan dient te voldoen

Binnen deze hoofdcategorieën wordt aangegeven welke elementen er in moeten zitten (must have), zeer gewenst zijn (should have) en prettig om te hebben (nice to have). Een vrijgevestigde kan de vragen doornemen en aan de hand van de uitkomsten bepalen wat essentieel isen wat verwacht mag worden van een softwarepakket. De bewustwording van wat belangrijk is en welk pakket het beste past wordt op deze manier vergroot. Het op deze manier verkregen PvE biedt een uitstekende basis om met één of meerdere leveranciers op een gestructureerde en beargumenteerde wijze het gesprek aan te gaan.

Indien u belangstelling heeft in of vragen heeft over het Programma van Eisen voor de vrijgevestigden GGZ kunt u contact opnemen met de LVVP.

Meer ↓

Blog van collega Lisanne Puijk: Draag kwaliteit uit, en niet op! (mrt ’18)

In de wijkverpleging wordt gewerkt aan een nieuw kwaliteitskader. Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan een nieuwe manier van bekostiging. Deze twee trajecten raken elkaar mogelijkerwijs, maar laten we dit vooral proberen te voorkomen! Bij het opstellen van een kwaliteitskader mogen financiën niet leidend zijn; juist de input van de zorgprofessional en de cliënt moet […]

In de wijkverpleging wordt gewerkt aan een nieuw kwaliteitskader. Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan een nieuwe manier van bekostiging. Deze twee trajecten raken elkaar mogelijkerwijs, maar laten we dit vooral proberen te voorkomen! Bij het opstellen van een kwaliteitskader mogen financiën niet leidend zijn; juist de input van de zorgprofessional en de cliënt moet de kaders aangeven. Daarvoor hoeft het wiel niet helemaal opnieuw te worden uitgevonden, maar kan goed gebruik worden gemaakt van de kennis van andere sectoren die reeds met het kwaliteitskader bijltje gehakt hebben.

Kwaliteit versus doelmatigheid
In de wijkverpleging zoeken zorgverleners, -aanbieders en -verzekeraars naar de balans tussen kwalitatief goede zorg en doelmatige zorg. Gezien het toenemende tekort aan wijkverpleegkundigen versus de groeiende zorgvraag is dit nodig, maar daarmee niet makkelijk. En wat is eigenlijk een goede definitie van ‘kwalitatief goede zorg’ en ‘doelmatige zorg’? Kwaliteit in de wijkverpleging gaat immers niet alleen over de uit te voeren handeling, maar ook over signalering, preventie en mobilisering van het netwerk. En doelmatigheid gaat niet alleen over effectief inzetten van medewerkers, maar ook over de kosten die zijn verbonden aan de zorg.

Acceptatie
Een kwaliteitskader dient bij te dragen aan een verbetering van de zorg in de praktijk: leren en verbeteren. Het zijn vanzelfsprekend dus de zorgprofessional en de cliënt die hier een goede invulling aan zouden moeten geven. Door hen te betrekken bij het vaststellen van kwaliteitsindicatoren, zal bovendien de acceptatie van het kwaliteitskader groter zijn. Wanneer in het kader eisen worden gesteld die voorbij gaan aan de zorginhoud, wordt het kader een ‘moetje’. Kwaliteit wordt daarmee opgedragen en niet uitgedragen. Wanneer de zorgprofessional echter de kans krijgt goede zorg te leveren volgens zijn eigen standaarden, geeft dit hem meer voldoening en trots.

Beter goed gejat, dan slecht bedacht
Prachtig voorbeeld is het kwaliteitskader gehandicaptenzorg. Dit kader is opgesteld vanuit een gezamenlijke visie voor en door het veld. Middels proeftuinen is een jaar lang geëxperimenteerd met het voor de sector opgestelde kwaliteitskader. Zo kon in de praktijk, door zorgprofessionals en cliënten, ervaren worden of het kader de beoogde positieve bijdrage leverde aan de kwaliteit van de zorg.

Geef de professionals de kans om te groeien en de ruimte om aandachtspunten te verbeteren, zonder hier direct consequenties aan te hangen als organisatie en financier. Een kwaliteitskader kan op deze manier echt tot optimalisatie van de sector leiden. Zo geef je de sector de kans om zorg te leveren op een kwaliteitsniveau waar de zorgprofessionals achter staan en waar de cliënt de vruchten van plukt. Kwaliteit van zorg is daarmee niet 1 op 1 verbonden aan de bekostiging, maar draait om het leveren van goede zorg. Kwaliteit die wordt uitgedragen door de professionals, en niet opgedragen aan de professionals!

 

 

 

 

Lisanne Puijk is adviseur bij Arteria Consulting.

Deze blog is tevens te lezen op Skipr.nl 

Meer ↓

Blog van Cor Calis: Nieuwe financiering ziekenhuizen, nieuwe kansen? (mrt ’18)

In zijn belangwekkende oratie ‘Zen en de kunst van het zorgmanagement’ van 19 januari 2018 stelt hoogleraar Health Care Management Jaap van den Heuvel onder meer dat het huidige systeem van ziekenhuisfinanciering averechts heeft uitgepakt. Waar het systeem van dbc’s, later geëvolueerd tot dbc’s op weg naar transparantie (dot), bedoeld was om de (productie-)prikkels uit […]

In zijn belangwekkende oratie ‘Zen en de kunst van het zorgmanagement’ van 19 januari 2018 stelt hoogleraar Health Care Management Jaap van den Heuvel onder meer dat het huidige systeem van ziekenhuisfinanciering averechts heeft uitgepakt.

In tegendeel. Om een dbc declarabel te maken dient deze genoeg gevuld te zijn met activiteiten: een onbedoelde productieprikkel dus. Van transparantie voor de patiënt is ook geen sprake. De factuur bevat terminologie die voor de gemiddelde Nederlander onbegrijpelijk is en de opbouw van de bedragen in de factuur is al even ondoorgrondelijk. De getoonde prijzen per behandeling verschillen per zorgaanbieder enorm en zijn vaak het gevolg van een ingewikkeld onderhandelingsproces. Daarnaast stelt Van den Heuvel dat kosteneffectiviteit en innovatie binnen de zorgketen niet mogelijk zijn, omdat de aandacht nu voornamelijk ligt op het vol krijgen van dbc’s.

Gebrek aan lef

Als oplossing ziet Van den Heuvel het loslaten van de dbc/dot-systematiek en het instellen van een ziekenhuisbudget op basis van een vast bedrag per bewoner van het verzorgingsgebied. Dit zou een betere basis zijn om innovaties te laten landen. Ik kan meegaan in deze redenering, maar zie wel een paar struikelblokken. De belangrijkste is het dreigende gevoel voor omzetverlies bij ziekenhuis en MSB (indien aanwezig). Het risico bestaat dat dit leidt tot versterking van het conservatisme, ook in het voorstel van Van den Heuvel.

Ook de angst voor verhoging van de werklast in de eerstelijn zonder dat hier financiële compensatie tegenover staat, zal belemmerend kunnen werken. Als laatste kan dit voorstel tot problemen gaan leiden in krimpregio’s: minder bewoners betekent minder budget, waar de vaste lasten met betrekking tot de infrastructuur, onder invloed van wet- en regelgeving, gelijk blijven.

Triple aim

Om dit te tackelen is mijn aanvulling op het voorstel van Van den Heuvel dan ook: start met pilots waarbij in een goed afgebakende regio de gezamenlijke zorgverleners voor een eveneens goed afgebakende patiëntenpopulatie het gezamenlijke budget op basis van de historische parameters krijgen, met de opdracht om invulling te geven aan de triple aim: betere ketenlogistiek, betere patiëntervaring en lagere overall kosten. De principes van accountable care. Indien de verzekeraar bereid is om dit contract af te sluiten op basis van het shared savings-principe, zijn de genoemde struikelblokken zo opgeruimd.

Alleen gebrek aan lef kan dan nog in de weg staan!

Bovenstaande blog van collega Cor Calis is ook gepubliceerd op Skipr.

Meer ↓

Rapport ‘Keuzevrijheid in de wijkverpleging’ aangeboden aan de Tweede Kamer (mrt ’18)

In opdracht van het Bestuurlijk Overleg Wijkverpleging heeft Arteria onlangs een onderzoek uitgevoerd naar de keuzevrijheid van cliënten in de wijkverpleging en eventuele knelpunten die zorgen dat deze vrijheid wordt beperkt. Het rapport met de bevindingen is 19 maart 2018  aangeboden aan de Tweede Kamer. Het meest beperkende knelpunt in de drie regio’s die in […]

In opdracht van het Bestuurlijk Overleg Wijkverpleging heeft Arteria onlangs een onderzoek uitgevoerd naar de keuzevrijheid van cliënten in de wijkverpleging en eventuele knelpunten die zorgen dat deze vrijheid wordt beperkt. Het rapport met de bevindingen is 19 maart 2018  aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het meest beperkende knelpunt in de drie regio’s die in het onderzoek zijn meegenomen (Hilversum, Rotterdam, Almelo) bleek een tekort aan personeel te zijn. Hierop is besloten het rapport aan de Kamer aan te bieden in samenhang met twee andere rapporten rondom het thema ’arbeidsmarktproblematiek’. Een onderwerp dat de komende tijd een ieders aandacht verdient. De uitkomsten van het onderzoek dienen als input om tot verbeterpunten te komen voor de contractering en zorginkoop.

Het volledige rapport is te lezen op de website van de rijksoverheid, hier staat ook de aanbiedingsbrief naar de Tweede Kamer.

 

 

 

Meer ↓

Lezing PROVES (mrt ’18)

Martijn Mallie verzorgt als  programmamanager PROVES een lezing over het programma op de zorg & ICT beurs in de Jaarbeurs Utrecht op 17 april a.s. van 13:45-14:15 in theater 10. In het programma PROVES worden in proeftuinen de ontwerpen van de programma’s MedMij en Gespecificeerde toestemming (GTS) beproefd. Het programma MedMij wil de werking van het […]

Martijn Mallie verzorgt als  programmamanager PROVES een lezing over het programma op de zorg & ICT beurs in de Jaarbeurs Utrecht op 17 april a.s. van 13:45-14:15 in theater 10.

In het programma PROVES worden in proeftuinen de ontwerpen van de programma’s MedMij en Gespecificeerde toestemming (GTS) beproefd. Het programma MedMij wil de werking van het afsprakenstelsel voor de uitwisseling tussen PGO’s en XIS-sen toetsen. Het programma GTS wil de haalbaarheid van de oplossing voor gespecificeerde toestemming toetsen. Beide programma’s zijn opgezet om de patiënt meer regie te geven over zijn medische gegevens. Het beproeven vindt mede plaats in het licht van de visie op landelijke zorginfrastructuur. VZVZ is opdrachtnemer van deze beproeving.

Voor een verdere toelichting en voor inschrijving op de lezing bezoekt u de website van de beurs.

Ook VZVZ geeft aandacht aan de lezing en het Programma PROVES op de website

 

Meer ↓

“Arteria onderzoekt financieringsmogelijkheden crisiskaart” (mrt ’18)

De Crisiskaart, een opvouwbaar kaartje ter grootte van een bankpas, kan door mensen die weten dat ze in een psychische crisis kunnen raken gedragen worden. Op het kaartje staat wat professionals en/of omstanders tijdens een crisis moeten doen, of juist niet. De crisiskaart zorgt ervoor dat mensen de juiste hulp krijgen en niet onterecht in […]

De Crisiskaart, een opvouwbaar kaartje ter grootte van een bankpas, kan door mensen die weten dat ze in een psychische crisis kunnen raken gedragen worden. Op het kaartje staat wat professionals en/of omstanders tijdens een crisis moeten doen, of juist niet. De crisiskaart zorgt ervoor dat mensen de juiste hulp krijgen en niet onterecht in een politie- of isolatiecel terechtkomen.

Het Schakelteam Personen met Verward Gedrag wil dat de Crisiskaart voor meer crisis gevoelige mensen beschikbaar wordt. Samen met de stichting Crisiskaart Nederland en MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid werkt het Schakelteam aan het toegankelijker maken van de kaart.

Voor de crisiskaart voert Arteria een onderzoek uit naar de financieringsmogelijkheden. Meer informatie hierover staat ook op Skipr.nl 

Meer ↓

Klantreferentie Dianet (mrt ’18)

“De adviseur bracht deskundigheid, ervaring en geloofwaardigheid mee” “Bij Dianet was de verpleegkundige discipline eigenlijk nauwelijks vertegenwoordigd in de beleidsvorming, het directieteam en het bottom-upproces. Daardoor misten we informatie. We wilden daarom een verpleegkundige adviesraad oprichten”, vertelt Wendela Hingst, voorzitter van de raad van bestuur van Dianet, de [...]

“De adviseur bracht deskundigheid, ervaring en geloofwaardigheid mee”

“Bij Dianet was de verpleegkundige discipline eigenlijk nauwelijks vertegenwoordigd in de beleidsvorming, het directieteam en het bottom-upproces. Daardoor misten we informatie. We wilden daarom een verpleegkundige adviesraad oprichten”, vertelt Wendela Hingst, voorzitter van de raad van bestuur van Dianet, de grootste aanbieder van dialysezorg in Nederland.

“Ik wist dat de adviseur van Arteria eerder met succes een verpleegkundige staf had ingevoerd. Zijn deskundigheid, ervaring en persoonlijkheid waren voor ons reden om Arteria te benaderen; met zijn achtergrond gaf hij ook een stuk geloofwaardigheid aan het traject, doordat hij kon laten zien dat je als verpleegkundige daadwerkelijk iets in de melk te brokkelen kunt hebben.”

“Op basis van zijn inzichten en ervaring maakten we samen een plan voor de oprichting en begeleiding van de verpleegkundige staf van Dianet, wie daarbij betrokken moesten worden en hoe het sollicitatietraject eruit zou zien. We voerden ook samen de gesprekken met kandidaten. Inmiddels is de verpleegkundige staf een aantal malen bijeen geweest. Deze staf is verantwoordelijk voor het verpleegkundig handelen, en adviseert over zaken als de kwaliteit van werk en zorg, en de onderzoeksagenda voor verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek.”

“Met deze verpleegkundige staf zijn wij een voorloper, zeker in de dialysezorg. Er ging dan ook een sterke symboliek uit van dit traject: het laat duidelijk zien dat wij op zoek zijn naar de stem van de verpleegkundige in de organisatie, dat we die belangrijk vinden, en dat het nu aan hen is om die rol te pakken en vorm te geven. Wat ik daarom heel erg op prijs stel, is dat de adviseur van Arteria de leden van de verpleegkundige staf nog een tijdje begeleidt in hun nieuwe rol.”

Meer ↓

Informele zorg staat op de tocht (feb ’18)

De Volkskrant publiceerde onlangs een stuk over een echtpaar van ruim 70 jaar dat niet langer kon zorgen voor hun demente buurvrouw van 81. Haar zorgvraag was met de jaren geleidelijk steeds meer toegenomen, tot op het punt dat de zorg te zwaar werd voor het bejaarde stel. In dit verhaal vallen twee dingen op. […]

De Volkskrant publiceerde onlangs een stuk over een echtpaar van ruim 70 jaar dat niet langer kon zorgen voor hun demente buurvrouw van 81. Haar zorgvraag was met de jaren geleidelijk steeds meer toegenomen, tot op het punt dat de zorg te zwaar werd voor het bejaarde stel.

In dit verhaal vallen twee dingen op. Enerzijds is het natuurlijk mooi om te lezen hoe deze twee mantelzorgers, zelf ook niet meer de jongsten, ervoor zorgen dat iemand thuis zo normaal mogelijk haar leven kan leiden. Anderzijds is er door de toegenomen zorgvraag echter een onwerkbare situatie ontstaan, die er uiteindelijk in resulteert dat de mantelzorgers er zelf bijna aan onderdoor gaan. En voor dat laatste moeten we, met zijn allen echt waken!

In Nederland kijken we zo goed mogelijk naar de zorg die iemand nodig heeft, met (mede) als doel diegene een zo normaal mogelijk leven te  laten leiden. In de praktijk willen wij bijvoorbeeld dat oudere, zelfstandig wonende mensen dicht bij huis met zo licht mogelijke zorg opgevangen worden. Voor deze mensen is een samenhangend integraal zorg- en ondersteuningsaanbod belangrijk.

Dit vereist enerzijds samenwerking en inspanning van verschillende zorgverleners, zoals (huis)artsen, paramedici, thuiszorgmedewerkers en wijkverpleegkundigen. Anderzijds is een goed sociaal netwerk essentieel om deze zorg goed te organiseren, oftewel: de informele zorg moet minstens zo goed geregeld zijn.

We ontkomen in deze constructie niet aan de vraag: wanneer is de grens van die informele zorgverlener bereikt? En in hoeverre is het ethisch verantwoord om die beslissing bij de mantelzorger zelf neer te leggen? Hoe dan ook kunnen we onszelf niet ontslaan van de verplichting om naar het welzijn van de mantelzorger te kijken.

Vertrouwen

Toenemende tekorten aan zorgverleners, zoa

ls (wijk)verpleegkundigen, maakt behoefte aan sociale netwerken ook groter. In ‘De sociale staat van Nederland’ (2017) beschrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat wordt verondersteld dat informele zorg de formele zorg aan het vervangen is. Ook in het huidige regeerakkoord is dit, als het bijvoorbeeld gaat om de ouderenzorg, wel een uitgangspunt: “Mensen moeten kunnen vertrouwen op goede zorg thuis en steun voor hun mantelzorgers.” Het is echter zeer de vraag of er wel voldoende informele zorg beschikbaar en bereikbaar is om sociale netwerken op te zetten en/of te behouden.

Maar kunnen mensen ook vertrouwe

n op deze goede zorg? Gezien de trend in de samenleving op het gebied van sociale participatie is het misschien niet logisch dat we dat doen. In ‘Bowling alone’ (2000) beschrijft Robert Putnam al het verval van het sociaal kapitaal. Het sociaal kapitaal is een belangrijke voedingsbodem voor gemeenschapsactiviteiten, sociale steun en participatie. Het sociaal netwerk is hier een belangrijk element van. Ook het SCP beschrijft dat het percentage vrijwilligers in de buren-, bejaarden- en gehandicaptenhulp na 2014 is af- in plaats van toegenomen. Het is, volgens het SCP, nog niet aan de orde om te gaan vertrouwen op meer substitutie van formele door informele zorg.

Dubbele klap

Hier lijkt dus sprake van een spagaat. We verwachten meer van de informele zorg, maar in de praktijk zien we geen toename van participanten én moeten wij waken voor teveel druk op deze belangrijke groep mensen. Als we met dit inzicht niet aan de slag gaan, kunnen we een dubbele klap verwachten. Dan blijft het namelijk niet alleen bij een tekort aan formele zorg (zoals verpleegkundigen), maar onherroepelijk ook aan informele zorg als mantelzorgers.

Het voorkomen (of beperken) van het tekort van informele zorg is lastig, maar niet onmogelijk. We kunnen de zorg an sich en het belang van mantelzorg nog meer promoten, of het minder vrijblijvend maken. Feitelijk kunnen we van alles gaan bedenken, maar zolang fysieke en/of mentale overbelasting van de informele zorgverlener op de loer ligt, blijft het een weinig aanlokkelijke job. Voorlopig verwachten we dus nog maar gewoon veel van iets waarvan eigenlijk niet voldoende is.

