035 629 5963

Arteria verzorgt de Workshop Prinsjesdag 2019

De regio is dé plek waar de zorg georganiseerd dient te worden volgens de plannen van het kabinet. De begroting van het ministerie van VWS voor 2020 en de vele verschillende stimuleringsregelingen en projectgelden geven aan dat het kabinet echt iets in beweging wil zetten in de zorg. De vraag die VWS stelt is: hoe […]

De regio is dé plek waar de zorg georganiseerd dient te worden volgens de plannen van het kabinet. De begroting van het ministerie van VWS voor 2020 en de vele verschillende stimuleringsregelingen en projectgelden geven aan dat het kabinet echt iets in beweging wil zetten in de zorg. De vraag die VWS stelt is: hoe houden we, op de lange termijn, de zorg goed en toegankelijk voor iedereen? In antwoord hierop zal VWS in de zomer van 2020 een contourennotitie uitbrengen. Hierin willen ze op grond van regiogericht beleid aangeven hoe de zorg betaalbaar, organiseerbaar en op de juiste plek kan worden geboden. De antwoorden liggen voor een groot deel bij u, als speler in de zorg.  

 Arteria biedt de Workshop Prinsjesdag 2019 aan. Het doel van de workshop is om u te informeren over de inhoud van de kabinetsplannen, de verschillende stimuleringsregelingen en initiatieven op landelijk niveau. Vervolgens bepalen we samen met u de impact van de verwachte maatregelen en wijzigingen op uw organisatie en hoe u hier op kunt voorsorteren.

Programma

Tijdens deze workshop zetten wij de verwachte veranderingen uiteen en gaan in op de maatregelen die specifiek voor uw organisatie of uw klanten relevant zijn. Vervolgens bepalen wij samen met u de impact van deze maatregelen op uw organisatie, uw klanten en uw regio.

Hierbij komen de volgende vragen aan de orde:

  • Welke impact is er voor de zorg aan cliënten?
  • Tot welke kansen of bedreigingen leidt dit voor uw organisatie?
  • Wat betekent dit voor uw bedrijfsvoering?
  • In hoeverre vraagt dit aanpassing van uw huidige strategie, beleid en organisatie?
  • Hoe kunt u zich het beste voorbereiden op deze maatregelen en veranderingen?
  • Hoe kan uw regio zich het beste voorbereiden en welke positie kan uw organisatie innemen?

De workshop wordt in één dagdeel gegeven en bij u op locatie verzorgd. Wilt u meer weten, neem dan contact op met Jacco Aantjes // 06 535 722 18

Meer ↓

Skipr4C: Arteria Team fietst voor het goede doel!

Team Arteria Consulting fietst dit jaar mee in de Skipr4C tour! Behalve voor de sportieve eer, fietsen zij voornamelijk voor het goede doel van dit jaar: de Tournesol van GGNet. Om 10.00 uur vanochtend zijn zij in het 2e peloton gestart om maar liefst 95 kilometer af te leggen (start en finish op het terrein […]

Team Arteria Consulting fietst dit jaar mee in de Skipr4C tour! Behalve voor de sportieve eer, fietsen zij voornamelijk voor het goede doel van dit jaar: de Tournesol van GGNet. Om 10.00 uur vanochtend zijn zij in het 2e peloton gestart om maar liefst 95 kilometer af te leggen (start en finish op het terrein van Warnsveld, de thuisbasis van GGNet).

De afgelopen maanden heeft het team zowel gezamenlijk als individueel heel veel getraind. “We moeten niet lichtzinnig over deze tour denken want het is een hele afstand, maar ik weet zeker dat we het met dit team gaan halen. We hebben er enorm naar uitgekeken om mee te kunnen fietsen, zéker voor dit goede doel!” aldus Emile Petiet, een van de initiatiefnemers van de deelname.