 

Bovenstaande blog van collega René Meijer is tevens gepubliceerd op skipr.nl 

Meer ↓

Arteria onderdeel van PROVES (feb ’18)

PROVES is een initiatief van een brede coalitie van partijen*. De partijen zijn actief in de gegevensuitwisseling in de zorg. Het programma PROVES voert de eerste PoC’s (Proofs of Concept) uit voor de programma’s GTS en MedMij. De PoC’s beproeven hoe de ontworpen architecturen in een praktijksituatie werken. In opdracht van VZVZ is Arteria verantwoordelijk […]

PROVES is een initiatief van een brede coalitie van partijen*. De partijen zijn actief in de gegevensuitwisseling in de zorg. Het programma PROVES voert de eerste PoC’s (Proofs of Concept) uit voor de programma’s GTS en MedMij. De PoC’s beproeven hoe de ontworpen architecturen in een praktijksituatie werken. In opdracht van VZVZ is Arteria verantwoordelijk voor het programmateam van PROVES en coördineert daarmee de PoC’s.

Programma’s

Het programma PROVES omvat naast de programma’s GTS en MedMij de ontwikkeling van enkele gemeenschappelijke voorzieningen. De verantwoording van (her)bouw en afstemming van beide programma’s ligt bij PROVES. Verder beproeft PROVES een aantal varianten van de architectuur van beide programma’s. Dit biedt inzicht in de werking van essentiële functies, die deel uitmaken van de uiteindelijke realisatie. Beide programma’s hebben behoefte aan gemeenschappelijke voorzieningen waaronder betrouwbare authenticatie en identificatie van personen, het Zorgaanbiederadresboek (ZAB), ZORG-ID en de vertaalservice.

GTS

GTS staat voor Gespecificeerde Toestemming Structureel. GTS geeft invulling aan gespecificeerde toestemming, een vereiste uit de wet Cliëntenrechten in de Zorg die eerder dit jaar van kracht werd. Deze wettelijke voorziening moet in 2020 beschikbaar zijn voor alle burgers. Partijen uit de zorg werken in het programma GTS samen aan een praktische oplossing voor het vastleggen, inzien en beheren van deze toestemmingen waarbij de patiënt meer regie krijgt op het elektronisch delen van zijn gegevens. Zorgverleners hebben daardoor meer tijd voor het bieden van de beste medische zorg aan de patiënt. PROVES is gericht op het beproeven van de concept PvE’s en de opgestelde use cases. GTS verwacht van PROVES om per functionaliteit/use case de testomgeving, het technisch ontwerp, het testresultaat en een rapportage op te leveren. Het uiteindelijke rapport geeft aan of aan de doelstelling en acceptatiecriteria van de beproeving is voldaan.

MedMij

MedMij stelt zich tot doel om iedereen die dat wil te laten beschikken over zijn eigen gezondheidsgegevens in één persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Doelstelling is om in 2020 hen de mogelijkheid te bieden om zijn of haar gezondheidsgegevens te verzamelen en te gebruiken binnen een zelf gekozen PGO. Via het programma PROVES wordt de werking (maakbaarheid en haalbaarheid) van de onderdelen van het afsprakenstelsel MedMij in een PoC beproefd waarbij de bewezen werking wordt verwerkt in het definitieve afsprakenstelsel en de realisatie van een eindoplossing van voorzieningen. PROVES levert ook hier de testresultaten en testrapportage van de startarchitectuur. Hieruit volgt een adviesrapportage voor MedMij waarin de resultaten en aanbevelingen met betrekking tot het afsprakenstelsel, de architectuur en de voorzieningen zijn opgenomen.

Verwachting

PROVES verwacht dat er ieder kwartaal onderzoeksvragen op de agenda staan die in de volgende periode beantwoord moet worden. PROVES heeft samen met VECOZO, VZVZ en de programma’s GTS en MedMij een programmaplan opgesteld voor de PoC’s. Het programma PROVES zal de concepten beproeven met PGO-leveranciers en leveranciers van zorgaanbiedersystemen. Zij vormen een selectie van partijen die kenbaar hebben gemaakt te willen deelnemen aan een PoC. Verwacht wordt dat de uitkomst van de PoC’s een op elkaar afgestemde en geteste startarchitectuur voor de programma’s oplevert. Daarnaast zullen de PoC’s duidelijkheid geven over de haalbaarheid van de beoogde oplossingen inclusief een advies over de vervolgstappen. De uitkomsten van de PoC’s worden uiteindelijk gepubliceerd in een openbaar rapport, waarmee de gehele markt inzicht verkrijgt in de uitkomsten.

*Patiëntenfederatie Nederland, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Nictiz, Zorgverzekeraars Nederland, VZVZ, VECOZO en de programma’s MedMij en Gespecificeerde Toestemming.

Bericht overgenomen van website VZVZ

Meer ↓

Zorg is doolhof voor kwetsbare groepen (feb ’18)

De afgelopen 10 jaar is Nederland in rap tempo veranderd van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving. Deze beweging is gefundeerd op de bekende bezuinigingsoverwegingen, maar óók op  idealistische motieven: het bevorderen van de zelfredzaamheid van de burger. In het maatschappelijk functioneren heeft deze transformatie echter een zware wissel getrokken. Solidariteit, het [...]

De afgelopen 10 jaar is Nederland in rap tempo veranderd van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving. Deze beweging is gefundeerd op de bekende bezuinigingsoverwegingen, maar óók op  idealistische motieven: het bevorderen van de zelfredzaamheid van de burger.

In het maatschappelijk functioneren heeft deze transformatie echter een zware wissel getrokken. Solidariteit, het fundament voor onze manier van samenleven, is vervangen door het geloof in zelfredzaamheid. Opleiding blijkt hierin het hoogste goed. Dat is namelijk niet enkel de basis voor inkomen, maar zelfs een vereiste voor de opbouw van een maatschappelijk netwerk. Inmiddels wordt ook duidelijk dat er een relatie bestaat tussen de mate waarin onderwijs is genoten versus de mate van gezondheid. Dit maakt dat de van oudsher meest kwetsbare groepen in de samenleving nóg kwetsbaarder worden. Kwetsbare mensen hebben immers vaak een klein netwerk, hebben minder kans op vervolgonderwijs en daaruit volgend werk en de levensverwachting is in deze groep korter. Kim Putters, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau vat dit mooi samen: waar vroeger bezit en vermogen de waterscheiding vormden in de maatschappij (‘haves and have nots’) is dit nu het de mate van kennis en vaardigheden (‘cans versus cannots’).

Wat betekent dit specifiek voor de zorg? Ook hier is deze beweging niet achtergebleven: de stelselwijzigingen in de kabinetten Rutte zijn hier een sprekend bewijs. Het grootste gedeelte van de geleverde zorg in Nederland bestaat uit informele zorg: vrijwillige zorg door familie, vrienden en buren en de minder vrijblijvende mantelzorg. Een goed sociaal netwerk is onontbeerlijk om als burger deze zorg goed te organiseren.

Slechts 20% van zorg wordt ingevuld door professionele zorgverleners. Deze professionele zorg is verdeeld in stevig gescheiden sectoren: ziekenhuizen, VVT, wijkzorg, GGZ, GZ en jeugdzorg. Hier begint de schoen echter te wringen. Want de burger wordt geacht regie te nemen, maar de weg vinden in dit systeem vraagt veel hen. De meest kwetsbare groepen in de samenleving maken het meest gebruik van zorg: deze zorgbehoefte is over het algemeen niet eenduidig en vraagt inzet van meerdere disciplines uit verschillende domeinen. Dit vereist dus maatwerk en samenwerking over de domeinen heen; iets wat de inrichting en financiering van ons zorgsysteem niet echt faciliteert. Gevolg kan zijn dat de zorg waar men recht op heeft niet (voldoende) geleverd wordt omdat de burger domweg niet bekend is met het bestaan ervan, of niet in staat is om deze te bereiken. De kwetsbaarheid en gezondheidsproblemen worden hier niet minder van. In veel gevallen resulteert dit uiteindelijk in een ziekenhuis- of verpleeghuisopname… een zeer ongewenste situatie voor de cliënt en ook nog eens de duurste uitkomst van een zorgproces.

De kosten voor de gezondheidszorg worden als onverantwoord hoog gezien, maar het terugdringen van die schadelast ligt niet alleen in systeemoplossingen. Er is veel winst te behalen als de overheid de hand zou reiken naar de kwetsbare groepen en hen helpt de regie te nemen, opdat zij niet van de regen in de drup komen. Het zou het maatschappelijk rendement en de positieve financiële effecten op de langere termijn, zeer ten goede komen.

 

Bovenstaande blog van collega Cor Calis is ook geplaatst op Skipr.

 

 

Meer ↓

Pgb: Jungle of uitkomst? (feb ’18)

Cliënt aan het woord De afgelopen jaren is het persoonsgebonden budget (oftewel het pgb, een budget waarmee door de cliënt zelf zorg kan worden ingekocht) regelmatig negatief in het nieuws geweest. Niet altijd onterecht; het systeem bleek fraudegevoelig en aan de ‘achterkant’ ging veel mis, met alle vervelende consequenties voor cliënten van dien. Het ‘pgb- […]

Cliënt aan het woord

De afgelopen jaren is het persoonsgebonden budget (oftewel het pgb, een budget waarmee door de cliënt zelf zorg kan worden ingekocht) regelmatig negatief in het nieuws geweest. Niet altijd onterecht; het systeem bleek fraudegevoelig en aan de ‘achterkant’ ging veel mis, met alle vervelende consequenties voor cliënten van dien. Het ‘pgb- dossier’ heeft menig politicus en beleidsmaker hoofdpijn bezorgd en er hebben koppen gerold tot in de hoogste gelederen. Maar is de negatieve connotatie wel terecht? Is de pgb-regeling echt zo’n jungle van frauduleuze, administratieve rompslomp?

100 keer per dag
“Al die berichten over fraudepraktijken, dat komt soms wel binnen ja. Helaas zijn ze soms terecht, maar ook hier geldt dat een kleine groep een hele meerderheid van eerlijke mensen in een kwaad daglicht zet.” Olga van Diem (37) herkent de geluiden, maar wil graag laten zien dat er ook een andere, positieve kant is aan het ‘dossier’. Vrijwel direct na de geboorte van haar zoon Ryu (10), werd er een levensreddende tracheacanule aangebracht. In eerste instantie ter overbrugging tot een operatie, maar uiteindelijk bleek dat de canule een blijvertje was. “Mijn man en ik wilden persé direct zelf leren hoe met de canule om te gaan. Het was op dat moment het enige wat we voor ons kindje konden doen. We specialiseerden ons direct, en achteraf bleek dat maar goed ook. Omdat wij relatief snel geautoriseerd waren om alle handelingen zelf te verrichten, mocht Ryu enkele maanden later met ons mee naar huis! Samen met de transferverpleegkundige van het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam, werd alles in gang gezet. Al direct bleek dat we gebruik moesten gaan maken van het PGB; dit konden we fysiek en financieel echt niet allemaal zelf opvangen. De zorg voor mijn zoon vraagt 24 uur per dag, 7 dagen per week nabijheid van een verpleegkundige of gespecialiseerd verzorgende. “Bij een simpele verkoudheid, moesten we soms wel 100 keer per dag ingrijpen.”

Feitelijk wordt deze zorg vanuit de Wijkverpleging geleverd. De zorg voor Ryu is echter zó specialistisch; deze mensen zijn ‘in de wijk’ echt niet te vinden. Daarbij: de zorg die thuis gegeven wordt moet op school (in het geval van Ryu regulier onderwijs) gewoon door kunnen gaan. Het gezin Van Diem is daarom gaan samenwerken met een klein team van verpleegkundig ZZP-ers, met ieder een eigen netwerk. “Zij bieden in de eerste plaats natuurlijk zorg aan Ryu. Maar minstens zo belangrijk is de structuur en duidelijkheid die zij bieden aan de hele omgeving: aan ons als ouders en aan de leerkrachten en klasgenoten op school. Daarbij regelen zij zelf de opvang tijdens vakantie, wat ons ook enorm ontlast.” Erg prettig en goed geregeld, dus.

Lastige materie
Natuurlijk gaan er zaken fout in het pgb traject; het is soms ook echt lastige materie. Olga: “Niet iedereen is capabel om een budget te beheren; zet zo iemand dan ook niet alleen aan het stuur. Er moet aan de vóórkant al veel beter worden gekeken of iemand zelf in staat is een pgb te beheren. Iemand toewijzen moet een bewuste keuze zijn, niet een gevolg van de regeltjes. En het is niet alleen het budgetbeheer wat soms lastig is, ook de jaarlijkse herindicatie vergt nogal wat. Maak het de budgethouder én alle betrokken instanties makkelijker door gebruik te gaan maken van het zogenaamde “1-loket” en voorkom daarmee dat de kwetsbare cliënten verstrikt raken in een web van formulierenstromen.”
Het mag voor zich spreken dat de intensieve zorg voor Ryu veel geld kost; alle betrokkenen hebben immers recht op een financiële vergoeding. Het pgb is daarom van ongekende toegevoegde waarde voor het leven van Olga en haar gezin. Als Olga, in aanloop naar dit interview, aan Ryu uitlegt wat het pgb is en hem vraagt wat het zou betekenen als deze vorm van financiering niet bestond, antwoordt hij verschrikt: “Dan kan ik niet naar school!”. Gelukkig voor Ryu is het pgb er wel, werkt het zoals het moet werken en kan hij, net als ieder ander kind in Nederland, gewoon naar school!

Meer ↓

Rapport (niet-)gecontracteerde zorg in de wijkverpleging (jan ’18)

Arteria Consulting heeft onlangs een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Bestuurlijk Overleg Wijkverpleging naar (niet)-gecontracteerde zorg in de wijkverpleging. Het rapport is door de minister aangeboden aan de Tweede Kamer. Het doel van de verkregen uitkomsten is om verbeteringen door te voeren in de contractering van de wijkverpleging. Voor het onderzoek zijn onder andere [...]

Arteria Consulting heeft onlangs een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Bestuurlijk Overleg Wijkverpleging naar (niet)-gecontracteerde zorg in de wijkverpleging. Het rapport is door de minister aangeboden aan de Tweede Kamer. Het doel van de verkregen uitkomsten is om verbeteringen door te voeren in de contractering van de wijkverpleging. Voor het onderzoek zijn onder andere zorgverzekeraars, zorgaanbieders, wijkverpleegkundigen en cliënten geïnterviewd.

Het rapport is door ZorgVisie middels een artikel onder de aandacht gebracht.

Het complete rapport en de brief van de minister aan de Tweede Kamer zijn ook openbaar.

Meer ↓

Gaat de zorg straks ten onder aan de polder? (dec ’17)

Om ons zorgstelstel te behouden staan we als zorgsector voor grote uitdagingen. Gelukkig is dat het nieuwe kabinet niet geheel ontgaan. Om daaraan het hoofd te bieden grijpt het regeerakkoord terug op een succesvolle methode uit het recente verleden: hoofdlijnakkoorden. Gezien de eerdere successen hiermee is dat een logische keuze. Maar komen we met deze […]

Om ons zorgstelstel te behouden staan we als zorgsector voor grote uitdagingen. Gelukkig is dat het nieuwe kabinet niet geheel ontgaan. Om daaraan het hoofd te bieden grijpt het regeerakkoord terug op een succesvolle methode uit het recente verleden: hoofdlijnakkoorden.

Lees het volledige artikel hier.

 

Meer ↓

Marcel Dopper neemt afscheid van Arteria (dec ’17)

Maar liefst 9 jaar heb ik, als senior adviseur en partner bij Arteria, met veel plezier en toewijding organisatieadvies gegeven in de gehandicaptenzorg. Nu is het voor mij tijd geworden om volledig in die sector te gaan werken, namelijk als bestuurssecretaris van Bartiméus. Afscheid nemen van Arteria voelt een beetje als afscheid nemen van familie, […]

Maar liefst 9 jaar heb ik, als senior adviseur en partner bij Arteria, met veel plezier en toewijding organisatieadvies gegeven in de gehandicaptenzorg. Nu is het voor mij tijd geworden om volledig in die sector te gaan werken, namelijk als bestuurssecretaris van Bartiméus. Afscheid nemen van Arteria voelt een beetje als afscheid nemen van familie, maar het biedt tegelijk ook een mooie gelegenheid om eens terug te blikken. Niet stoppen met lezen, want eigenlijk wil ik je meenemen in wat voor mij de logische vervolgstap is van De Bedoeling.

Van Binnen naar buiten

Inmiddels werkt iedereen in de gehandicaptenzorg binnen de driehoek cliënt-verwant-medewerker, oftewel volgens het gedachtengoed van De Bedoeling (Verdraaide Organisaties, Wouter Hart, 2012). Op de juiste manier van binnen naar buiten werken, in plaats van een systeemwereld die de leefwereld van cliënten en medewerkers bepaalt. Medewerkers denken mét cliënten en verwanten in plaats van vóór hen. Daar is het kwaliteitskader gehandicaptenzorg een mooi gevolg van. Dit kwaliteitskader sluit zo naadloos aan op werken in de driehoek volgens De Bedoeling, dat dit de enige veldnorm is die letterlijk door iedereen in de sector wordt omarmd! Hopelijk zal de verpleeghuiszorg dat snel ook gaan doen en zullen gemeenten ooit gaan afstappen van de rigide certificatie-eisen. Persoonlijk was de totstandkoming van dit kwaliteitskader voor mij het hoogtepunt in mijn adviescarrière: meewerken aan de ontwikkeling van iets écht goeds en dat vervolgens nog kunnen implementeren bij enkele instellingen ook.

Bestuurder, laat je gezicht zien

En dan: die logische vervolgstap. Wouter Hart zet het mooi uiteen in zijn opvolgende boek: “Loslaten is anders vasthouden”. Op het NVTZ congres “Mens en toezichthouden” ving ik op dat bestuurders en toezichthouders nu vooral meer gaan doen. Meer in dialoog met medewerkers en cliënten en zoveel mogelijk op de werkvloer zichtbaar zijn. Super goede voornemens, maar gaat het in De Bedoeling ook niet om zelfregie, zelforganisatie en vertrouwen? Afstand als kan en nabijheid als nodig, is op zijn plaats. Key is wel dat die nabijheid vertrouwen geeft aan de medewerkers en cliënten. Dus, bestuurders en toezichthouders: laat, met oprechte belangstelling, je gezicht zien en zet de less is more formule in. Vraag jezelf, je medebestuurder en toezichthouder of alle interne rapportage en verantwoording eigenlijk nog wel bij De Bedoeling past. Denk niet strak vanuit bestuurlijke verantwoordelijkheid, maar aan de toegevoegde waarde van rapporteren in de driehoek cliënt-verwant-medewerker. Uit de rapporten moet blijken wat nodig is voor het goed functioneren van de driehoek; meer informatie moet het niet bevatten. Pak een gum en schrap. Dan stuur je volgens De Bedoeling, en houd je vast door los te laten.

Bij Arteria werken de mensen van nature al vanuit De Bedoeling. Het zijn altijd de mensen die eerst komen, of dat nou de collega’s of de cliënten van klanten zijn. Een manier van denken en handelen die ik koester, en die ik ga meenemen in de rest van mijn carrière. Dat is althans wel mijn bedoeling..

Marcel Dopper

Meer ↓

Zorgevent 2017 “Accountable Care” groot succes! (dec ’17)

“Accountable Care: dé oplossing voor onze gezondheidszorg?” Die vraag stond centraal tijdens het zorgevent 2017, dat door Arteria Consulting samen met IBO Business School op donderdag 16 november werd georganiseerd in Leusden. Het model Met een korte introductie van het Accountable Care model opende Cor Calis de bijeenkomst. In het model, dat haar wortels heeft […]

“Accountable Care: dé oplossing voor onze gezondheidszorg?” Die vraag stond centraal tijdens het zorgevent 2017, dat door Arteria Consulting samen met IBO Business School op donderdag 16 november werd georganiseerd in Leusden.

Het model

Met een korte introductie van het Accountable Care model opende Cor Calis de bijeenkomst. In het model, dat haar wortels heeft in de Verenigde Staten, wordt de regie tussen zorgverlening, financiering en verantwoording nadrukkelijk bij de zorgprofessional gelegd. Doelstelling van Accountable Care is het reduceren van de zorgkosten met behoud van minimaal dezelfde kwaliteit. Dit door het stimuleren van zorgprofessionals, zorgorganisaties, patiënten, financiers en zorgnetwerken om de kwaliteit van zorg te verbeteren en efficiëntere procesinrichting middels intensieve samenwerking binnen afgebakende patiëntpopulaties. Hoog in het vaandel staan de waardering van de zorg door de cliënt en het terugbrengen en behouden van plezier in het werk bij de professional.

Sprekers in het kort

De avond was gevuld met interessante sprekers. Aan Marc Bruynzeels (directeur Jan van Es Instituut) de eer om af te trappen. Hij leidde de aanwezigen door de theorie van het model en langs begrippen als Triple Aim en Shared Savings. De theorie wist hij te bewijzen met enkele getoonde succesvolle voorbeelden uit Amerika, Engeland en Duitsland.

Met organisatiefilosoof Mieke Moor werd samen hardop gedacht wat het begrip ‘accountability’ nu eigenlijk inhoudt. Accountability is volgens Moor een woord vol ambiguïteit: het morele appèl om zo te handelen dat er ‘op je gerekend kan worden’, wordt al snel overschaduwd door het rekenen zelf.

Els van der Stelt (programmamanager Rivas Zorggroep) en Michèle van den Bragt (programmamanager MijnZorg) namen het publiek vanuit de theorie mee naar de praktijk. Hun gezamenlijk boodschap om Accountable Care te laten slagen was eenduidig: “Creëer een financieel veilige omgeving voor de samenwerkende partijen. Zorg daarnaast voor een ‘integrator’ die het project trekt, het vertrouwen krijgt en mandaat heeft.”

Via een livestream vanuit Amerika lichtte Patrick Charmel (directeur Griffin Hospital, een vooraanstaande deelnemer aan meerdere  Accountable Care Organisations) toe hoe de situatie in Connecticut is en welke ontwikkelingen hij heeft doorgemaakt vanuit zijn functie. Het ziekenhuis heeft de prikkels weten te veranderen van volume to value en is drie keer betiteld als ‘Top Quality Performer’ door de accreditatiecommissie van gezondheidszorgorganisaties in Amerika.

De avond werd afgesloten door Jan van Baardewijk. Hij nam als spreker en trainer van Zorgteamtraining de groep mee in vragen over verantwoorden buiten bestaande kaders, het aanwakkeren van gezond verstand en het herdefiniëren van verantwoordelijkheid in de zorg.

Conclusie

Het mag duidelijk zijn dat het gedachtegoed van Accountable Care zeker een oplossing kan zijn voor Nederland. De voorbeelden uit de praktijken tonen dat we veel met elkaar kunnen bereiken wanneer wij elkaar stimuleren en de (keten)zorg verbeteren vanuit de inhoud. Met dank aan de zeer diverse sprekers, die allen door het aanwezige publiek met uitstekende cijfers werden beoordeeld, hebben wij nog meer zicht gekregen op de veelzijdigheid en mogelijkheden van het Accountable Care model.

Meer informatie

Meer weten wat Accountable Care voor uw organisatie kan betekenen? Neem dan contact op met Cor Calis.

Meer ↓

MVO activiteit Arteria: Dankbaar dansen met ‘de oudjes’ (dec ’17)

Natuurlijk zijn wij vanuit ons vak enorm maatschappelijk betrokken. Weinig sectoren hebben zo’n grote maatschappelijke impact als de zorg en wij hebben het geluk elke dag te mogen bijdragen aan het verbeteren van de processen. Maar dat betrokken zijn doen we wel vanachter ons bureau, lekker veilig en beschut. En dat moest maar eens veranderen. […]

Natuurlijk zijn wij vanuit ons vak enorm maatschappelijk betrokken. Weinig sectoren hebben zo’n grote maatschappelijke impact als de zorg en wij hebben het geluk elke dag te mogen bijdragen aan het verbeteren van de processen. Maar dat betrokken zijn doen we wel vanachter ons bureau, lekker veilig en beschut. En dat moest maar eens veranderen. Zo vormde zich het plan om jaarlijks iets te gaan doen mét de cliënt. Het hele team omarmde dit plan en op papier was de stap dan ook makkelijk gezet. In de praktijk blijkt het echter een behoorlijke comfortzone-crusher.
Schoorvoetend voeg ik me bij mijn collega’s in de ‘reminiscentiekamer’ van Woonzorgcentrum De Wartburg in Utrecht. De kamer doet zijn naam eer aan: hij is ingericht alsof je veertig jaar terug gaat in de tijd met veel eiken en groen velours. We voelen ons duidelijk wat ongemakkelijk, keuvelen wat over de files en vragen elkaar fluisterend ‘weet jij wat we precies gaan doen?’.

de Wartburg, AxionContinu

Aanstekelijk enthousiasme

Gelukkig neemt Simone, de Medewerker Welzijn Ouderenzorg die ons ontvangt, dat gevoel snel weg. Ze vertelt dat ze na haar studie HRM geen zin had om achter een bureau aan beleid en strategie te werken. Pompiedom, dat is precies waar wij goed in zijn en wat we dus tot een uur geleden nog zaten te doen. Maar niemand zegt iets en haar enthousiasme werkt aanstekelijk: ze weet feilloos over te brengen hoe dankbaar haar beroep is. Desgevraagd legt ze uit dat haar grootste drijfveer schuilt in de kleine dingen die ze voor de cliënten kan doen: samen naar André Rieu kijken. Gymnastieken met een ballon. De beloning zit ‘m voor haar in de glimlach en soms zelfs de omhelzing die ze ontvangt. Verstandelijk begrijpen we haar, maar ons inleven lukt op dat moment nog niet echt.

Geen liefdadigheid maar werkelijkheid

Dansen. Mét de oudjes. Dat is wat we vandaag gaan doen, zo wordt ons door Simone verteld. De schrik slaat ons een beetje om het hart. Als we dat echt niet willen, mogen we ook gewoon koffie en thee schenken. Blij met deze escape grijpen we allemaal een kopje en koffiekan en serveren erop los. Helaas heeft de collega van Simone een ander plan: hij verzoekt ons hele team gezamenlijk een dansje te doen. Het zweet breekt me uit en houterig beweeg ik wat heen en weer op de dansvloer. Ons publiek klapt enthousiast mee op de muziek. Aangemoedigd door hun blije gezichten stappen we over onze gêne heen en vragen we hen ten dans. Ik raak aan de praat met een oude heer in een scootmobiel die zich voorstelt als ‘zeg maar Nico’. Hij kan helaas niet met me dansen, maar vertellen kan hij wel. Bijna een uur zit ik bij hem en luister ik naar zijn verhalen, terwijl mijn collega’s over de dansvloer zwieren. Vanuit haar stoel wijst een bewoonster naar de dansvloer en zegt: ‘Ach, kijk die leuke jongen daar eens dansen met die oude vrouw!’. Die ‘leuke jongen’ is mijn collega van 59 jaar. Maar wat is 59, als je zelf de 90 al lang bent gepasseerd? Ik schuifel met een dame van Indische afkomst die me erg aan mijn eigen moeder doet denken.  En ineens zijn deze mensen niet langer ‘cliënten’ voor me, maar mensen die allen mijn vader, moeder, opa of oma hadden kunnen zijn. Wat we hier doen is geen liefdadigheidsproject dat straks is afgerond; dit is de werkelijkheid zonder einddatum.

Zachtjes huilen

Naborrelend op een terras laten we de middag de revue passeren. We hebben gedanst, koffie geschonken, handen vastgehouden, rollators geparkeerd en genadeloos gezweet. We zijn gesloopt, maar dankbaar voor deze ervaring. Deze middag heeft ons respect voor de mensen die werken in de ouderenzorg nog verder vergroot. Wat een zware, maar ontzettend dankbare taak. Op weg naar huis denk ik terug aan mijn gesprek met meneer Nico. Aan hoe hij vertelde over zijn vader en zijn inmiddels overleden vrouw. Aan hoe hij steeds zijn vochtige ogen depte en ik me pas later realiseerde dat hij zachtjes huilde toen hij vertelde over zijn kinderen die hij, ondanks hun drukke leven, zo af en toe nog wel ziet. Aan hoe we samen moesten lachen toen hij zijn medebewoners ‘die oudjes’ noemde en zichzelf duidelijk niet zo zag. Bij het afscheid nemen kreeg ik een grote knuffel en een kus. Hij lachte en zwaaide naar me en bedankte me voor de gezellige middag.

De kleine dingen

Ik weet niet wie er dankbaarder was: meneer Nico omdat hij zijn verhaal kon vertellen, of ik omdat ik naar hem mocht luisteren. Simone heeft gelijk: de grootste waarde zit hem in de kleine dingen die we voor deze mensen kunnen doen.

 

Officemanager Angelica Branderhorst schreef deze blog over de MVO activiteit die Arteria onlangs mocht uitvoeren bij AxionContinu in Utrecht. De blog is ook te lezen op zorgwelzijn.nl

Meer ↓

Nieuw regeerakkoord voorziet niet in basisbehoeften ‘gewone Nederlander’ (nov ’17)

Kabinet Rutte III stelt er te zijn voor de ‘gewone Nederlander’. Maar geldt dat ook voor die circa 2 miljoen ‘gewone Nederlanders’ die werken in / te maken hebben met de Zorg? Jacco Aantjes en Cor Calis vragen het zich sterk af op Skipr.

Kabinet Rutte III stelt er te zijn voor de ‘gewone Nederlander’. Maar geldt dat ook voor die circa 2 miljoen ‘gewone Nederlanders’ die werken in / te maken hebben met de Zorg? Jacco Aantjes en Cor Calis vragen het zich sterk af op Skipr.

Meer ↓

Eerste uitkomsten zorgvraagzwaarte-indicator GGZ openbaar (nov ’17)

Sinds januari 2016 registreren zorgaanbieders in de GGZ de zorgvraagzwaarte-indicator. Arteria heeft in 2015 samen met de branchepartijen gewerkt aan de ontwikkeling en realisatie van deze indicator. In de zorgthermometer GGZ van 2017 toont Vektis de eerste uitkomsten van deze indicator. De zorgvraagzwaarte-indicator geeft informatie over de zwaarte van de zorg die patiënten nodig hebben. [...]

Sinds januari 2016 registreren zorgaanbieders in de GGZ de zorgvraagzwaarte-indicator. Arteria heeft in 2015 samen met de branchepartijen gewerkt aan de ontwikkeling en realisatie van deze indicator. In de zorgthermometer GGZ van 2017 toont Vektis de eerste uitkomsten van deze indicator.

De zorgvraagzwaarte-indicator geeft informatie over de zwaarte van de zorg die patiënten nodig hebben. Dit wordt door de zorgaanbieder bepaald op basis van de diagnose en situatie van de patiënt bij aanvang van de behandeling. Dit inzicht is voor zorgaanbieders en -verzekeraars belangrijk. Ten eerste kan de geleverde zorg van zorgaanbieders gerelateerd worden aan de gemiddelde zorgvraagzwaarte, mits het aantal patiënten voldoende groot is. Ten tweeden kan deze indicator door zorgverzekeraars gebruikt worden in de risicoverevening, waardoor verzekeraars met relatief veel zware ggz-patiënten een extra bijdrage krijgen om hun risico’s te compenseren.

De resultaten van Vektis tonen dat de zorgvraagzwaarte verschilt per aandoening. De meeste patiënten (51%) vallen in zorgvraagzwaarteklasse 4-5. 9% valt in de lichtste groep (1-3) en 14% in de zwaarste groep (6-7). 26% van de patiënten heeft zorgvraagzwaarte 0. Bij angst en aandachtstekort komen weinig mensen met de hoogste zorgvraagzwaarte voor. Bij schizofrenie, pervasieve stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen komen zwaardere zorgvraagzwaartes vaker voor.

Lees voor meer informatie de zorgthermometer, via de website van Vektis Intelligence.

Meer ↓

“Transformeer cliënt tot medewerker” (nov ’17)

Het langverwachte regeerakkoord werd recent eindelijk gepresenteerd. In de zorgparagraaf besteedt het akkoord expliciet aandacht aan het wegnemen van stigma in de geestelijke gezondheidszorg en het stimuleren van participatie. Dat wordt een zware opgave, aangezien uit SCP-onderzoek blijkt dat de helft van de bedrijven niet van plan is mensen met een beperking in dienst te […]

Het langverwachte regeerakkoord werd recent eindelijk gepresenteerd. In de zorgparagraaf besteedt het akkoord expliciet aandacht aan het wegnemen van stigma in de geestelijke gezondheidszorg en het stimuleren van participatie. Dat wordt een zware opgave, aangezien uit SCP-onderzoek blijkt dat de helft van de bedrijven niet van plan is mensen met een beperking in dienst te nemen.

Voor het verwezenlijken van het regeerakkoord hoeven we op dit punt nu eens niet naar Den Haag of naar de zorgverzekeraars te wijzen. Om deze ban te breken, moeten zorgaanbieders zelf het heft in handen nemen en het goede voorbeeld geven. Immers, ook zorginstellingen blijven achter bij de uitvoer van de participatiewet.

Begeleiden naar duurzaam en betaald werk

GGZ-instellingen hebben hiermee een ultiem middel in handen om weer eens met een positief geluid het nieuws te halen. De systematiek is uit de Verenigde Staten overgehaald en heet Individuele Plaatsing en Steun (IPS). IPS is een methodiek om psychiatrische patiënten te begeleiden naar duurzaam en betaald werk. Het concept is relatief eenvoudig en werkt volgens het principe ‘place then train’: eerst een baan en daarna gerichte training en begeleiding voor patiënt en werkomgeving. Oftewel: eerst poetsen, dan lullen.

De baten van een succesvol traject zijn helder: geen uitkering meer en, dankzij gegroeid zelfvertrouwen en sociaal netwerk, ook minder zorg. De financiering is echter complex. Het traject van werk zoeken en coaching on the job om de baan ook te behouden, is intensief en daarmee kostbaar.

De vraag is wie deze kosten moet dragen: het UWV (minder WW), de gemeente (besparing op de bijstand) of de zorgverzekeraar (lagere behandelkosten in de komende jaren).

Een poldervariant

Uiteraard zijn we in Nederland uitgekomen op een poldervariant waarin iedereen een beetje betaalt en de begeleidende GGZ-instelling er het minst van profiteert. Deze onzekere en versnipperde financiering remt de uitrol.

Toch groeit het aantal GGZ-instellingen met IPS-aanbod gestaag; van circa vijf in 2014 naar circa dertig in 2016. Het UWV stelt van 2017 tot 2021 in totaal 20 miljoen euro subsidie beschikbaar om 500 IPS-trajecten per jaar te bekostigen. In totaal zijn zeker al 7.000 mensen begeleid naar duurzaam betaald werk.

Slechts weinigen daarvan zijn in de zorg aan het werk gegaan. Dit terwijl het mes juist aan twee kanten snijdt als zorginstellingen de handschoen oppakken. Immers, door zelf op brede schaal als werkgever IPS-trajecten te bieden, kunnen ze meer profiteren van de steunregeling én kunnen ze tegelijkertijd voldoen aan de participatiewet.

Werkplekken binnen de zorg

De werkplekken kunnen gevonden worden binnen de zorg zelf, bijvoorbeeld bij een respijthuis: een veilige plek voor mensen met psychische kwetsbaarheid die het thuis even niet redden en worden begeleid door ervaringsdeskundigen. Maar de mogelijkheden zijn heel veel breder.

Slechts drie procent van de zorginstellingen stelt het hebben van medewerkers met een arbeidsbeperking als eis aan leveranciers. Deze methodiek biedt een unieke kans om de overeenkomst met het schoonmaakbedrijf, de cateraar en elke andere facilitaire dienst te verbreden.

De GGZ-sector kan een boost van haar imago op dit moment goed gebruiken. Leur dus niet eerst om geld, maar investeer vooruit. Maak een mooi gebaar en los het probleem van je gemeente(n) op: de GGZ zorgt niet alleen voor verwarde mensen, maar voor minder werkeloosheid, minder uitkeringen en meer sociale cohesie.

Dát is een signaal waarmee de sector de onderhandelingen voor het hoofdlijnenakkoord in kan!

Bovenstaande blog van collega Emile Petiet is ook gepubliceerd op BoardRoom ZORG.nl.

Meer ↓

Ter lering, vermaak en inspiratie (nov ’17)

Er gebeurt veel in zorgland, en dus ook bij Arteria! Over de belangrijkste en meest actuele zaken brengen wij jou graag voortaan weer op de hoogte via onze nieuwsbrief. Denk aan ontwikkelingen in de zorg, persoonlijk nieuws, of een invloedrijk project. Ter lering en vermaak, of ter inspiratie. Door kennis, ideeën en ervaringen te delen met […]

Er gebeurt veel in zorgland, en dus ook bij Arteria! Over de belangrijkste en meest actuele zaken brengen wij jou graag voortaan weer op de hoogte via onze nieuwsbrief. Denk aan ontwikkelingen in de zorg, persoonlijk nieuws, of een invloedrijk project. Ter lering en vermaak, of ter inspiratie. Door kennis, ideeën en ervaringen te delen met ons netwerk willen we jou inspireren.

Verschil tussen goed en béter

Bijna 13 jaar geleden startten wij Arteria Consulting, met als doel een waardevolle bijdrage te leveren aan een gezonde, zelflerende zorgsector waarin organisaties en zorgprofessionals de verbinding met elkaar zoeken. Als schakel tussen de zorgverleners, brancheorganisaties en financiers, verbinden wij leef- en systeemwereld met elkaar. Samen met onze opdrachtgevers willen wij het verschil maken tussen goed en béter, met als uitgangspunt de cliënt weer het gevoel van eigen regie te geven, in welk stadium van het zorgtraject dan ook.

Nieuwe website

Het is onmogelijk om in de nieuwsbrief alles met je te delen, terwijl zoveel het delen waard is! Op onze nieuwe website staat alles voor je op een rijtje. Je kunt er kennismaken met onze collega’s en een indruk opdoen van onze projecten. Uiteraard kun je er terecht voor onze werkvelden en specialisaties, zoals Accountable Care, Risicomanagement, Strategie en Innovatie.

Hartelijke groet, Martijn Mallie en Nico Baas

 

N.B.: nog niet ingeschreven voor de nieuwsbrief? Dit kan via ‘Altijd op de hoogte’ onderaan onze homepage.

Meer ↓

Weinig aandacht voor integriteit aan bestuurstafel (nov ’17)

De dynamiek in de zorgsector is op het ogenblik ongekend. Gevolg is een toenemend aantal verschillende risico’s waar een organisatie zich van bewust van en voorbereid op dient te zijn. Daarom heeft Arteria Consulting onderzoek gedaan naar de stand van zaken rondom risicomanagement bij zorgorganisaties. Hiervoor zijn verschillende diepte-interviews uitgevoerd en enquêtes gehouden bij [...]

De dynamiek in de zorgsector is op het ogenblik ongekend. Gevolg is een toenemend aantal verschillende risico’s waar een organisatie zich van bewust van en voorbereid op dient te zijn. Daarom heeft Arteria Consulting onderzoek gedaan naar de stand van zaken rondom risicomanagement bij zorgorganisaties. Hiervoor zijn verschillende diepte-interviews uitgevoerd en enquêtes gehouden bij zorginstellingen. Dit heeft geleid tot een goed beeld van de mate waarin grote en middelgrote instellingen risicobeheersing hebben geïntegreerd in de bedrijfsvoering.