 

    

Meer ↓

Visie op samenhang zorginfrastructuren in Nederland: open consultatie

Deadline: 4 oktober 2019 Volgend op de in 2017 gepresenteerde eerste visie op een landelijke zorginfrastructuur, is in het afgelopen jaar hard gewerkt aan het visiedocument Samenhang in Zorginfrastructuren in Nederland. Reden hiervoor is dat het de vele bestaande programma’s waarmee wordt gewerkt in de zorg ontbreekt aan een gemeenschappelijke visie en regie. Hierdoor ontstaan […]

Deadline: 4 oktober 2019

Volgend op de in 2017 gepresenteerde eerste visie op een landelijke zorginfrastructuur, is in het afgelopen jaar hard gewerkt aan het visiedocument Samenhang in Zorginfrastructuren in Nederland. Reden hiervoor is dat het de vele bestaande programma’s waarmee wordt gewerkt in de zorg ontbreekt aan een gemeenschappelijke visie en regie. Hierdoor ontstaan oplossingen die niet optimaal met elkaar samenwerken en waarmee zorgverleners en ict-professionals in het veld geen duidelijke richting wordt aangeboden.

Het visiedocument
Een duurzaam informatiestelsel voor de ondersteuning op de zorgprocessen ontstaat door een gedeelde en gedragen visie gebaseerd op een gezamenlijke ambitie. Centraal uitgangspunt van het document is goede zorg met goede informatie. Gemeenschappelijke diensten, knooppunten en technische netwerkinfrastructuren nemen een belangrijke plaats in de visie in.

Open consultatie
Aan de betrokken partijen in het veld wordt de oproep gedaan te reageren op de inhoud van het document. Dit kan middels het beantwoorden van 5 consultatievragen. Met deze open consultatie willen de opstellers van het document en Zorgverzekeraars Nederland inzicht krijgen in eventuele aandachtspunten bij het hanteren van de geschetste uitgangspunten. De reacties op de consultatie zullen door opstellers worden verwerkt/beantwoord. Na vaststelling van de visie door het Informatieberaad zal met behulp van een op te stellen transitiescenario worden bekeken in hoeverre lopende programma’s  en projecten mogelijk aanpassing behoeven. Na de consultatie volgt een detailverkenningen om te kijken welke gemeenschappelijke diensten en knooppunten concreet gerealiseerd kunnen worden.

In december zal het document definitief worden vastgesteld door het Informatieberaad.

Het visiedocument vindt u hier. Reageren (tot 4 oktober 2019) kan hier.

Heeft u na het lezen van het document vragen of behoefte aan toelichting? Neem contact op met een van de auteurs: Martijn Mallie (06-1331 0965).

 

Meer ↓

Dossier Dure Geneesmiddelen: het is tijd voor inkoopstrategie 2.0

Het dossier Dure geneesmiddelen (DGM) staat al een aantal jaren in de spotlight. In de media wordt veel gezegd en geschreven en minister Bruno Bruins is er veel aan gelegen om grip te krijgen op dit dossier. Onlangs deed hij nog een oproep naar de farmaceutische industrie voor meer transparantie.  Maar naast transparantie is scherpe […]

Het dossier Dure geneesmiddelen (DGM) staat al een aantal jaren in de spotlight. In de media wordt veel gezegd en geschreven en minister Bruno Bruins is er veel aan gelegen om grip te krijgen op dit dossier. Onlangs deed hij nog een oproep naar de farmaceutische industrie voor meer transparantie.  Maar naast transparantie is scherpe inkoop ook een belangrijke factor om de grip te krijgen én te houden. Tijd dus om de volgende stap te gaan nemen: Inkoopstrategie 2.0!

Het dossier tot nu toe
Om meer grip op het dossier DGM te krijgen, lopen al verschillende initiatieven. Het LODG, PIDG en ZN kopen dure geneesmiddelen centraal in. Daarbij geeft de monitor Geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg aan dat de huidige inkoopstrategie volgens de ziekenhuisapothekers optimaal is ingericht. Je zou kunnen zeggen: iedereen tevreden. Of toch niet? Is dit niet juist het moment om door te pakken en te onderzoeken waar nog winst te behalen valt? Je moet het dak immers repareren als de zon schijnt.

Elk geneesmiddel zijn eigen inkoop
De inkoop van geneesmiddelen bestaat uit drie groepen: monopolie, oligopolie en de multisource/geneesmiddelen in competitie.

De monopolie geneesmiddelen worden ingekocht door de centrale inkooporganisatie. Het zwaartepunt moet daar vooral liggen op de implementatie. Dit adviseert ook de onlangs gepubliceerde tussentijdse evaluatie van de geneesmiddelenvisie van VWS. Op de groep multisource en geneesmiddelen in competitie is de aandacht en focus al goed gericht en kan de inkoop via inkoopgroep of bestaande inkoopcombinaties.