Het Onderzoek
Uit het onderzoek kunnen we concluderen dat het risicomanagementbeleid bij veel instellingen is opgepakt en systematisch vorm en inhoud krijgt. Wel hebben veel instellingen met een meerhoofdige raad van bestuur risicomanagement niet bij één bestuurder belegd. Om te komen tot succesvol integraal beleid en uitvoering is dit van wezenlijk belang, omdat anders verantwoordelijkheden overlappen, dan wel juist leiden tot hiaten. Lees meer hierover in onze publicatie in Boardroom Zorg. Het grootste struikelblok qua risicomanagementbeleid ligt op dit moment echter bij de vraag hoe een risicocultuur binnen de organisatie te creëren in de zorg- en bedrijfsvoering, zonder in de reflex te vervallen van controles, (afvink)lijstjes en nóg meer administratie.

Aan tafel met Bestuurders
Om dit beeld te verifiëren en verder uit te diepen hebben we vanuit Arteria een aantal Ronde Tafels georganiseerd. Daaraan werden bestuurders gefaciliteerd om met elkaar in gesprek te gaan over de risico’s waar zorgorganisaties mee worden geconfronteerd, hoe men daarmee omgaat en wat men kan leren van collega’s. Doel is geweest om in gezamenlijkheid verdieping te zoeken op dit onderwerp. Het gezelschap van bestuurders aan de tafels werd aangevuld met directieleden en leden Raad van Toezicht. Hierdoor werd er vanuit verschillende invalshoeken naar de onderwerpen gekeken.

Uitkomsten

Integriteit
Aan iedere Tafel werd ‘integriteit’ het breedst besproken. Zoals uit het onderzoek blijkt is daar in de bestuurskamer relatief weinig aandacht voor, terwijl de impact van incidenten op dat gebied groot zijn. Belangrijke vraag is: wat houdt integriteit in.

Ondanks de onderlinge verbondenheid is tijdens het onderzoek onderscheid gemaakt tussen de persoonlijke integriteit van de bestuurder en de integriteit van de instelling. Om die twee samen te brengen is het van wezenlijk belang dat de bestuurder de dialoog aangaat met de medebestuurders, de raad van toezicht en de medewerkers. Daarmee krijgt het begrip vorm en inhoud. Expliciteer integriteit wat betreft gedrag en uitingen, koppel dat aan de kernwaarde van de organisatie en geef duidelijke kaders mee. Integriteit zit dus niet in checklijstjes, maar in een gedeeld normen- en waardenpatroon.

Bewustwording
Een ander veel besproken onderwerp is het vraagstuk hoe men als bestuurder risicomanagement van de bestuurstafel naar de werkvloer kan krijgen. Daarbij valt op dat in de zorg de zorgprofessionals voor hun eigen werk absoluut aan risicomanagement doen, zij het dan onbewust. In de bestaande professionele standaarden en protocollen wordt hier in feite al aandacht aan gegeven. Echter, dit is slechts gericht op hun eigen werk en minder in de keten waarvan zij onderdeel zijn. Deze procesrisico’s worden minder gezien en leiden vaak pas na incidenten tot ander gedrag. En ook op het gebied van informatieveiligheid is nog een wereld te winnen. Bewustwording en het juiste voorbeeldgedrag vormen de belangrijkste pijlers voor verbeteringen op dit gebied.

Afvinklijstjes
Een derde vraagstuk heeft betrekking op het operationaliseren van de governance code. Opvallend is dat de aanwezige bestuurders deze code onderschrijven en als positief ervaren. Reden hiervoor is dat de code met name een aantal principes beschrijft in plaats van (rigide) regels. Op basis van deze principes kan men het gesprek aangaan met de verschillende stakeholders, van Raad van Toezicht tot medewerkers, van zorgverzekeraar tot IGZ, hoe men richting geeft aan risicomanagement in de eigen organisatie. Alleen de wijze waarop men als bestuurder kan laten zien dat risicomanagement ook werkelijk binnen de organisatie een plek heeft, leidt nog tot de nodige discussie. Vraag is hoe je dit aantoonbaar kunt maken, zonder meer afvinklijstjes en formulieren waar niemand op zit te wachten. Dus hoe kun je nu expliciteren, zonder extra administratie, is de vraag? Bestuurders zien het antwoord op twee manieren; ten eerste goed kijken wat reeds afgeleid kan worden vanuit de bestaande registraties en ten tweede door het onderdeel te maken van de normale beleidscyclus.

Risicobereidheid
Een laatste onderwerp dat aan de orde is gekomen, is risicobereidheid. Uitgangspunt is dat risico’s nu eenmaal een gegeven zijn. Voor de bestuurder is van belang te bepalen welke risico’s men als organisatie en als bestuurder bereid is te nemen. Een mooi voorbeeld dat is genoemd was de bereidheid op een bepaald financieel risico te nemen middels het toestaan van overproductie versus het niet accepteren van risico’s op het gebied van patiëntenzorg. Op grond hiervan kunnen dan ook passende maatregelen worden genomen, waarbij de kans dat het gebeurt en de impact daarvan worden meegewogen.
Vervolgens is van belang dat over deze risicobereidheid een open gesprek wordt gevoerd met de raad van toezicht, maar ook met de eigen organisatie. Mooi bijkomend voordeel is dat je hiermee ook duidelijk laat zien waar je als bestuurder en als organisatie voor staat.

Conclusie

Het open karakter van de dialoog tussen bestuurders heeft geleid tot nieuwe inzichten, over en weer, over een vraagstuk dat iedere organisatie raakt. Consensus is dat er actie moet worden ondernomen om met name te komen tot een risicocultuur, waarin alle medewerkers (inclusief bestuurders) bewust met dit onderwerp omgaan. Daarbij is integriteit een sleutelbegrip, op grond waarvan risicomanagement geconcretiseerd kan worden.
En hoewel aantoonbaarheid een groot goed is, moet dit niet leiden tot meer lijstjes en administratie. Belangrijke vraag is om toch ‘in control’ te komen en blijven, dat aansluit op de bestaande praktijk.

Dus risicomanagement is een belangrijk ontwikkelingsgebied binnen de zorg, met de nodige uitdagingen voor de sector om het vorm en inhoud te geven.

 

Vraag op de werkveldpagina van risicomanagement het volledige rapport aan. Liever een keer persoonlijk contact over dit onderwerp?

Benader Jacco Aantjes via 06 535 722 18 of Jacco.aantjes@arteriaconsulting.nl

Meer ↓

Interview met ‘nieuwkomers’ Pauline en Emile (nov ’17)

Pauline en Emile zijn inmiddels 2 maanden aan het werk bij Arteria, een goed moment om te horen hoe zij de opstart ervaren. Beide zijn al ingezet op projecten en hebben de eerste kennismakingen met collega’s, het Arteria netwerk en het werkveld achter de rug. Aan Pauline: “Waarom ben je bij Arteria komen werken?” Ik heb […]

Pauline en Emile zijn inmiddels 2 maanden aan het werk bij Arteria, een goed moment om te horen hoe zij de opstart ervaren. Beide zijn al ingezet op projecten en hebben de eerste kennismakingen met collega’s, het Arteria netwerk en het werkveld achter de rug.

Aan Pauline:Waarom ben je bij Arteria komen werken?”

Ik heb al jaren een passie voor de zorgsector. Het is me met de paplepel ingegoten en ik ben zelf van huis uit ook zorgverlener. Vanuit het werken in de zorg zag ik waar verbeterpunten lagen en zag daardoor veel kansen. Met die gedachte ben ik achter de zorg gaan werken. De complexiteiten aan de achterkant van  de zorg maken het werk interessant en dynamisch. Als adviseur kun je op breed  niveau een bijdrage leveren aan de Nederlandse zorgsector waarbij de cliënt en zorgaanbieder centraal moeten staan. Arteria is een kleine partij, maar eentje met een groot hart voor de zorgsector.

Wat valt je op na de eerste maand?

De diversiteit aan projecten en inhoudelijke kennis van collega’s. Maar ook de passie waarmee projecten worden opgepakt. Als je hulp nodig hebt staat een Arteriaan altijd voor je klaar. De eerste maand was even pittig, er komt een hoop nieuwe informatie op je af. Maar door de collega’s en samenwerkingspartners was het goed te doen en leerzaam!

Wat zul jij gaan bijdragen aan het team? 

Met mijn inhoudelijke kennis van de zorg, bedrijfsvoering en informatiemanagement wil ik partijen samenbrengen en processen optimaliseren. Arteria en ik completeren elkaar, en samen sta je immers sterker.

Aan Emile:Waarom ben je bij Arteria komen werken?”

Als econoom in de zorg maak ik mij sterk voor robuuste financiering van goede zorg. Dat doe ik door zorgprofessionals en financials te spreken en hen samen verder te brengen. In tijden van marktwerking staat deze relatie regelmatig onder druk. Bij Arteria Consulting komt mijn passie voor de zorg en het verbinden van de zorg samen. Daarbij geven we niet alleen advies, maar kunnen we ook helpen bij de implementatie. We staan voor wat we adviseren.

Wat valt je op na de eerste maand?

Al in mijn eerste maand krijg ik daarin alle vrijheid én steun die ik wil. We zijn een klein adviesbureau, maar hebben veel kennis in huis. Bij iedereen is er de wil om elkaar te helpen en van elkaar te leren. Als adviseurs zijn we vaak bij klanten, maar samen vormen we een hechte club, waarin we stevig discussiëren en nog veel harder samen lachen.

Wat zul jij gaan bijdragen aan het team? 

Ik hoop de komende jaren een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan het succes van Arteria en haar klanten op het gebied van strategievorming en financiering. Hierbij kan ik terugvallen op mijn analytische vaardigheden en mijn jarenlange ervaring aan de onderhandelingstafel namens zorgaanbieder en zorgverzekeraar. Ik ben ervan overtuigd dat ik samen met de collega’s van Arteria mooie resultaten kan behalen voor onze opdrachtgevers.

Meer ↓

Het nieuwe regeerakkoord stimuleert afschuifgedrag in de zorg (nov ’17)

In het nieuwe regeerakkoord wordt van alles uit de kast gehaald om Nederland financieel gezond te houden. Maar waar het gaat over de échte gezondheid van ons allemaal, blijft het hangen op instrumentele aanpassingen die ons echt niet verder gaan helpen. Collega’s Cor Calis en Jacco Aantjes leggen op Skipr uit waarom niet.  

In het nieuwe regeerakkoord wordt van alles uit de kast gehaald om Nederland financieel gezond te houden. Maar waar het gaat over de échte gezondheid van ons allemaal, blijft het hangen op instrumentele aanpassingen die ons echt niet verder gaan helpen. Collega’s Cor Calis en Jacco Aantjes leggen op Skipr uit waarom niet.

 

Meer ↓

Arteria verzorgt workshop bij jaarevent Deltaplan Dementie (okt ’17)

Het jaarevent Deltaplan Dementie komt er aan op maandag 13 november in de Jaarbeurs in Utrecht. Een programma waarin bijdragen van de lidorganisaties een belangrijke plaats innemen. Arteria is sinds 2017 lid van het Deltaplan en verzorgt dit jaar één van de workshops. Wat kunt u zoal verwachten?  Allereerst een key-note programma met toonaangevende sprekers uit het dementieveld; […]

Het jaarevent Deltaplan Dementie komt er aan op maandag 13 november in de Jaarbeurs in Utrecht. Een programma waarin bijdragen van de lidorganisaties een belangrijke plaats innemen. Arteria is sinds 2017 lid van het Deltaplan en verzorgt dit jaar één van de workshops.

Wat kunt u zoal verwachten? 

Allereerst een key-note programma met toonaangevende sprekers uit het dementieveld; Philip Scheltens over kansen en uitdagingen van dementieonderzoek, Anne-Mei The, over het hoe en waarom van de sociale benadering bij dementie en Adelheid Roosen met een even unieke als inspirerende kijk op de omgang met mensen met dementie.

Daarnaast volgt u één van de parallelsessies over onderzoek, dementiezorg of de dementievriendelijke samenleving. Een uitgebreid workshopprogramma en een informatiemarkt maken het programma compleet. Uiteraard in een setting waarin volop gelegenheid is voor ontmoeting met uw collega’s; beleidsmakers, onderzoekers, zorgprofessionals, trainers en docenten en zorgverzekeraars.

Collega Malou van Bentum zal de workshop “Migranten met dementie: hoe komt deze doelgroep zo vroeg mogelijk in beeld?” verzorgen, in samenwerking met de stichting Amsterdamse Gezondheidscentra (SAG).

Op de website van het Jaarevent vindt u het voorlopige programma. De inschrijving is inmiddels gestart.

Meer ↓

Blog van collega Marcel Dopper op ICTmagazine.nl (okt ’17)

Een Elektronisch Cliënten Dossier (ECD) zonder handleiding, waarom is dat er eigenlijk niet? Dat vraagt onze collega (en tevens Apple-fan) Marcel Dopper zich af. In zijn blog die gepubliceerd is op ICTmagazine.nl daagt hij ECD ontwikkelaars uit een gebruiksvriendelijke ECD te ontwerpen, die geen handleiding nodig heeft. Net zoals veel van de elektronische apparaten van […]

Een Elektronisch Cliënten Dossier (ECD) zonder handleiding, waarom is dat er eigenlijk niet? Dat vraagt onze collega (en tevens Apple-fan) Marcel Dopper zich af.

In zijn blog die gepubliceerd is op ICTmagazine.nl daagt hij ECD ontwikkelaars uit een gebruiksvriendelijke ECD te ontwerpen, die geen handleiding nodig heeft. Net zoals veel van de elektronische apparaten van Apple en andere leveranciers, die wij zelf in ons dagelijks leven gebruiken. Zo kom je de gebruikers van het ECD tegemoet en zal het werken in een ECD niet als een noodzakelijk kwaad aanvoelen. Maar als een verlengstuk van je dienstverlening.

Lees de volledige blog op ICT magazine!

 

Meer ↓

Onze nieuwkomers bloggen met elkaar! (okt ’17)

Lisanne Puijk en Mischa Buter werken sinds begin dit jaar bij Arteria Consulting. Ze hebben beiden enkele jaren werkervaring en hebben nu gekozen voor een carrière als adviseur. Zij nemen u graag mee in de ontwikkelingen die zij doormaken en dat doen zij door te bloggen; een leuke manier om hen te leren kennen voor u […]

Lisanne Puijk en Mischa Buter werken sinds begin dit jaar bij Arteria Consulting. Ze hebben beiden enkele jaren werkervaring en hebben nu gekozen voor een carrière als adviseur.

Zij nemen u graag mee in de ontwikkelingen die zij doormaken en dat doen zij door te bloggen; een leuke manier om hen te leren kennen voor u en een goede manier om een netwerk op te bouwen voor hen.

Lees hun nieuwste blog hier

Meer ↓

Training Leren faciliteren van Risk Assessment (okt ’17)

In februari/maart 2018 wordt de Training Leren faciliteren van Risk Assessment weer verzorgd. Deze training gaat deels over de techniek die nodig is voor het voorbereiden uitvoeren en uitwerken van een RSA (met link naar een Control Framework), over persoonlijke kwaliteiten als facilitator en over de groepsdynamiek bij het uitvoeren van een RSA. Kortom, zowel soft […]

In februari/maart 2018 wordt de Training Leren faciliteren van Risk Assessment weer verzorgd. Deze training gaat deels over de techniek die nodig is voor het voorbereiden uitvoeren en uitwerken van een RSA (met link naar een Control Framework), over persoonlijke kwaliteiten als facilitator en over de groepsdynamiek bij het uitvoeren van een RSA. Kortom, zowel soft als hard skills komen aan bod.

Je leert een groep te faciliteren om risico’s (denk aan: strategische-, tactische-, operationele-, project- en/of productrisico’s) te identificeren en beoordelen. Je vergroot jouw impact door acties in te zetten ter voorkoming van directe en indirecte gevolgen voor het rendement en reputatie van de organisatie. Je leert veel over jezelf en de wijze waarop jij een groep het meest effectief faciliteert.

Wanneer: 7, 8 en 28 februari en 1 maart (10 dagdelen, op 7 en  28 februari ook avondprogramma) in Woudschoten (Zeist)
Kosten:    EUR 3.295 (ex btw, all in – dus inclusief hotel overnachting en alle maaltijden/consumpties)

De training is 40 PE uren waard voor mensen met een PE-verplichting.

Lees hier de Flyer en het trainingsoverzicht-4-daagse-rsa.

Interesse? Meld u hier aan

Meer ↓

Welkom Emile en Pauline! (sep ’17)

Sinds 1 september zijn Emile Petiet en Pauline Willemse toegevoegd aan het team van Arteria Consulting. Met Emile Petiet (1984) haalt Arteria een kenner binnen op het gebied van de ggz, farmacie en financiering van de zorg. Pauline Willemse (1989) wil met haar inhoudelijke kennis van zorg, bedrijfsvoering en informatiemanagement processen optimaliseren en partijen verbinden. Lees hun [...]

Sinds 1 september zijn Emile Petiet en Pauline Willemse toegevoegd aan het team van Arteria Consulting.

Met Emile Petiet (1984) haalt Arteria een kenner binnen op het gebied van de ggz, farmacie en financiering van de zorg. Pauline Willemse (1989) wil met haar inhoudelijke kennis van zorg, bedrijfsvoering en informatiemanagement processen optimaliseren en partijen verbinden. Lees hun volledige profiel op de adviseurspagina.

 

Als je wilt, kun je contact leggen met Emile (06-23152915) of Pauline (06-10531657)

Meer ↓

Integriteitsrisico’s zwaar onderschat (sep ’17)

Recent onderzoek door Arteria Consulting toont aan dat de gesignaleerde risico’s bij veel middelgrote zorginstellingen niet overeenkomen met de ervaren risico’s. De focus ligt ten onrechte sterk op potentieel financieel gevaar. In werkelijkheid blijken incidenten vaker voor te komen op het gebied van integriteit en proces. Verbeteringen zijn dus mogelijk, zeker als het gaat om […]

Recent onderzoek door Arteria Consulting toont aan dat de gesignaleerde risico’s bij veel middelgrote zorginstellingen niet overeenkomen met de ervaren risico’s. De focus ligt ten onrechte sterk op potentieel financieel gevaar. In werkelijkheid blijken incidenten vaker voor te komen op het gebied van integriteit en proces. Verbeteringen zijn dus mogelijk, zeker als het gaat om integraal beleid: de samenhang tussen domeinen en de daaraan gerelateerde risico’s.

Daarmee ontstaat een beeld van het verschil tussen hetgeen men verwacht en wat werkelijk heeft plaatsgevonden.

Het onderzoek heeft zich gericht op middelgrote instellingen in de VVT met baten tussen de €50 miljoen en €150 miljoen, en op de regionale ziekenhuizen die zijn aangesloten bij de SAZ (samenwerkende algemene ziekenhuizen). Het ging in totaal om 101 zorgorganisaties.

Het onderzoek is opgebouwd uit interviews, jaarverslaganalyse en een nieuwsanalyse. De interviews hebben plaatsgevonden bij 25 instellingen, verdeeld over het land. Ze zijn afgenomen bij bestuurssecretarissen, omdat zij een breed inzicht hebben in de eigen organisatie en de stand van zaken omtrent risicomanagement.

Door middel van de jaarverslaganalyse is in kaart gebracht welke risico’s zijn benoemd door instellingen. De nieuwsanalyse geeft inzicht in de incidenten die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

De categorieën waarin het verschil tussen gesignaleerde risico’s en daadwerkelijk incidenten het grootst is, zijn:

• Financieel:
32,6% van de in totaal 319 gesignaleerde risico’s wordt door instellingen gezien als financieel. Dat terwijl slechts 12,7% van de 237 opgetreden incidenten als financieel is gecategoriseerd.
• Integriteit:
Slechts 0,9% van de gesignaleerde risico’s valt hier onder, terwijl 6,3% van de incidenten die zich hebben voorgedaan hierin vallen.
• Proces (waaronder zorginhoudelijke zaken):
9% van de gesignaleerde risico’s behoren hier toe, terwijl 21,9% van de ervaren incidenten onder deze categorie vallen.

Het volledige beeld wordt geschetst in figuur 1. Daarin zijn ook andere categorieën meegenomen, zoals strategie, omgeving en compliance.

Figuur 1: Gesignaleerde risico’s en daadwerkelijke incidenten

Prioriteiten
Aangetoond is verder dat integraal risicomanagement sinds een aantal jaren bij een meerderheid van de bestuurders op de agenda staat, maar dat er sprake is van de nodige hiaten. In het onderzoek is onderscheid gemaakt naar drie niveaus. Niveau 1 houdt in dat risicomanagement slechts zeer beperkt wordt uitgevoerd. Bij niveau 2 heeft risicomanagement wel een plek in de PDCA-cyclus maar wordt er reactief gehandeld. Niveau 3 betekent dat de eerste stappen richting proactief risicomanagementbeleid zijn genomen, maar dat behoefte is aan verbetering. Zie figuur 2.

Figuur 2: Scores van integraal risicomanagement per categorie

Figuur 2 geeft inzicht in de mate waarin het beleid integraal is opgezet. De resultaten laten zien dat bij een meerderheid van de instellingen de communicatie (64%) en risicobeoordeling (56%) op orde is, maar ook dat slechts 32% van de instellingen op niveau 3 zit voor de categorie verantwoording en dat slechts 8% van de instellingen op niveau 3 zit voor de categorie risicocultuur.

Wanneer het, naast de inrichting, gaat om de beleving en verdere toepassing van integraal risicomanagement, wordt het beeld minder positief. In de interviews wordt aangeven dat risicomanagement regelmatig is vervallen tot het bijhouden van lijstjes en dat er alleen gerapporteerd wordt als daar om wordt verzocht. Dit houdt in dat het bijhouden van de risico’s en de voortgang van de beheersmaatregelen het onderspit delven als andere prioriteiten zich voordoen. In figuur 3 wordt dit duidelijk zichtbaar.

Figuur 3: Overzicht van de twee variabelen die de categorie risicocultuur vormen

Hier is te zien welke risicocultuur er binnen een organisatie heerst. Oftewel, in welke mate men zich bewust is van de risico’s die men neemt en welke maatregelen men daartegen kan nemen. Niveau 1 betekent dat men zich totaal niet bewust is en dus ook niet handelt. Op niveau 2 is er wel sprake van bewustwording voor de risico’s op het eigen domein (denk aan zorg, HR, financiën, IT en facilitair), echter er wordt alleen incidentgedreven / reactief gehandeld. Op niveau 3 worden risico’s meer in samenhang bekeken en wordt er in het gedrag ook (pro-actief) op geanticipeerd.

Blinde vlekken
Op grond van het gehele onderzoek kan worden geconcludeerd dat het risicomanagementbeleid bij veel instellingen is opgepakt en systematisch vorm en inhoud krijgt. Niettemin hebben veel instellingen met een meerhoofdige raad van bestuur het risicomanagement niet bij één bestuurder gecentraliseerd.

Om te komen tot succesvol integraal beleid en uitvoering is dit echter van wezenlijk belang, omdat anders verantwoordelijkheden overlappen, dan wel juist leiden tot blinde vlekken. Het grootste struikelblok ligt op dit moment echter bij de vraag hoe een risicocultuur binnen de organisatie te creëren in de zorg- en bedrijfsvoering, die aansluit bij de werkelijk ervaren risico’s zonder in de reflex te vervallen van controles, (afvink)lijstjes en nóg meer administratie.

Het onderzoeksrapport Risicomanagement kunt u opvragen op onze pagina werkveld risicomanagement.

Bovenstaande blog van collega’s Jacco Aantjes en Rob van Erp is ook gepubliceerd op BoardRoom ZORG.nl.

Meer ↓

“Laat ze niet staan!”, campagne van Samen dementievriendelijk (aug ’17)

Arteria steunt de Campagne “Laat ze niet staan” van Samen dementievriendelijk. Binnen onze organisatie verzamelen wij steunbetuigingen onder  medewerkers en bezoekers voor een dementievriendelijke samenleving, waarvoor wij en Samen dementievriendelijk ons hard maken. Want er leven op dit moment in Nederland 270.000 mensen met dementie. Het wordt volksziekte nummer 1 en dus krijgen we er […]

Arteria steunt de Campagne “Laat ze niet staan” van Samen dementievriendelijk. Binnen onze organisatie verzamelen wij steunbetuigingen onder  medewerkers en bezoekers voor een dementievriendelijke samenleving, waarvoor wij en Samen dementievriendelijk ons hard maken. Want er leven op dit moment in Nederland 270.000 mensen met dementie. Het wordt volksziekte nummer 1 en dus krijgen we er allemaal mee te maken; op ons werk, in de straat of in onze familie.

Wij zijn niet de enige organisatie die meedoet; ruim 100 andere organisaties, 75 AH-filialen en meer dan 150 ambassadeurs zetten zich om tijdens de campagneweken, 28 augustus tot 18 september, zoveel mogelijk steunbetuigingen op te halen.

Hoe wij als maatschappij omgaan met dementie is een belangrijk vraagstuk. In de Campagne ”Laat ze niet staan” laat Samen het belang van een dementievriendelijke samenleving zien. Een campagnefilmpje wordt verspreid via social media kanalen en een spotje op de landelijke en regionale televisie.

Het tijdstip voor de campagne is niet toevallig gekozen. Met de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 in het vooruitzicht is dit het moment om aandacht te vragen voor een dementievriendelijke samenleving. Hoe groter het aantal steunbetuigingen, hoe sterker het pleidooi bij gemeenten om meer begrip, aandacht en betere hulp te bieden aan mensen met dementie en hun mantelzorgers.

Samen dementievriendelijk is een samenwerking van Alzheimer Nederland, pensioenorganisatie PGGM en het Ministerie van VWS, in het kader van het Deltaplan Dementie. Bij de actie ‘Laat ze niet staan’ is ook de organisatie WeHelpen betrokken. Dit is een platform waar vraag en aanbod op het gebied van informele hulp en mantelzorgondersteuning elkaar kunnen vinden.

Steun jij deze actie? Teken de steunbetuiging op www.laatzenietstaan.nl

Meer ↓

Hoe wek je risicomanagement tot leven? (jul ’17)

Jacco Aantjes, adviseur bij Arteria consulting heeft in samenwerking met Rob van Erp van RobRisk een blog geschreven over risicomanagement. De blog is gepubliceerd op Skipr. Uit een recentelijk gevoerde ronde langs het zorgveld door beide heren blijkt dat risicomanagement veelal op de bestuurstafel blijft liggen. De uitdaging zit hem dan ook in de vertaalslag naar […]

Jacco Aantjes, adviseur bij Arteria consulting heeft in samenwerking met Rob van Erp van RobRisk een blog geschreven over risicomanagement. De blog is gepubliceerd op Skipr.

Uit een recentelijk gevoerde ronde langs het zorgveld door beide heren blijkt dat risicomanagement veelal op de bestuurstafel blijft liggen. De uitdaging zit hem dan ook in de vertaalslag naar de werkvloer. De vraag die in de blog gesteld wordt is: ‘Hoe gaat risicomanagement leven bij de zorgprofessional en het management?’

Benieuwd naar het antwoord? Lees de blog in zijn geheel hier op Skipr.

 

Meer ↓

Gemeenten moeten voorbeeld nemen aan verzekeraars! (jun ’17)

Adviseur Jacco Aantjes schreef in mei 2017 een blog over de administratieve lasten in de zorg door de wijze van uitvoering bij de gemeenten. In zijn verhaal noemt hij een aantal oorzaken van de administratieve lasten in gemeente land. Maar ook geeft hij een voorzet voor verbetering; Jacco roept gemeenten op om een voorbeeld te nemen aan de […]

Adviseur Jacco Aantjes schreef in mei 2017 een blog over de administratieve lasten in de zorg door de wijze van uitvoering bij de gemeenten.

In zijn verhaal noemt hij een aantal oorzaken van de administratieve lasten in gemeente land. Maar ook geeft hij een voorzet voor verbetering; Jacco roept gemeenten op om een voorbeeld te nemen aan de zorgverzekeraars en hun initiatieven tot uniformering over te nemen.

De blog is gepubliceerd op Skipr en in zijn geheel hier te lezen.

 

 

 

 

 

Meer ↓

Compacte vergelijking inkoopbeleid Wijkverpleging 2018 (mei ’17)

Zorgverzekeraars hebben net als ieder jaar op 1 april de contouren van het inkoopbeleid Wijkverpleging 2018 gepubliceerd. Wij hebben de beleidsstukken gebundeld tot een compacte vergelijking. Dit biedt betrokkenen een handig overzicht van de inkoopeisen van alle zorgverzekeraars. Naast het maken van de vergelijking geven wij graag weer wat de opvalt in het beleid ten […]

Zorgverzekeraars hebben net als ieder jaar op 1 april de contouren van het inkoopbeleid Wijkverpleging 2018 gepubliceerd. Wij hebben de beleidsstukken gebundeld tot een compacte vergelijking. Dit biedt betrokkenen een handig overzicht van de inkoopeisen van alle zorgverzekeraars. Naast het maken van de vergelijking geven wij graag weer wat de opvalt in het beleid ten opzichte van eerdere jaren.

In het algemeen valt op dat ‘doelmatige zorg’ steeds meer richting ‘zinnige zorg’ gaat, waarbij de nadruk ligt op preventie, vitaliteit en gezondheid. Uiteraard tegen de juiste verhouding kosten. De eigen regie van de verzekerde wordt door veel verzekeraars genoemd als belangrijk uitgangspunt.

Wat betreft de visie op wijkverpleging geeft een aantal verzekeraars heel specifiek aan de wijkverpleegkundige als spil in het web te willen ondersteunen. Een aantal andere verzekeraars vult het beleid veel meer in vanuit een bepaalde context (bijvoorbeeld zorgnetwerken) of speerpunten als casemanagement dementie en administratieve lastenverlichting.

Download vergelijking inkoopbeleid wijkverpleging 2018

Meer weten over wijkverpleging?
Stel uw vraag aan: René MeijerMischa Buter of Martijn Mallie

Meer ↓

Partnership met RobRisk voor risico management (apr ’17)

Arteria Consulting is voor risicomanagement een samenwerking aangegaan met Rob van Erp van RobRisk. Met de samenwerking ontstaat een sterke kennisimpuls in het risicodomein. Rob is zelfstandig adviseur en voormalig Hoofd Risk & Compliance bij Zilveren Kruis. Rob werkt sinds 1997 in het vakgebied en is eerder bij Ernst & Young, ABN-Amro en RBS actief geweest […]

Arteria Consulting is voor risicomanagement een samenwerking aangegaan met Rob van Erp van RobRisk. Met de samenwerking ontstaat een sterke kennisimpuls in het risicodomein. Rob is zelfstandig adviseur en voormalig Hoofd Risk & Compliance bij Zilveren Kruis. Rob werkt sinds 1997 in het vakgebied en is eerder bij Ernst & Young, ABN-Amro en RBS actief geweest op het gebied van financieel en operationeel risico management.

Meer ↓

“Mevrouw Schippers, bouw voort op verantwoorde zorg”, ingezonden brief (apr ’17)

In de aanloop naar 15 maart jongstleden, met alle politieke beloftes en principiële stellingnames van dien, heb ik mij de vraag gesteld: waar heeft de zorg in Nederland de komende jaren behoefte aan om de kernwaarden van het systeem te behouden: toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid? Geachte mevrouw Schippers, Beste Edith, Nu u gestart bent met […]

In de aanloop naar 15 maart jongstleden, met alle politieke beloftes en principiële stellingnames van dien, heb ik mij de vraag gesteld: waar heeft de zorg in Nederland de komende jaren behoefte aan om de kernwaarden van het systeem te behouden: toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid?

Geachte mevrouw Schippers, Beste Edith,

Nu u gestart bent met het opstellen van het nieuwe regeerakkoord wil ik u een aantal handvatten meegeven, om uw visie op de ontwikkeling van de Nederlandse zorg te verbreden.

De gezondheidszorg is elke verkiezing weer een onderwerp waar partijen zich mee willen onderscheiden. Zo ook deze keer, met belangrijke onderwerpen als het eigen risico, de eigen bijdrage en de positie van de patiënt, met daaraan gerelateerd vragen over marktwerking, de positie van zorgverzekeraars en de rol van de zorgprofessionals. Enkele partijen pleitten voor een Nationaal Zorgfonds als oplossing tegen bureaucratie en geldverslindende concurrentie, terwijl andere partijen meer heil bleven zien in de marktwerking, met daarin een duidelijke rol voor de zorgverzekeraar.

Rust

Onvrede over de zorg lijkt de algemene tendens te zijn, zo blijkt uit de vele media-uitingen. Onvrede over de stelselwijzigingen, inefficiënte samenwerking tussen instanties en vooral over de kwaliteit van de zorg. Denk aan het manifest van Hugo Borst en de berichten rondom het verpleeghuis van de moeder van Martin van Rijn.  Een veelgehoorde kreet is dan ook: Het moet anders en beter!

Maar, is dat ‘anders’ wel hetgeen waar ons land momenteel behoefte aan heeft? De discussie moet vooral gaan over waar we heen willen met de zorg en of we bezig zijn het goede te doen. Daarin speelt rust om te kunnen (door)ontwikkelen een centrale rol. Een rigoureuze stelselwijziging past daar niet in. We moeten ons richten op behouden en verbeteren, in plaats van wéér veranderingen door te voeren voordat de vorige ingrijpende verandering überhaupt een kans van slagen heeft gekregen.

Impasse doorbreken

U staat voor een schone taak, mevrouw Schippers. Enerzijds moet geïnvesteerd worden in betere kwaliteit van zorg en anderzijds moeten de kosten naar beneden. Deze paradox moet een uitwerking krijgen in een versplinterd politiek landschap.

Maar deze ogenschijnlijke impasse is te doorbreken: in het maatschappelijk debat zien we een verschuiving van focus op zorgkosten, naar de focus op resultaten, uitkomsten en gezondheidswinst. De onderwerpen toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg komen weer samen.

Een manier om deze ingeslagen weg uit te bouwen, is het creëren van verantwoorde zorg. Ook wel Accountable Care genoemd. Dit is een model dat uitgaat van een groep zorgaanbieders die samen de zorg organiseren en leveren. De zorgverzekeraar kent deze groep het totale budget toe per zorggebruiker, dat omgaat in de deelbudgetten van de deelnemende partijen. De samenwerkende zorgaanbieders leggen ook gezamenlijk verantwoording af over de kwaliteit en doelmatigheid van de geleverde zorg. Deze verantwoording leggen ze niet enkel af aan de financiers, maar eveneens aan de patiënten.

Preventie

Hierdoor ontstaat een gedeelde verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en betaalbaarheid van de geleverde zorg. Gevolg is dat het accent wordt verschoven van productie (behandeling) naar preventie. Daarbij staat de patiëntervaring voorop: levert de behandeling waarde op voor de individuele patiënt? In het Amerikaans: from volume to value.

In de VS is men er in geslaagd om, door middel van dit model, de groei van de zorgkosten op een stabiel niveau te krijgen, waar eerder jaarlijks een enorme toename van kosten plaatsvond. Het is een model waarbij de zorgprofessional wordt erkend in haar professionele autonomie en de patiënt mede regie krijgt over de behandeling. Door deze ‘shared-decision-making’ verbetert de relatie tussen de zorgprofessional en patiënt.

Regeerakkoord

Met het oog op het nieuw te vormen regeerakkoord zijn wij ervan overtuigd dat de nieuwe coalitie zich zou moeten kunnen vinden in bovenstaande boodschap. Leuzen als ‘Minder macht voor de verzekeraars’ en ‘Afschaffen van het eigen risico!’ kunnen hier eveneens een plaats in krijgen, maar de vraag is of het gesprek daarover zou moeten gaan.

De maatschappelijke opdracht voor alle partijen is om uit de bestaande paradigma’s te treden en echt een verandering in te zetten. Een polemiek kan verfrissend en soms noodzakelijk zijn, maar laten we wanneer het om zorg gaat, gewoon maar eens gezamenlijk de schouders eronder zetten!

Cor Calis

Deze blog werd ook op Skipr gepubliceerd.

Meer ↓

Ronde Tafel Risicomanagement (apr ’17)

In de maanden september en oktober organiseren wij voor bestuurders en directeuren uit de langdurige zorg, GGZ en ziekenhuiszorg een aantal Ronde Tafels. We gaan met elkaar in gesprek over risicomanagement binnen zorginstellingen. Hoever is risicomanagement ontwikkeld binnen een instelling? In welke richting ontwikkelt risicomanagement zich? Waarom wordt het steeds belangrijker voor u en uw [...]

In de maanden september en oktober organiseren wij voor bestuurders en directeuren uit de langdurige zorg, GGZ en ziekenhuiszorg een aantal Ronde Tafels. We gaan met elkaar in gesprek over risicomanagement binnen zorginstellingen. Hoever is risicomanagement ontwikkeld binnen een instelling? In welke richting ontwikkelt risicomanagement zich? Waarom wordt het steeds belangrijker voor u en uw instelling? Tevens zullen wij tijdens deze bijeenkomst de resultaten van ons onderzoek Risicomanagement binnen zorginstellingen presenteren.

Wilt u bij deze Ronde Tafel aanwezig zijn? Laat het ons weten: ik heb interesse

Meer ↓

Whitepaper Accountable Care; achtergrond en theorie (apr ’17)

“Of je nu een patiënt, een zorgorganisatie, een zorgondernemer, wetgever of belastingbetaler bent, het is in ons gezamenlijk belang om een zorgsysteem te ontwikkelen dat betere zorg levert en de beschikbare zorggelden zo besteedt dat mensen gezonder worden. Het gaat om het verbeteren van de kwaliteit van zorg zoals we die nodig hebben en tegelijkertijd […]

“Of je nu een patiënt, een zorgorganisatie, een zorgondernemer, wetgever of belastingbetaler bent, het is in ons gezamenlijk belang om een zorgsysteem te ontwikkelen dat betere zorg levert en de beschikbare zorggelden zo besteedt dat mensen gezonder worden. Het gaat om het verbeteren van de kwaliteit van zorg zoals we die nodig hebben en tegelijkertijd om het verstandig inzetten van de beschikbare zorggelden.”

Deze uitspraak van Health and Human Services Secretary Sylvia M. Burwell van Medicare (2015) geeft aan dat in de Verenigde Staten de kosten van zorg beter en anders besteed moeten worden om de stijgende zorgkosten het hoofd te bieden. Om de kwaliteit van zorg te verbeteren en de toenemende zorgkosten te reduceren, wordt door Medicare ingezet op een nieuw zorgmodel: Accountable Care.

In Nederland hebben we, net zoals in Verenigde Staten, te maken met een vergrijzende bevolking, een toename van zogenaamde welvaartsziekten als dementie, obesitas en hypertensie en een stijging van de zorgkosten (Kwartel et al., 2012). Indien we met ons zorgsysteem op de huidige voet verder gaan, stijgen de kosten onacceptabel, uitgedrukt in percentages van het bruto nationaal product (VWS, 2011). Daarom zijn we in Nederland genoodzaakt te kijken naar modellen die enerzijds de zorgkosten reduceren en anderzijds de kwaliteit van zorg verbeteren en de focus op de cliënt weer terugbrengen.

In deze white paper gaan we allereerst kort in op de historie van het zorgsysteem in Nederland en beschrijven we hoe het huidige zorgsysteem eruit ziet. Daarna gaan we in op het Accountable Care-model. Vervolgens zetten we uiteen op welke wijze het Accountable Care-model kan worden toegepast in Nederlandse zorgorganisaties en wat er nog voor nodig is om dit daadwerkelijk te doen.