Op het stuk oligopolie geneesmiddelen is echter nog enorme winst te boeken. Om hier structureel meer tegenwicht te bieden en scherpere prijzen te bedingen, is een nieuwe inkoopstrategie nodig die veel verder gaat dan hoe het momenteel is ingericht. In deze groep zitten geneesmiddelen die therapeutisch uitwisselbaar zijn. Er kan dus een keus tussen verschillende producten gemaakt worden. Dat is prettig want er valt wat te kiezen, maar het maakt het ook complexer. Voordat een ziekenhuis de keus voor een product kan maken moet er een hoop water door de rivier stromen. Het inkoopteam moet met meerdere, zowel met interne als externe, stakeholders beleid en mandaat afstemmen. Er moet consensus komen over het betreffende geneesmiddel en akkoord van medisch staven. Zij zijn immers verantwoordelijk voor het behandelplan van de patiënt. Scherp inkopen in deze groep is daarom moeilijk, maar wel  noodzakelijk. Zoals gezegd: het moment voor Inkoopstrategie 2.0 is aangebroken.

Hoe complexer de inkoop, hoe kleiner de groep
Wanneer een ziekenhuis alleen inkoopt, heeft het geen onderhandelingspositie om simpelweg te weinig macht om iets gedaan te krijgen bij de farmaceut. Bij ziekenhuizen die werken met inkoopgroepen doet zich een ander probleem voor. Vaak zijn de inkoopgroepen te groot en spelen te veel belangen om samen op te trekken. Als regel geldt: hoe complexer de inkoop, hoe kleiner de groep moet zijn om overeenstemming te krijgen. Beter is om voor een goede onderhandelingspositie één of twee partnerziekenhuizen te selecteren. Hoewel het een ingewikkelde en tijdrovende route is, is het toch de enige manier om als ziekenhuis een sterkere onderhandelingspositie te verkrijgen. Met het juiste partnerziekenhuis sta je sterker: je creëert meer volume, sneller mandaat van de raad van bestuur en medische staven en dus meer tegenwicht.

Mandaat door samenwerkingsafspraken
De hierboven geschetste inkoopstrategie is de 2.0 versie, oftewel de volgende stap in de huidige inkoopstrategie. De basis is jezelf als sector (nog) beter te organiseren en samenwerkingsverbanden aan te gaan met geselecteerde partnerziekenhuizen. Daarmee creëer je contragewicht en scherpere prijzen. Hiervoor moet mandaat worden gecreëerd door samenwerkingsafspraken tussen raad van bestuur en medische staven van ziekenhuizen.

Daarom een oproep aan u als ziekenhuisapotheker, inkoper, raad van bestuur en lid medische staf: neem deze stap, in lijn met alle initiatieven en de bestaande druk op het budget medische specialistische zorg, en zorg ervoor dat de inkoopstrategie naar the next level gaat.


Jan Jaap Savelkouls

 

Meer ↓

De utopie van digitale gegevensuitwisseling

Digitale gegevensuitwisseling is momenteel een hot topic in de zorgsector. Dat komt voornamelijk door de wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens in de zorg, die per 1 juli 2020 in werking treedt. Deze wet verplicht dat burgers inzage moeten krijgen in hun medische gegevens die zorgverleners digitaal verzamelen. Echter, deze ‘deadline’ nadert met rasse […]

Digitale gegevensuitwisseling is momenteel een hot topic in de zorgsector. Dat komt voornamelijk door de wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens in de zorg, die per 1 juli 2020 in werking treedt. Deze wet verplicht dat burgers inzage moeten krijgen in hun medische gegevens die zorgverleners digitaal verzamelen. Echter, deze ‘deadline’ nadert met rasse schreden en het gevaar dreigt dat er niet voorbij dit moment wordt gekeken naar de stip aan de horizon. Want wat is eigenlijk precies de utopie van digitale gegevensuitwisseling in de zorg en wat levert het op?

Regie bij de patiënt
Velen zullen het met mij eens zijn: de patiënt moet het uitgangspunt zijn bij digitale gegevensuitwisseling. Dat betekent dat hij of zij grip moet hebben op zijn of haar medische gegevens. Dit kan momenteel al bij verschillende zorgaanbieders, doordat patiënten kunnen inloggen op een patiëntenportaal. Op het eerste oog lijkt dit een prima oplossing, waarmee ook gelijk voldaan wordt aan de wetgeving van 2020. Echter, op het moment dat je bij verschillende zorginstellingen onder behandeling bent die allemaal gebruiken maken van hun eigen portaal, wordt het opeens een stuk minder overzichtelijker en gebruiksvriendelijk.