Download hier de white-paper-accountable-care-organisations

Meer ↓

Arteria sluit aan bij Deltaplan Dementie (mrt ’17)

Krachten bundelen tegen gevolgen dementie Het is inmiddels algemeen bekend: Nederland vergrijst en het aantal ouderen met dementie gaat de komende jaren fors toenemen. Deltaplan Dementie bundelt de krachten van de aangesloten organisaties om de gevolgen van die toename in goede banen te leiden, zowel voor de ouderen zelf als voor hun naasten. Wij zijn […]

Krachten bundelen tegen gevolgen dementie

Het is inmiddels algemeen bekend: Nederland vergrijst en het aantal ouderen met dementie gaat de komende jaren fors toenemen. Deltaplan Dementie bundelt de krachten van de aangesloten organisaties om de gevolgen van die toename in goede banen te leiden, zowel voor de ouderen zelf als voor hun naasten.

Wij zijn ervan overtuigd dat ideeën beter worden wanneer kennis, ervaringen en plannen met elkaar gedeeld worden: 1+1 is immers 3! Dit is ook de reden dat wij ons hebben aangesloten bij Deltaplan Dementie.

Samen met ons netwerk zetten we ons in voor goede en toegankelijke dementiezorg in Nederland. Wij dragen hier gericht aan bij door kennis te delen en verschillende zorgorganisaties met elkaar in contact te brengen. Zo ontstaat er een breed netwerk waarin zorgaanbieders elkaar gemakkelijk kunnen vinden en de persoon met dementie eerder op het netvlies komt van de juiste zorgaanbieder.

www.Deltaplandementie.nl

Meer ↓

“Blijft de zorg betaalbaar en bereikbaar na 15 maart?”, blogt Cor in Skipr (mrt ’17)

Waar vooraf werd gedacht dat het integratiedebat de verkiezingen zou domineren, blijkt de praktijk anders. Het zwaartepunt van de campagne ligt voornamelijk bij zorg, de positie van ouderen en de zogenaamde Nederlandse identiteit. Hoe dichter de datum van 15 maart nadert, hoe hoger de verkiezingskoorts oplaait. In vrijwel ieder televisieprogramma schuiven lijsttrekkers aan en geen […]

Waar vooraf werd gedacht dat het integratiedebat de verkiezingen zou domineren, blijkt de praktijk anders. Het zwaartepunt van de campagne ligt voornamelijk bij zorg, de positie van ouderen en de zogenaamde Nederlandse identiteit.

Hoe dichter de datum van 15 maart nadert, hoe hoger de verkiezingskoorts oplaait. In vrijwel ieder televisieprogramma schuiven lijsttrekkers aan en geen gesprek gaat voorbij zonder dat het onderwerp zorg aan bod komt.

Als het gaat om zorg en de ingenomen standpunten buitelen de partijen over elkaar heen op zoek naar de gunst van de kiezer. Hierbij ontbreekt het niet aan beloftes: de zorg wordt makkelijker toegankelijk en beter, terwijl het de kiezer minder gaat kosten. Geld lijkt geen enkele rol meer te spelen.

Lees de gehele blog van Cor op Skipr

Meer ↓

Vliegende start met workshop Proeftuin Kwaliteitskader (feb ’17)

De gehandicaptenzorg zet de toon in de langdurige zorg! De proeftuinen vernieuwd kwaliteitskader zijn een groot succes. Daar zijn alle betrokken partijen het over eens.  In de  proeftuinen wordt gewerkt aan en verantwoording afgelegd over kwaliteitsverbetering door vertellen en tellen op basis van de eigen zorgvisie. In 2017 gaan alle VGN-leden op deze stimulerende manier aan de […]

De gehandicaptenzorg zet de toon in de langdurige zorg! De proeftuinen vernieuwd kwaliteitskader zijn een groot succes. Daar zijn alle betrokken partijen het over eens.  In de  proeftuinen wordt gewerkt aan en verantwoording afgelegd over kwaliteitsverbetering door vertellen en tellen op basis van de eigen zorgvisie. In 2017 gaan alle VGN-leden op deze stimulerende manier aan de slag en zijn uniforme afvinklijstjes echt verleden tijd. Maar hoe doen we dat?

Tijdens de workshop ‘De Proeftuinen voorbij’ maakt u samen met Arteria een vliegende start met het vernieuwd kwaliteitskader.

Het vernieuwd kwaliteitskader is een prachtig streven, maar ook een echte uitdaging. In de proeftuinen van afgelopen jaar werd duidelijk dat het weliswaar erg stimulerend, maar ook veel werk is om de bouwstenen in te vullen, te analyseren en die samenhangend weer te geven in een kwaliteitsrapport. Cliëntgegevens, cliëntervaring en teamreflectie, oftewel de drie bouwstenen, hangen nauw met elkaar samen en moeten onderling op elkaar worden afgestemd. Bovendien vraagt het om tijdsinvestering: cliënten, verwanten, medewerkers medezeggenschap en stakeholders zijn intensief betrokken. Om over de externe visitatie nog maar te zwijgen.

De VGN ondersteunt de leden in 2017 hierbij, maar uiteindelijk moet u een eigen kwaliteitsrapport maken. Aanvullend op het ondersteuningsaanbod van de VGN, heeft Arteria een Vliegende Start workshop ontwikkeld, gebaseerd op de kennis en praktijkervaring die we in huis hebben. Arteria was betrokken bij zowel het landelijk ontwikkeltraject van het vernieuwde kwaliteitskader als de projectleider van twee proeftuinen.

Toegesneden werkwijze
In co-creatie met 5 tot 10 medewerkers van uw organisatie, gaan we een dagdeel aan de slag met de bouwstenen van het vernieuwd kwaliteitskader. We werken per bouwsteen stapsgewijs toe naar concrete ingrediënten voor uw eigen Plan van Aanpak. Geen blauwdruk, maar een op uw organisatie toegesneden werkwijze.

Voor meer informatie: informatiefolder-de-proeftuin-vliegende-start

Meer ↓

Benieuwd naar resultaten van proeftuinen vernieuwd kwaliteitskader Philadelphia en Sherpa? (feb ’17)

Arteria Consulting heeft in 2016 een aantal toonaangevende proeftuinen van het vernieuwd kwaliteitskader gehandicaptenzorg mogen begeleiden. We tonen u graag trots de resultaten van Philadelphia en Sherpa. Philadelphia: Bekijk de interactieve versie of een verdiepende versie van de kwaliteitsrapportage Sherpa: Bekijk het resultaat van het kwaliteitsrapport Meer weten over deze proeftuinen of [...]

Arteria Consulting heeft in 2016 een aantal toonaangevende proeftuinen van het vernieuwd kwaliteitskader gehandicaptenzorg mogen begeleiden. We tonen u graag trots de resultaten van Philadelphia en Sherpa.

Philadelphia: Bekijk de interactieve versie of een verdiepende versie van de kwaliteitsrapportage

Sherpa: Bekijk het resultaat van het kwaliteitsrapport

Meer weten over deze proeftuinen of benieuwd hoe wij u kunnen ondersteunen bij het ontwikkelen en implementeren van uw aanpak voor het vernieuwd kwaliteitskader? Neem dan contact op met Marcel Dopper.

Meer ↓

“Winst behalen met shared savings”, artikel in Skipr (jan ’17)

Alle westerse landen kampen met stijgende zorgkosten. De Verenigde Staten spannen hierin de kroon. Onder andere via de Affordable Care Act zijn maatregelen genomen die Nederland tot voorbeeld kunnen zijn. Een structurele uitgavegroei van 2,5 procent in de zorg, dat is de kern van de Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoorden voor 2012-2015. De uitwerking van de akkoorden lijkt succesvol voor […]

Alle westerse landen kampen met stijgende zorgkosten. De Verenigde Staten spannen hierin de kroon. Onder andere via de Affordable Care Act zijn maatregelen genomen die Nederland tot voorbeeld kunnen zijn.

Een structurele uitgavegroei van 2,5 procent in de zorg, dat is de kern van de Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoorden voor 2012-2015. De uitwerking van de akkoorden lijkt succesvol voor de beheersing van de zorgkosten. De introductie van het eigen risico en het terugdringen van de kosten van geneesmiddelen zijn hierin belangrijke pijlers. Keerzijde is dat in het publieke debat de kostenbeheersing het centrale thema is geworden, het patiëntenbelang sneeuwt onder. Onder bestuurders en professionals begint dit besef door te dringen. Een eerste reactie hierop is de introductie van het Value Based Healthcare-model in Nederland in 2014. In dit model wordt een afweging gemaakt tussen de aanvaardbare kosten van een medische behandeling, afgezet tegen medische uitkomsten en procesindicatoren. De patiënt wordt gezien als kosteneenheid, waarbij de kosten van de gehele behandeling van de patiënt worden berekend. Deze kosten worden afgezet tegen de medische uitkomst. …

Obama Care
Het begrip accountable care is in 2006 geïntroduceerd in de VS. In 2009 is het opgenomen in de Patiënt Protection and Affordable Care Act, beter bekend
als Obama Care. De aandacht voor de beleving van de patiënt binnen het behandeltraject krijgt hierin een belangrijke plek, zowel in de inrichting van de
zorg als in het beloningsmodel. Accountable care wordt verleend door een samenwerkende groep van zorgorganisaties, …

Lees hier het volledige artikel uit Skipr – Shared Savings (dec 2016).

Meer ↓

Arteria verbreedt partnership en adviesteam (jan ’17)

Oprichters en managing partners Martijn Mallie en Nico Baas hebben Cor Calis en Marcel Dopper met ingang van januari 2017 benoemd tot partner, waarmee het partnership van Arteria stevig wordt bestendigd. Cor, voorheen onder andere Directeur Zorg en Allianties bij het Flevoziekenhuis, richt zich voornamelijk op samenwerking binnen de zorgketens met het Accountable Care model […]

Oprichters en managing partners Martijn Mallie en Nico Baas hebben Cor Calis en Marcel Dopper met ingang van januari 2017 benoemd tot partner, waarmee het partnership van Arteria stevig wordt bestendigd.

Cor, voorheen onder andere Directeur Zorg en Allianties bij het Flevoziekenhuis, richt zich voornamelijk op samenwerking binnen de zorgketens met het Accountable Care model als design. Zijn ruime ervaring in de bestuurskamer bij onder meer het Havenziekenhuis, maakte het een logische keuze om hem bij het partnership te betrekken. Cor is sinds januari 2016 in dienst bij Arteria.

Marcel, in dienst bij Arteria sinds 2009, maakt al langer deel uit van het management. Door zijn toetreding tot het partnership verzekert Arteria zich van een langdurige samenwerking met een autoriteit op het gebied van sturen op kwaliteit, gehandicaptenzorg, governance en financieel beleid.

Naast de verbreding van het partnership is het adviesteam van Arteria per januari 2017 uitgebreid met 2 nieuwe adviseurs, Mischa Buter en Lisanne Puijk.

Mischa heeft na haar studies Psychologie en Sociologie te Groningen als beleids- en bestuursadviseur gewerkt bij zorgconcern Espria. Eerder heeft zij als project- en beleidsmedewerker Sociaal Domein gewerkt bij Gemeente Alkmaar.

Lisanne heeft, na het behalen van haar Master te Wageningen onderzoek gedaan bij het UMCU en de Yulius Academie, waarna zij actief is geworden binnen het sociaal domein te Rotterdam.

De komst van deze adviseurs betekent een brede aanvulling op de kennis en ervaring die Arteria inzet om de ambities van haar opdrachtgevers inhoud te geven.

Meer ↓

Proeftuinen vernieuwing kwaliteitskader gehandicaptenzorg zijn een groot succes! (dec ’16)

In 2016 hebben 24 gehandicapteninstellingen geëxperimenteerd met een nieuwe manier van kwaliteitsverantwoording: geen uniforme afvinklijstjes zonder context meer, maar op een manier die bij de organisatie past, laten zien hoe de visie voor cliënten wordt waargemaakt via tellen en vertellen. Arteria heeft met de VGN landelijk mee-ontwikkeld en daarna Philadelphia en Sherpa met succes begeleid [...]

In 2016 hebben 24 gehandicapteninstellingen geëxperimenteerd met een nieuwe manier van kwaliteitsverantwoording: geen uniforme afvinklijstjes zonder context meer, maar op een manier die bij de organisatie past, laten zien hoe de visie voor cliënten wordt waargemaakt via tellen en vertellen. Arteria heeft met de VGN landelijk mee-ontwikkeld en daarna Philadelphia en Sherpa met succes begeleid in de pilot.

In 2015 is door de VGN, samen met cliëntenorganisaties, Zorgverzekeraars Nederland, beroepsorganisaties, IGZ en VWS (verenigd in de Landelijke Stuurgroep Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg) een vernieuwd kwaliteitskader ontwikkeld. Arteria heeft hier voor de VGN aan meegewerkt. Het unieke van deze aanpak was dat er, in tegenstelling tot andere kwaliteitskaders, ruimte was voor instellingen om op een eigen manier aan te tonen hoe het staat met de kwaliteit van zorg en ondersteuning. Op die manier wordt echt verantwoord in het verlengde van verbeteren. Belangrijker nog, de pdca cyclus van cliënten en medewerkers komt centraal te staan.

De proeftuinen bestonden uit drie bouwstenen: individuele cliëntgegevens, cliëntervaringsonderzoek en teamreflectie. Deze werden in samenhang gebracht via een kwaliteitsrapport waarop vervolgens een externe visitatie plaatsvond.

Arteria was in de bevoorrechte positie om na het landelijk mee-ontwikkelen ook bij twee deelnemers de proeftuin te begeleiden: Sherpa en Philadelphia. Ieder had een aanpak die paste bij de organisatievisie en met eigen accenten:

  • Sherpa heeft gekozen om onder andere nieuwe kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen waardoor intern sturen op kwaliteit meteen gelijk is aan externe verantwoording hierover: zelf zien is laten zien.
  • Philadelphia heeft een database ontwikkeld waarin ruim 350 teamreflectieverhalen beschikbaar zijn voor de teams om van elkaar te leren. Deze database is ook beschikbaar voor alle stakeholders zodat ze kunnen zien hoe teams zich ontwikkelen, regelarm en volgens de bedoeling. Verder speelt het kwaliteitsrapport een belangrijke rol in de nieuwe afspraken tussen Menzis en Philadelphia zonder aanbesteding en maandelijkse controles maar op basis van vertrouwen en met verbetering van kwaliteit als gezamenlijk doel.

Deze organisaties hebben van medewerkers, collega instellingen en stakeholders veel complimenten gekregen over hun kwaliteitsrapport. We zijn er trots op daaraan meegeholpen te hebben.

Belangrijker is dat het ernaar uit ziet dat deze aanpak de nieuwe standaard wordt in de gehandicaptenzorg. De staatsecretaris van VWS heeft zich er in het laatste 2e Kamerdebat lovend over uit gelaten, Ronnie van Diemen van de IGZ heeft zich op het congres ‘een nieuwe generatie ouderen(zog) zeer enthousiast hierover uitgelaten en de landelijke stuurgroep Kwaliteitskader gaat met Zorginstituut Nederland in gesprek om hier vanaf 2017 de veldnorm van te maken.

Deze aanpak is overigens niet ontwikkeld voor de gehandicaptenzorg, maar kan een voorbeeld zijn voor de ouderenzorg en langdurige GGZ. Daar past deze aanpak prima. Het gaat er immers om dat cliënten op basis van een bepaalde (zorg)visie voor langdurige en regelmatig levensbreed ondersteuning kiezen voor een instelling. Dan moet je ook kunnen laten zien dat je die waarmaakt.

Nieuwsgierig of geïnspireerd? Wilt u ook een stimulerender manier van kwaliteitssturing invoeren die leef- en systeemwereld echt overbrugd? Neem dan contact met Marcel Dopper op.

Meer ↓

Arteria doceert! (dec ’16)

De Hogeschool Utrecht is gestart met een post-bachelor cursus Bedrijfskunde in Zorg. Arteria verzorgt de module Financiering in de Zorg. Marcel Dopper en Jacco Aantjes nemen u mee in het zorgstelsel en de financiering daarvan. Een greep uit de onderwerpen: Kostenbeheersing via de planning & control cyclus en PDCA cyclus Omzetverhoging door het zien en […]

De Hogeschool Utrecht is gestart met een post-bachelor cursus Bedrijfskunde in Zorg. Arteria verzorgt de module Financiering in de Zorg.

Marcel Dopper en Jacco Aantjes nemen u mee in het zorgstelsel en de financiering daarvan. Een greep uit de onderwerpen:

  • Kostenbeheersing via de planning & control cyclus en PDCA cyclus
  • Omzetverhoging door het zien en benutten van kansen via innovatie en zorgverkoop.

De cursus is bedoeld voor managers in de zorg en zij die dat willen worden. De cursus kan in zijn geheel worden doorlopen, maar de module Financiering in de Zorg kan ook los worden gevolgd. De module start begin maart 2017.

Meer weten, neem contact op met Jacco Aantjes of Marcel Dopper!

Meer ↓

Narratief leren (nov ’16)

Narratief coachen is een specifieke manier van begeleiden van het leerproces van de coachee. Hierbij is het verhaal de ontmoetingsplek, als werkruimte en als kader. In dit artikel staat ‘narratief leren’ centraal; het verwerven van inzicht in de wijze waarop je richting geeft aan je leven. Lees het volledige artikel van één van onze associés, Gea […]

Narratief coachen is een specifieke manier van begeleiden van het leerproces van de coachee.
Hierbij is het verhaal de ontmoetingsplek, als werkruimte en als kader. In dit artikel staat ‘narratief
leren’ centraal; het verwerven van inzicht in de wijze waarop je richting geeft aan je leven.

Lees het volledige artikel van één van onze associés, Gea Koren.

 

Meer ↓

De geschiedenis herhaalt zich, blog Jacco Aantjes (nov ’16)

Er is niks mis met het streven naar langere zorg in de thuissituatie, meer zelfredzaamheid en mantelzorg. Maar deze mogelijkheden hebben wel hun grenzen! Jacco Aantjes schrijft hierover op Zorgvisie.nl. Het is 1999 en in opdracht van staatssecretaris Vliegenthart gaat Marcel van Dam een ‘wachtlijstbrigade’ leiden. De zorgketen dreigt vast te lopen, omdat er te […]

Er is niks mis met het streven naar langere zorg in de thuissituatie, meer zelfredzaamheid en mantelzorg. Maar deze mogelijkheden hebben wel hun grenzen! Jacco Aantjes schrijft hierover op Zorgvisie.nl. Het is 1999 en in opdracht van staatssecretaris Vliegenthart gaat Marcel van Dam een ‘wachtlijstbrigade’ leiden. De zorgketen dreigt vast te lopen, omdat er te weinig plaatsen zijn in verpleeghuizen. Hierdoor kunnen zowel verzorgingshuizen, ziekenhuizen als revalidatieklinieken hun patiënten niet doorplaatsen.

Uiteindelijk is door een combinatie van maatregelen een uitweg gevonden. De onderlinge afstemming is verbeterd, de transferverpleegkundige geïntroduceerd, de mogelijkheden om zorg te verlenen in de thuissituatie zijn toegenomen, en de capaciteit in verpleeghuizen is uitgebreid.

Anno 2016 hebben de inkooprondes geresulteerd in het volgende beeld. Op alle fronten is qua volume en tarief minder zorg ingekocht. Daarnaast is de trend om intramurale capaciteit af te bouwen duidelijk waarneembaar. Of het nu in de ziekenhuiszorg, ggz, jeugdzorg of verpleeghuiszorg is, overal neemt het aantal bedden af. Het achterliggende adagium is meer en langer zorg in de thuissituatie, meer nadruk op zelfredzaamheid en vormen van mantelzorg.

Er is natuurlijk niets mis met dit streven. Maar er is wel een einde aan deze mogelijkheden. De zorg thuis, met daaraan verbonden de mantelzorg, kan niet het afvoerputje worden van zorgketen. De capaciteit en mogelijkheden hebben ook daar grenzen. Als die worden bereikt – wat dan? De eerste tekenen zijn al zichtbaar; bijvoorbeeld de groei van de wachtlijst dementie in de regio Eindhoven naar 200 cliënten, of in het Gooi, waar reeds 80 cliënten op de wachtlijst staan (bron: Alzheimer Nederland)

Het vraagt dan ook weinig voorstellingsvermogen om te zien wat ons de komende paar jaar te wachten staat. De eerste plek waar het gaat vastlopen is in de thuissituatie, als het ‘echt’ niet meer gaat. Dat zal leiden tot verhalen in de krant over schrijnende gevallen, met veel beschuldigende vingers naar een bepaalde instelling en een beetje naar Den Haag. Daarna komen de geluiden uit de ziekenhuizen. Het begrip ‘verkeerde bed’ kan weer worden afgestoft, omdat met name ouderen te lang in het ziekenhuis moeten blijven doordat ze elders niet terecht kunnen. In de slipstream zullen de gemeenten, revalidatieklinieken en de wijkverpleging zich gaan roeren en zo zijn we weer in 1999 beland…

Van lijden naar leiden

Wat als we nu wel leren van onze eigen geschiedenis? Ligt de sleutel dan niet bij de instellingen en de zorgverzekeraars sámen? Instellingen hebben de mogelijkheid het gesprek aan te gaan om tot lange(re)termijnafspraken te komen, in plaats van alleen te reageren op het volume- en prijsvoorstel vanuit de verzekeraar. Denk hierbij aan behoud van intramurale capaciteit, met eigen productieafspraken gericht op “overloop” vanuit andere instellingen. Creativiteit en een business case bieden samen een andere ingang voor de zorginkoop.

Zie ook het volledige artikel op Zorgvisie.nl

Meer ↓

“Grote verwachtingen van accountable care”, video interview Cor Calis (nov ’16)

De termen value based health care en accountable care zijn in Nederland nog relatief onbekend. Toch heeft Cor Calis er grote verwachtingen van. “Ik denk dat het ons veel mogelijkheden geeft om de patiëntgerichtheid weer terug te brengen in het zorgstelsel”, zegt de voormalig bestuursvoorzitter van het Rotterdamse Havenziekenhuis. Skipr sprak met Calis op de […]

De termen value based health care en accountable care zijn in Nederland nog relatief onbekend. Toch heeft Cor Calis er grote verwachtingen van. “Ik denk dat het ons veel mogelijkheden geeft om de patiëntgerichtheid weer terug te brengen in het zorgstelsel”, zegt de voormalig bestuursvoorzitter van het Rotterdamse Havenziekenhuis.

Skipr sprak met Calis op de toonaangevende technologiebeurs HIMSS in de VS. In zijn huidige hoedanigheid als partner bij Arteria Consulting en bestuurslid van Planetree NL maakt hij zich hard voor een meer patiëntgerichte zorgsector. Nederland is volgens Calis op de goede weg met het terugdringen van de zorgkosten.

“Hulde daarvoor”, zegt Calis, “maar we zijn wel een beetje de patiënt kwijt geraakt.” Calis denkt dat value based healthcare en accountable care, oftwel zorg die aantoonbaar meerwaarde heeft en een sector die deze kan verantwoorden, die patiënt kan terugbrengen in het stelsel. “Ik denk dat we daarmee de zorg weer kunnen laten draaien om waar het om gaat, om die patiënt”, aldus Calis.

Belonen

Ook aanwezig op de HIMSS is Patrick Charmel, CEO van het Griffin Hospital en voorzitter van Planetree Inc. Charmel heeft ruime ervaring met accountable care opgedaan in de Amerikaanse staat Connecticut. Samen met Cor Calis verzorgde hij een inleiding voor de Nederlandse Heliview-delegatie.

“De beloningsstructuren in de gezondheidszorg in de VS zijn al aan het verschuiven”, zegt Charmel, “van het belonen van volume naar het belonen van waarde. Dat stelt zorgaanbieders, zoals de mijne, voor uitdagingen. We worden gemotiveerd om kosten terug te dringen, terwijl de kwaliteit van zorg verbeterd. Ons heeft het gestimuleerd om een hele nieuwe set van vaardigheden te ontwikkelen om zorg te dragen voor een populatie. In plaats van ze te behandelen wanneer ze ziek zijn – al is dat nog altijd van belang – proberen we te voorkomen dat ze ziek worden en ze te helpen om gezond te blijven.”

Overheid

In de VS werd die ontwikkeling in gang gezet door de overheid. “De federale overheid heeft zich gerealiseerd dat zij als grootste inkoper van zorg eisen mag stellen aan de verantwoording vanuit het zorgstelsel”, zegt Charmel. “Dat heeft de overheid gedaan door meer transparantie te vragen over resultaten en daarna de goede resultaten en lange termijn kostenbesparingen ook financieel te belonen.”

Calis hoop dat dit in Nederland niet nodig zal zijn. “Ik zou het geweldig vinden als we daar zelf als zorginstellingen de regie in nemen. Niet wachten tot verzekeraars of het ministerie ons dat opleggen, want dan lopen we al achter, dan staan we 1-0 achter. Als we zelf de regie pakken – en we hebben nu het moment om het te doen, met een aantal zaken die ons worden aangeleverd zoals het horizontaal toezicht – kunnen we dat gaan doen met elkaar.”

Calis en Charmel hadden nog meer te zeggen over value based healthcare. Bekijk de video.

Meer ↓

“Accountable care dichterbij dan we denken?” Cor blogt in Skipr (nov ’16)

De implementatie van het Amerikaanse accountable care is in Nederland nog ver weg, zei Marc Bruijnzeels recent tegen Skipr. Maar het model is dichterbij dan we denken en niet voorbehouden aan de VS aldus Cor Calis in Skipr. Accountable care is in de VS een zorgmodel gebaseerd op een combinatie van zorgverlening en betaling. De […]

De implementatie van het Amerikaanse accountable care is in Nederland nog ver weg, zei Marc Bruijnzeels recent tegen Skipr. Maar het model is dichterbij dan we denken en niet voorbehouden aan de VS aldus Cor Calis in Skipr.

Accountable care is in de VS een zorgmodel gebaseerd op een combinatie van zorgverlening en betaling. De beloning voor de aanbieders is gebaseerd op kwaliteitsmetingen en verlaging van het totaal aan kosten voor een specifieke patiëntenpopulatie. Accountable care wordt verleend door een samenwerkende groep van zorgorganisaties of zorgverleners die samen de zorg aan die specifieke patiëntengroepen leveren. Bij accountable care worden verschillende beloningssystemen gebruikt, waarbij shared savings een belangrijk basisprincipe is. Binnen Accountable care legt de groep van aanbieders samen verantwoording af aan de patiënten en de contracterende partij over de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg die ze verlenen. Een groep zorgaanbieders die als zodanig samenwerkt vormt een Accountable Care Organisation.

Directeur Marc Bruijnzeels van het Jan van Es Instituut stelt dat implementatie van dit model in Nederland voorlopig nog niet te verwachten is. Vooral niet door de manier waarop ons zorgstelsel ingericht is. Als belangrijk struikelblok noemt hij de moeite die instellingen (en professionals binnen instellingen?) hebben met het loslaten van hun autonomie.

Cor denkt hier anders over. Benieuwd? Lees via deze link zijn gehele blog in Skipr

Meer ↓

“Value Based Healthcare en Accountable Care”, blog van Cor Calis (nov ’16)

“Is er verschil tussen Value Based Healthcare en Accountable Care voor de cliënt?”, Cor Calis blogt in Skipr Value Based Healthcare maakt een opmars in het denken rondom bekostiging van zorg in Nederland, terwijl Accountable care een nieuw begrip is. Beide brengen het patiënten perspectief in binnen de bekostiging van zorg, maar waar ligt het […]

“Is er verschil tussen Value Based Healthcare en Accountable Care voor de cliënt?”, Cor Calis blogt in Skipr

Value Based Healthcare maakt een opmars in het denken rondom bekostiging van zorg in Nederland, terwijl Accountable care een nieuw begrip is. Beide brengen het patiënten perspectief in binnen de bekostiging van zorg, maar waar ligt het onderscheid?

Lees het volledige artikel van Cor op Skipr.

Meer ↓

Vergelijking inkoopbeleid wijkverpleging 2017 (okt ’16)

In navolging van vorig jaar, heeft Arteria ook voor 2017 het inkoopbeleid van zorgverzekeraars vergeleken. De hoofdlijn van het beleid blijft ten opzichte van 2016 gelijk, namelijk het inkopen van kwalitatief goede en doelmatige zorg. Alleen, wat is goede en doelmatige zorg? In de wijkverpleging zijn onvoldoende uniforme en eenduidige criteria en eisen voor kwaliteit […]

In navolging van vorig jaar, heeft Arteria ook voor 2017 het inkoopbeleid van zorgverzekeraars vergeleken. De hoofdlijn van het beleid blijft ten opzichte van 2016 gelijk, namelijk het inkopen van kwalitatief goede en doelmatige zorg. Alleen, wat is goede en doelmatige zorg? In de wijkverpleging zijn onvoldoende uniforme en eenduidige criteria en eisen voor kwaliteit van zorg beschikbaar. Partijen zijn zoekende in het duiden van kwaliteit en doelmatigheid, en dat is te zien in het inkoopbeleid.

Bij de inkoop van goede en doelmatige zorg, zijn bepaalde basis criteria in het inkoopbeleid te onderscheiden. Zo dient een zorgaanbieder gebruik te maken van een digitaal classificatie systeem, dient voldoende hbo-5 verpleegkundig personeel aanwezig te zijn en werkt de zorgaanbieder samen met huisartsen, sociale wijkteams en ziekenhuizen.

De zorgverzekeraars kopen de zorg voor 2017 het liefst in bij bestaande zorgaanbieders die ook in 2016 gecontracteerd waren. In het inkoopbeleid wordt veelal genoemd dat voldoende wijkverpleegkundige zorg ingekocht kan worden bij bestaande zorgaanbieders. Hierbij gaat De Friesland nog een stap verder, zij contracteren alleen bestaande aanbieders, maar dan wel voor een periode van 2 jaar.

Voor de inkoop van kwalitatief goede zorg stellen zorgverzekeraars verschillende eisen. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van zorgverleners op basis van een minimum aantal (hbo) verpleegkundigen of een maximum aantal zorgmomenten. Daarbij worden ook eisen gesteld aan het meten van de kwaliteit. De kwaliteit kan gemeten worden door middel van een cliënttevredenheidsonderzoek of jaarlijkse monitorgesprekken.

Aan het doelmatig leveren van zorg, worden verschillende vormen van beloning gekoppeld. Een zorgaanbieders kan bijvoorbeeld een procentuele tariefopslag ontvangen wanneer de gemiddelde zorgkosten/zorgduur per patiënt lager zijn in vergelijking met andere zorgaanbieders. Zorgverzekeraars maken gebruik van verschillende modellen voor het berekenen, en daarmee het belonen, van de doelmatigheid.

De verschillende eisen in het inkoopbeleid toont dat zorgverzekeraars een duidelijke wens hebben om kwalitatief goede en doelmatige zorg voor de verzekerden te contracteren.  Het ontbreken van duidelijke richtlijnen op het gebied van kwaliteit, maakt dat de zorgverzekeraars samen met de bestaande zorgaanbieders zelf moeten bepalen wat goede zorg is. Dit kan voor zorgaanbieders lastig zijn, want de verschillende eisen kunnen ook tot verschillende uitkomsten leiden. Aan de andere kant biedt dit ook kansen voor de zorgaanbieder, deze kan bij zorgverzekeraars terugkoppelen welke eisen het beste de kwaliteit inzichtelijk maken.

Download: Vergelijking inkoopbeleid-wijkverpleging 2017 – Arteria Consulting

Download: Aanvullende toelichting zorginkoopbeleid wijkverpleging

Meer ↓

Arteria versterkt adviesteam met associés! (okt ’16)

Recentelijk hebben 12 organisatieadviseurs zich gelieerd aan Arteria Consulting. Door het brede scala aan kennis en ervaring dat Arteria met deze specialisten in huis heeft gehaald, kan op een nog breder en dieper niveau aan de wensen van onze opdrachtgevers worden voldaan. De geassocieerde adviseurs hebben allen uitgebreide ervaring in de zorg, variërend van procesverbetering, […]

Recentelijk hebben 12 organisatieadviseurs zich gelieerd aan Arteria Consulting. Door het brede scala aan kennis en ervaring dat Arteria met deze specialisten in huis heeft gehaald, kan op een nog breder en dieper niveau aan de wensen van onze opdrachtgevers worden voldaan.

De geassocieerde adviseurs hebben allen uitgebreide ervaring in de zorg, variërend van procesverbetering, organisatie(cultuur)veranderingen en beleidsvraagstukken. Jair Eckmeyer, onlangs geassocieerd, licht toe: “De collega’s van Arteria verbinden zich met hoofd, hart en handen en weten hun kennis om te zetten in meetbare resultaten. Ik werk hier binnen een hecht team van gepassioneerde professionals die gezamenlijk het verschil maken. Daardoor kan de opdrachtgever op haar beurt het verschil maken naar haar klanten.”

Meer ↓

Medisch Centrum Leeuwarden implementeert Epic (okt ’16)

Op 1 april 2016 was het zover, het nieuwe EPD/ZIS van Epic ging live in het Medisch Centrum Leeuwarden. Collega René Meijer ondersteunt het ziekenhuis als projectleider bij de DBC administratie. Deze implementatie is het grootste project ooit voor het Medisch Centrum Leeuwarden. Epic is een geïntegreerd pakket waarin de patiënt één medisch dossier heeft. […]

Op 1 april 2016 was het zover, het nieuwe EPD/ZIS van Epic ging live in het Medisch Centrum Leeuwarden. Collega René Meijer ondersteunt het ziekenhuis als projectleider bij de DBC administratie.

Deze implementatie is het grootste project ooit voor het Medisch Centrum Leeuwarden. Epic is een geïntegreerd pakket waarin de patiënt één medisch dossier heeft. Het biedt o.a. betere zorgkwaliteit, informatie-uitwisseling en onderzoeksmogelijkheden. Bekijk ook de video voor meer informatie over de invoering van Epic in het Medisch Centrum Leeuwarden: https://youtu.be/HNpRnb7WzI0

Meer ↓

Eerste Skipr Care & Cure Cycle Challenge succesvol! (okt ’16)

Samen met zijn ploeggenoten en de vele andere deelnemers aan de Skipr Care & Cure Cycle Challenge, heeft collega René Meijer maar liefst 4.000 euro bij elkaar gefietst. Deze opbrengst wordt gebruikt voor aanschaf voor een nieuwe electrocar voor de cliënten van Siza. Naast dit mooie resultaat wist de ploeg van René ook de derde plaats […]

Samen met zijn ploeggenoten en de vele andere deelnemers aan de Skipr Care & Cure Cycle Challenge, heeft collega René Meijer maar liefst 4.000 euro bij elkaar gefietst.

Deze opbrengst wordt gebruikt voor aanschaf voor een nieuwe electrocar voor de cliënten van Siza. Naast dit mooie resultaat wist de ploeg van René ook de derde plaats op het podium te bemachtigen. In alle opzichten een geslaagde dag en een resultaat om trots op te zijn!

Meer over de Skipr Care & Cure Cycle Challenge

Meer ↓

“Ruimte in bekostiging: wie durft?” Cor blogt in Skipr (okt ’16)

Al eerder heb ik op deze plek een pleidooi gehouden om serieus na te denken over de mogelijkheden van Accountable Care als model om de zorg in Nederland enerzijds betaalbaar te houden en anderzijds weer de moeite waard te maken: de patiënt weer terug als middelpunt en de medewerker weer de waardering en ruimte geven […]

Al eerder heb ik op deze plek een pleidooi gehouden om serieus na te denken over de mogelijkheden van Accountable Care als model om de zorg in Nederland enerzijds betaalbaar te houden en anderzijds weer de moeite waard te maken: de patiënt weer terug als middelpunt en de medewerker weer de waardering en ruimte geven die hij/zij verdient.

De pogingen hiertoe, onder andere in de door RIVM ondersteunde proeftuinen, stranden steeds op de onneembare horden in onze financiering.  Goede ideeën en bedoelingen leggen het af tegen de dreiging van omzetverlies. Er lijkt nu echter een mogelijkheid te ontstaan om dit tij te keren.

In haar brief aan de Tweede Kamer van 13 oktober jongstleden  kondigt de minister aan ruimte te maken voor experimenten met  zogenaamde vrije prestaties: declaraties die niet vastzitten aan één bepaalde sector maar die sectoroverstijgend kunnen zijn.

De minister schrijft onder andere dat een dergelijk experiment zorgvuldige invoering vraagt, waarbij transparantie voor patiënten, zorgaanbieders en verzekeraars een absolute voorwaarde is. Welnu: dit sluit zeer aan bij de kernwaarden van Accountable care. In dit model namelijk, stellen de aangesloten zorgorganisaties zich zonder uitzondering transparant op en leggen onderling en gezamenlijk verantwoording af over de kwaliteit en doelmatigheid van de geleverde zorg.

Uit de brief blijkt dat de NZa het advies aan de minister geeft om na te gaan of en hoe een experiment bijdraagt aan de substitutie van zorg tussen de verschillende domeinen,  waarbij onder andere keten- en uitkomstfinanciering en populatiemanagement instrumenten kunnen zijn. Zij belooft daarom de mogelijkheden en toegevoegde waarde van het financiering schotten overstijgend experiment nader te gaan onderzoeken.

De minister verdient steun van zorgaanbieders, gemeenten, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen om dit onderzoek snel van start te laten gaan. Bij voorkeur in een aantal goed afgebakende regio’s waarin zorgaanbieders elkaar goed kennen en er duidelijk één dominante verzekeraar is.

De betrokken partijen kunnen dan huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, revalidatieartsen en medisch specialisten vragen om gezamenlijk een voorstel te doen voor een bepaalde populatie, waarna met de betrokken patiëntenverenigingen en verzekeraars de criteria worden vastgesteld waarlangs wordt bepaald of de Triple Aim ( verbeterde patiëntervaring, beter aansluitende zorgketen zorg en verlaging van de kosten) behaald is.

Als deze experimenten goed uitpakken zou dit, met Accountable Care als uitgangspunt voor design, een belangrijke stap zijn op weg naar de revitalisering van ons zorgstelsel.

Wie durft zich te melden bij de minister?

Meer ↓

Accountable care in Nederland, presentatie Cor Calis – NL Versie- (okt ’16)

In april 2016 heeft Cor Calis een presentatie gegeven over Accountable care in Nederland op de diverse bijeenkomsten in Las Vegas (HIMMS), Zorg en ICT en het Planetree congres. De presentatie geeft een brede achtergrond van Accountable care, ontstaansgeschiedenis en toepassing. Meer weten over accountable care, Cor Calis staat u graag te woord. U kunt de […]

In april 2016 heeft Cor Calis een presentatie gegeven over Accountable care in Nederland op de diverse bijeenkomsten in Las Vegas (HIMMS), Zorg en ICT en het Planetree congres. De presentatie geeft een brede achtergrond van Accountable care, ontstaansgeschiedenis en toepassing.

Meer weten over accountable care, Cor Calis staat u graag te woord.

U kunt de presentatie Accountable care in Nederland downloaden.

Meer ↓

“Vrijgevestigde GGZ aanbieders goed op weg met declaraties” (sep ’16)

Onderzoek Arteria Consulting: “Declaraties die vrijgevestigde zorgaanbieders die generalistische basis ggz of gespecialiseerde GGZ aanbieden, zijn in overgrote meerderheid correct. Van alle declaraties in de ggz worden er gemiddeld 3% afgewezen omdat er (onbedoeld) een fout is gemaakt en meestal kan deze fout snel hersteld worden. Vrijgevestigden in de ggz wijken hierin niet bijzonder [...]