De utopie van digitale gegevensuitwisseling is het universeel maken en werken naar een landelijke oplossing, zodat mensen vanuit één persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) medische gegevens kunnen ophalen bij álle zorgverleners. Hiermee creëer je een overzichtelijke digitale omgeving waarin mensen bijvoorbeeld hun actuele medicatieoverzicht kunnen inzien, echobeelden kunnen bekijken en een overzicht hebben van geplande afspraken. Tegelijkertijd kunnen mensen deze informatie verrijken met zelf verzamelde gezondheidsgegevens, zoals de hartslag tijdens het hardlopen, het slaapritme of het dieet. Ook moet het mogelijk zijn dat mensen bijvoorbeeld een foto van een moedervlek kunnen delen met de huisarts, opdat die kan bepalen of langskomen wel noodzakelijk is. Enerzijds dragen deze ontwikkelingen bij aan bewustwording over de eigen gezondheid, wat hopelijk een preventieve werking heeft. Anderzijds levert de transitie naar meer digitaal contact besparingen op in kosten. Beide moeten op lange termijn dus een positieve impact hebben op de beheersbaarheid van zorgkosten.

Uitwisseling tussen zorgverleners
Misschien wel de grootste winst van universele gegevensuitwisseling valt te behalen bij de uitwisseling tussen zorgverleners. Een landelijke oplossing voor het delen van medische gegevens tussen professionals zorgt ervoor dat iedere zorgverlener up to date is wat betreft de medische status van een patiënt. En belangrijker: bij een landelijke oplossing wordt er gewaarborgd dat de informatie te vertrouwen is. Dit kent veel voordelen die ten goede komen aan de veiligheid en effectiviteit van de zorg. Zo is er bekend wat er medisch gezien allemaal speelt bij een persoon, is er altijd een geactualiseerd medicatieoverzicht en kunnen contra-indicaties voor medicatie geraadpleegd worden. Zeker in de spoedzorg heeft dit een significante meerwaarde en kan er gerichter ge- en behandeld worden.

Eerste stappen
Het zetten van de eerste grote stappen in een omvangrijk proces als dit zijn altijd lastig. Ze vergen grote investeringen in informatietechnologie, waar niet altijd de (financiële) ruimte voor is bij zorginstellingen. Daarom is het belangrijk dat deze eerste stappen worden gefaciliteerd. Dit gebeurt enerzijds door zogenaamde ‘Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional’ (VIPP)-regelingen, waarmee zorgaanbieders een subsidie ontvangen voor implementatie. Anderzijds bestaan er programma’s die helpen bij het verder optimaliseren en gebruiken van de universele gegevensuitwisseling, zoals het programma PROVES.

Het voor iedereen scherp krijgen en houden van de utopie van digitale gegevensuitwisseling, het voor alle betrokkenen helder hebben van die stip op de horizon, is essentieel voor een succesvolle uitrol. Daarbij mag niet vergeten worden waar het om draait: betere zorg voor de patiënt en zorgkosten beheersbaar houden. Door hulp aan te bieden gedurende deze transitie aan zowel zorgverleners als patiënten, wordt er alles aan gedaan om de route naar deze stip te realiseren. Hoe dit in de praktijk verloopt, belicht ik in mijn volgende blog!

Quinten van Geest

Meer ↓

Zorgprestatiemodel GGZ; de geschiedenis dreigt zich te herhalen

Kortgeleden heeft de NZa geadviseerd om per 2022 een nieuwe bekostiging in te voeren in de generalistische basis ggz, gespecialiseerde ggz en forensische zorg: het zorgprestatiemodel. Het huidige model wordt gezien als niet duurzaam en sluit onvoldoende aan bij de behoefte van de sector. Prachtig natuurlijk, maar lijkt dat zorgprestatiemodel niet heel veel op wat […]

Kortgeleden heeft de NZa geadviseerd om per 2022 een nieuwe bekostiging in te voeren in de generalistische basis ggz, gespecialiseerde ggz en forensische zorg: het zorgprestatiemodel. Het huidige model wordt gezien als niet duurzaam en sluit onvoldoende aan bij de behoefte van de sector. Prachtig natuurlijk, maar lijkt dat zorgprestatiemodel niet heel veel op wat de “mensen die al even mee gaan” onder ons al kennen; de Functionele Bekostiging uit de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw. En hebben we daar niet om dezelfde redenen al eerder afscheid van genomen?