Onderzoek Arteria Consulting: “Declaraties die vrijgevestigde zorgaanbieders die generalistische basis ggz of gespecialiseerde GGZ aanbieden, zijn in overgrote meerderheid correct. Van alle declaraties in de ggz worden er gemiddeld 3% afgewezen omdat er (onbedoeld) een fout is gemaakt en meestal kan deze fout snel hersteld worden. Vrijgevestigden in de ggz wijken hierin niet bijzonder af van instellingen of de medisch specialistische zorg (MSZ).” Dat blijkt uit een rapport dat Arteria Consulting in opdracht van NIP, LVVP en NVvP heeft uitgevoerd naar rechtmatig declareren.

Het onderzoek is onderdeel van het programma rechtmatig declareren in de zorg van VWS. De GGZ aanbieders zien het belang van correct declareren en willen daarom de kans op fouten in declareren in de GGZ verder verminderen. Deze risico’s zitten onder anderen in de (onvolledige) verwijzingen, complexiteit in de regelgeving in de GGZ die tot verschillende interpretaties leidt, onduidelijke retourinformatie in softwaresystemen en verschillen in beleid en regels van zorgverzekeraars. Aanbieders, verzekeraars en overheid bespreken op 12 juli welke knelpunten komend jaar worden aangepakt en wie daarbij als trekker optreedt.

Verwijzingen naar de GGZ kunnen beter
Veel voorkomende fouten zijn onvolledige verwijsbrieven van bijvoorbeeld de huisarts. Hier kunnen belangrijke gegevens ontbreken zoals agb-code van de verwijzer, datum of een aanduiding of de cliënt naar generalistische basis GGZ of gespecialiseerde GGZ wordt verwezen. Het verkrijgen van een correcte verwijsbrief kost vaak veel tijd terwijl de cliënt formeel nog niet in behandeling mag worden genomen. Ook is het niet altijd duidelijk of er een nieuwe verwijzing nodig is als de cliënt bijvoorbeeld van gespecialiseerde ggz naar generalistische basis GGZ wordt verwezen of na afronding van een behandeling toch weer terug in zorg komt. Een deel van deze problemen kan worden verholpen door goed gebruik van het format verwijsbrief van de LHV door huisartsen en verduidelijking van regelgeving door de NZa.

Regelgeving generalistische basis GGZ
De in 2014 ingevoerde generalistische Basis GGZ (GBGGZ) leidt tot verschil in interpretatie van regels. Deze lijkt deels op de gespecialiseerde GGZ maar verschilt op enkele belangrijke onderdelen. Een spelregeltool met voor behandelaren begrijpelijke informatie kan hierbij al helpen de regels goed toe te passen. De beroepsverenigingen zullen samen met de NZa de informatievoorziening aan zorgaanbieders over de gbggz verbeteren.

Softwaresystemen verschillen onderling sterk
Er zijn veel verschillende softwarepakketten in omloop om zorg in de ggz te registreren en declareren. Het is voor vrijgevestigden onduidelijk wat de kwaliteit is van deze pakketten, in hoeverre deze pakketten fouten kunnen voorkomen en welk pakket voor hun praktijk het best is toegesneden. Een keurmerk voor deze softwarepakketten kan deze keuze ondersteunen. Een ander probleem is dat foutmeldingen waarop declaraties worden afgewezen voor zorgaanbieders vaak onbegrijpelijk zijn. Ook hanteren verzekeraars soms verschillende foutcodes of eigen foutcodes voor eigen regels. Een afgekeurde declaratie is dan moeilijk te corrigeren. Een gebruikersvriendelijke codelijst met duidelijke instructie om de fout te herstellen kan dit probleem oplossen.

Verschil in beleid van verzekeraars
Binnen de zorgverzekeringswet mogen verzekeraars eigen regels stellen over welke zorg ze onder welke voorwaarden vergoeden en tegen welk tarief. Omdat er 9 verschillende zorgverzekeraars zijn met verschillende labels en polissen kan dat een veelheid aan declaratievoorwaarden leiden die voor zorgaanbieders lastig zijn bij te houden. Zeker omdat ieder jaar opnieuw contracten worden afgesloten bij de meeste verzekeraars en cliënten ook overstappen van verzekeraar. Deels zijn deze verschillen in de declaratiesoftware te verhelpen. Meer uniformering en harmonisatie tussen het beleid van verzekeraars kan onbedoelde fouten zeker helpen voorkomen.

Over het onderzoek
Het onderzoek ‘optimalisatie registratie- en declaratieproces vrijgevestigde GGZ’ door Arteria consulting is uitgevoerd in opdracht van NIP, LVVP en NVvP en bekostigd uit het programma rechtmatige zorg van VWS. Doel van het onderzoek is om de meest voorkomende (risico’s) van registreren en declareren van vrijgevestigden in de ggz systematisch in kaart te brengen en concrete oplossingsrichtingen te formuleren om deze risico’s te minimaliseren. Arteria analyseerde hiervoor de declaratiegegevens van Vektis voor de ggz zorg over de afgelopen jaren. Daarnaast is er onder vrijgevestigden een enquête uitgevoerd naar welke risico’s zij zelf het vaakst voor zien komen. Met een respons van 140 geretourneerde enquêtes gaf dit een goed beeld over de sector heen. In diverse expertsessies met zorgaanbieders, verzekeraars en softwareleveranciers zijn deze analyses vervolgens doorgesproken en prioriteiten en oplossingen geformuleerd.

Meer ↓

Gastblog Zorg+Welzijn (aug ’16)

Collega Malou van Bentum is ook vrijwilliger in een woonzorgcentrum. Haar inspiratie voor de gastblog bij zorgwelzijn.nl haalde zij uit haar vrijwilligerswerk. Hoe kan je een waardevol gesprek aangaan met deze bijzondere doelgroep? Malou haar ideeën daarvoor en de volledige blog lees je hier.  

Collega Malou van Bentum is ook vrijwilliger in een woonzorgcentrum. Haar inspiratie voor de gastblog bij zorgwelzijn.nl haalde zij uit haar vrijwilligerswerk. Hoe kan je een waardevol gesprek aangaan met deze bijzondere doelgroep? Malou haar ideeën daarvoor en de volledige blog lees je hier.

 

Meer ↓

Minder lasten, meer zorg: het gaat om vertrouwen (mei ’16)

‘Vertrouwen’ is het sleutelwoord bij het terugdringen van onnodige administratieve lasten in de eerste lijn. Meer vertrouwen maakt dat we met minder regels toekunnen. En intensief met elkaar samenwerken, zoals de afgelopen maanden door alle betrokken partijen is gebeurd, draagt ook bij aan dat wederzijds vertrouwen. Dat bleek tijdens een druk bezochte bijeenkomst op woensdag […]

‘Vertrouwen’ is het sleutelwoord bij het terugdringen van onnodige administratieve lasten in de eerste lijn. Meer vertrouwen maakt dat we met minder regels toekunnen. En intensief met elkaar samenwerken, zoals de afgelopen maanden door alle betrokken partijen is gebeurd, draagt ook bij aan dat wederzijds vertrouwen. Dat bleek tijdens een druk bezochte bijeenkomst op woensdag 25 mei in het Haagse Nieuwspoort, waar de tussenbalans werd opgemaakt.

Over de hele linie was er een positief gevoel over de tot nu toe bereikte resultaten, maar we zijn er nog niet, was de boodschap. De komende maanden moet er hard worden doorgewerkt, om vóór het eind van het jaar voor de zorgverleners merkbare voortgang te boeken. Dat ‘huiswerk’ gaf ook minister Schippers mee, die de tot nu toe bereikte resultaten in ontvangst nam. Maar ze had ook een aanbod: ‘Als u tegen zaken aanloopt waar de overheid iets aan kan doen, geef dat dan ook aan. Niet voor niets zijn onze mensen ook betrokken bij dit traject.’

Petra van Holst, die de rapportage aan de minister aanbood, prees ook de grote inzet  van alle mensen die hierbij betrokken zijn: vertegenwoordigers van maar liefst 24 brancheorganisaties in de eerste lijn, zorgverzekeraars, de NZa en het ministerie van VWS. Zij onderstreepte dat deze manier van werken past in de visie van ZN: ‘Wij willen door samenwerking bouwen aan wederzijds vertrouwen én aan concrete resultaten. En we willen van ketenpartijen naar ketenpartners: integraal kijken en samenwerken, over de sectoren heen’.

Arteria Consulting adviseert ZN bij het traject.

Meer weten? Neem contact op met Martijn Mallie.

Publicatie van het rapport
Filmpje op website www.minderlastenmeerzorg.nl

Bron: website Zorgverzekeraars Nederland

Meer ↓

Het Zorginstituut bevordert goede uitvoering van de Wlz (mei ’16)

Het Zorginstituut bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door Wlz-uitvoerders. Dit doen ze door consequenties van beleidswijzigingen; normen en voorwaarden voor de uitvoering te stellen; en over uitvoeringsconsequenties van beleid te adviseren aan het ministerie van VWS. Arteria Consulting participeert hierin en ondersteunt het Zorginstituut bij meerdere dossiers. In [...]

Het Zorginstituut bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door Wlz-uitvoerders. Dit doen ze door consequenties van beleidswijzigingen; normen en voorwaarden voor de uitvoering te stellen; en over uitvoeringsconsequenties van beleid te adviseren aan het ministerie van VWS. Arteria Consulting participeert hierin en ondersteunt het Zorginstituut bij meerdere dossiers.

In samenspraak met de verschillende ketenpartijen (zorgaanbieders, zorgverzekeraars, zorgkantoren, CIZ, CAK, SVB) worden verbeterpunten of knelpunten voor de uitvoering gesignaleerd en waar mogelijk opgelost. Tevens wordt het ministerie pro-actief van adviezen voorzien over de huidige uitvoering, maar ook over domein overstijgende (Wmo en Zvw) zaken. Arteria Consulting is onder andere betrokken bij de ontwikkel agenda iWlz, het vormgeven van de governance en het opzetten van een nieuw sector overstijgend convenant.

Meer ↓

Resultaten tellen en vertellen, collega Marcel op Skipr (apr ’16)

Maak succes zichtbaar en vertel erover! Marcel Dopper legt uit waarom. Als er een sector is waar kwaliteit volledig verweven is in het DNA, dan is het de gehandicaptenzorg wel. Niets ten nadele van welke andere zorgsector, maar een cliënt van een gehandicapteninstelling is dat het grootste deel van zijn of haar leven en heeft […]

Maak succes zichtbaar en vertel erover! Marcel Dopper legt uit waarom.

Als er een sector is waar kwaliteit volledig verweven is in het DNA, dan is het de gehandicaptenzorg wel. Niets ten nadele van welke andere zorgsector, maar een cliënt van een gehandicapteninstelling is dat het grootste deel van zijn of haar leven en heeft ondersteuning nodig op alle aspecten van het leven. Levenslang en levensbreed dus. En daar hangt zo’n 40 jaar veel vanaf: opgroeien, leren, vrije tijd, meedoen, sporten, opleiding, werken en ga maar door. Dat je als sector die waardevolle ondersteuning kunt leveren, daar mag je trots op zijn en dat mag je laten zien. De gehandicaptensector is bescheiden en denkt meer proces- dan resultaatgericht. Tellen wordt niet zinvol gevonden, vertellen wordt daarentegen juist graag gedaan.

Bij gehandicapteninstellingen werken bevlogen mensen die dat vaak tientallen jaren doen. Zij kennen de cliënten door en door en hebben het geduld om jaar in jaar uit cliënten stap voor stap zich te laten ontwikkelen en meer regie over het eigen leven te laten nemen. Maar succesvolle gehandicaptenzorg is onzichtbaar. Want de cliënt doet een stap vooruit en de begeleider/instelling een stap terug. En dat ziet de samenleving niet altijd, laat staan financiers als zorgkantoren en gemeenten. Maar dat is wel nodig, want middelen zijn schaars en worden vaak verdeeld op kwaliteitscriteria.

Lees hier het volledige artikel op Skipr.

Meer ↓

Arteria ondersteunt pilot uitwisseling labgegevens (mrt ’16)

In 2015 is gestart met het project eLab. Doel is om de uitwisseling van labgegevens mogelijk te maken voor apothekers, zodat zij hun taak op het gebied van medicatiebewaking beter kunnen uitvoeren. Jacco Aantjes is de projectleider voor de pilot om vanuit de VZVZ dit vorm en inhoud te geven. Medicatiebewaking is zeer belangrijk in […]

In 2015 is gestart met het project eLab. Doel is om de uitwisseling van labgegevens mogelijk te maken voor apothekers, zodat zij hun taak op het gebied van medicatiebewaking beter kunnen uitvoeren. Jacco Aantjes is de projectleider voor de pilot om vanuit de VZVZ dit vorm en inhoud te geven.

Medicatiebewaking is zeer belangrijk in het kader van goede zorg. Meerdere studies hebben aangetoond dan medicatiefouten één van de grootste problemen is binnen de huidige zorgverlening. Daarom hebben apothekers ook een wettelijke taak om medicatiebewaking uit te voeren. Om dit op een adequate wijze te kunnen doen zijn actuele labwaarden van cruciaal belang. eLab heeft tot doel om op een juridisch juiste, technische uitvoerbare en praktisch werkbare wijze te zorgen dat apothekers deze gegevens gaan krijgen van de verschillende laboratoria in Nederland. Hiervoor wordt een pilot uitgevoerd, waarin dit kan worden ontwikkeld, zodat er een landelijk model ontstaat voor uitwisseling van deze gegevens via het landelijk schakelpunt.

Meer ↓

Bijeenkomst Herstel en Burgerschap (jan ’16)

Op 15 september 2015 vond in het Concertgebouw in Amsterdam de bijeenkomst “Herstel en burgerschap, persoonlijke verhalen die er toe doen”, plaats. Gelijktijdig met de Homeless World Cup, het wereldkampioenschap voetbal voor kwetsbare groepen mensen. Een bijeenkomst om met diverse betrokken partijen te praten over het verbeteren van de zorg aan deze kwetsbare groepen. Met […]

Op 15 september 2015 vond in het Concertgebouw in Amsterdam de bijeenkomst “Herstel en burgerschap, persoonlijke verhalen die er toe doen”, plaats. Gelijktijdig met de Homeless World Cup, het wereldkampioenschap voetbal voor kwetsbare groepen mensen.

Een bijeenkomst om met diverse betrokken partijen te praten over het verbeteren van de zorg aan deze kwetsbare groepen. Met de ondersteuning van deze evenementen viert Arteria Consulting haar 10-jarig bestaan.

Een impressie van deze bijeenkomst

Meer ↓

Impressie 10 jaar Arteria Consulting in Concertgebouw (jan ’16)

Deze impressie willen we u absoluut niet onthouden. Op 17 september 2015 vond in het Concertgebouw in Amsterdam de feestelijke bijeenkomst 10 jaar Arteria Consulting plaats. Gelijktijdig met de Homeless Worldcup, het wereldkampioenschap voetbal voor kwetsbare groepen mensen. Een prachtig evenement, waar Arteria Consulting partner van mocht zijn. Met diverse inspirerende workshops en een [...]

Deze impressie willen we u absoluut niet onthouden. Op 17 september 2015 vond in het Concertgebouw in Amsterdam de feestelijke bijeenkomst 10 jaar Arteria Consulting plaats. Gelijktijdig met de Homeless Worldcup, het wereldkampioenschap voetbal voor kwetsbare groepen mensen. Een prachtig evenement, waar Arteria Consulting partner van mocht zijn.

Met diverse inspirerende workshops en een bezoek aan een aantal wedstrijden van de Homeless Worldcup was het een zeer geslaagd evenement. Wij kijken met trots terug op deze bijeenkomst. Wij hopen dat u er ook van heeft genoten.

Impressie 10 jaar Arteria Consulting

Meer ↓

“Wat is relatie tussen veilige auto’s en de zorg?”, blog Jacco

Veilige auto’s vinden wij de normaalste zaak van de wereld. En zo denken we feitelijk al meer dan 30 jaar. In die tijd is er veel veranderd op dat gebied. Denk aan de verplichting van de autogordel en het kinderzitje. Daarnaast is de auto zelf ook veranderd van een metalen box naar een veiligheidsconstructie met […]

Veilige auto’s vinden wij de normaalste zaak van de wereld. En zo denken we feitelijk al meer dan 30 jaar. In die tijd is er veel veranderd op dat gebied. Denk aan de verplichting van de autogordel en het kinderzitje. Daarnaast is de auto zelf ook veranderd van een metalen box naar een veiligheidsconstructie met airbags en kreukelzones. Dit alles onder invloed van de technische mogelijkheden en toenemende snelheden, maar ook door de veranderende publieke opinie en toenemende verkeersdrukte. Wat heeft dit met zorg te maken?

Het voorbeeld van de auto is een klassieke casus van toegepast risicomanagement. De omgeving verandert continu, en op alle aspecten acteert men in samenhang. In zorgland worden de meeste risico’s als aparte fenomenen benaderd. Want als het gaat om een nieuwbouwproject houdt men voornamelijk het financiële risico in de gaten, met name vanuit het perspectief van financiering. Gaat het om de inhoudelijke kwaliteit van zorg, dan is dat aan de professionals, ondersteund door een afdeling Kwaliteit. Zijn het risico’s op het gebied van brandveiligheid, bewaking en ook gevaarlijke stoffen, dan behoort het aan Facilitaire zaken. Heeft het te maken met informatieveiligheid, dan mag ICT het opknappen. En ziet men risico’s met betrekking tot het imago van de instelling, dan ligt het bij een afdeling Communicatie.

Maar de zorgwereld ondergaat (te) snel metamorfoses. En in een snel veranderende wereld voldoet de wijze van gedifferentieerd risicomanagement niet meer. Immers, een probleem in één van de voornoemde gebieden, heeft een direct effect op alle andere domeinen. Even een hypothetisch voorbeeld: een aantal digitale dossiers blijkt door een journalist te zijn meegenomen op een USB-stick. Dit lijkt natuurlijk een probleem van informatieveiligheid en dus ICT. Echter, de impact hiervan is vele male groter. Het heeft kunnen plaatsvinden omdat ruimtes te makkelijk toegankelijk waren (Facilitair), de imagoschade is enorm (Communicatie), waarbij ook de zorgverzekeraar en de IGZ haar vragen gaan stellen (met mogelijk financiële consequenties) en het vertrouwen in de zorg een forse deuk oploopt.

Het wordt dus hoog tijd om risicomanagement in de zorg als integraal onderwerp op te pakken. Juist de samenhang van risico’s en vooral de maatregelen om deze te beteugelen, moeten hierin centraal staan. Als zorgonderneming loop je risico’s, dat is een gegeven en deze gevaren nemen alleen maar toe. Daarbij zijn twee zaken van belang om op het hoogste niveau op te pakken: een bewustwording van de integraliteit van de risico’s en beantwoording van de vraag hoeveel en welke risico’s nog acceptabel zijn en hoe deze dan beheerst kunnen worden. Dit vormt namelijk de leidraad voor de risicodiscussie die door de gehele organisatie zal moeten worden gevoerd.

Want wellicht speelde u in de jaren zeventig ook op de hoedenplank van de auto van uw ouders, of zat u lekker tussen de voorstoelen mee te kijken met het rijden. Als u nu een klein kind los op de achterbank ziet zitten, denkt u dan met weemoed terug aan die tijd of vooral aan wat er kan gebeuren wanneer er hard wordt geremd?

Nico Baas en Jacco Aantjes

Deze blog is ook gepubliceerd in Boardroom Zorg

Meer ↓

Vul uw zoekopdracht in en druk op Enter.