Geschiedenis van bekostiging
Het huidige financieringsmodel met DOT’s is niet uit de lucht komen vallen. Het is de resultante van een jarenlange ontwikkeling, waarin steeds is geprobeerd de fouten en misstanden van elk systeem te ondervangen door iets nieuws te introduceren. Want voor 1983 hadden we de “open-eind” financiering, die onbetaalbaar werd. Vervolgens is de “historische budgettering” ingevoerd, waarbij efficiëntie werd afgestraft met kortingen en er geen enkele prikkel was voor innovatie. In 1988 is toen de “functionele budgettering” gestart, waarbij op grond van vaste, variabele en semi-variabele componenten het budget van de instelling werd vastgesteld.

Gevolg van deze vorm van budgettering was dat de tarieven maar beperkt aansloten op hetgeen werkelijk aan zorg werd verleend en weinig ruimte boden voor andere of nieuwe zorgproducten. Daarom zijn we begin jaren ’90 gestart met producttypering wat in de vroege zero’s overging in de eerste DBC’s. Vervolgens zijn deze in de loop der jaren gevormd tot de huidige DOT’s. Deze DBC’s gingen een direct verband leggen tussen geaccepteerde diagnoses, de daadwerkelijk uitgevoerde handelingen die zouden leiden tot logische en herkenbare zorgproducten. Dit was exact wat de sector zelf wilde!

Waarom lijken we nu weer terug bij af?
En nu na al die jaren ligt er een voorstel waarin budgetten de facto weer opgebouwd gaan worden uit vaste, variabele en semi-variabele componenten. Ze worden anders genoemd, en het zijn inhoudelijk deels andere zaken. Maar in de basis volgt het huidige voorstel de essentie van de functionele bekostiging.

Dus wat is er misgegaan met de DOT’s? En vormt dit voldoende legitimering voor de wederopstanding van de financiële bekostiging? In het voorstel zien wij namelijk niet terug hoe de problemen, die zich begin jaren 90 voordeden, nu zullen worden voorkomen. Heeft de NZa überhaupt wel gekeken naar de redenen waarom we in 1994 gestart zijn de afschaffing van de  functionele bekostiging (en dat in 2010 ook echt hebben gedaan) en hoe we dus kunnen voorkomen dat we over een paar jaar het model DBC’s 2028  als een innovatie komen presenteren?

Een oplossing is niet automatisch een verbetering
Dat je een probleem voor het eerst ziet, wil niet zeggen dat het nieuw is. Daarom willen we bij deze de NZa en alle andere betrokkenen oproepen om nog eens goed te kijken naar het probleem dat we nu eigenlijk willen oplossen. En als er dan een nieuwe bekostigingssystematiek wordt ontworpen, zorg dan ook dat de lessen vanuit eerdere vormen van bekostiging daarin goed zijn verwerkt.

Graag geven we deze oproep ook een concreet handvat, waarmee de NZa aan de slag kan. Organiseer een reünie met C(o)TG collega’s, want zij hebben veelal de vorige bekostigingssystemen ontworpen, ingevoerd en geëvalueerd. En leg aan deze mensen nog eens voor wat er nu mis is met de DOT’s, wat je met het nieuwe bekostigingssysteem wilt bereiken en hoe je dat dan, met alle kennis vanuit eerdere systematieken, zou kunnen bereiken . Men zou zomaar versteld kunnen staan van de antwoorden!


Dit blog van Jacco Aantjes werd tevens gepubliceerd op Skipr

Meer ↓

Nieuwe mijlpaal in implementatie MedMij afsprakenstelsel

Met getekende overeenkomsten is het nu zeker: dit najaar gaat de eerste gegevensuitwisseling plaatsvinden tussen zorgaanbieders en PGO’s van patiënten op basis van het MedMij afsprakenstelsel. Van Proof of Concepts naar Pilots Het programma PROVES begeleidt de beproeving en implementatie van MedMij in de praktijk. De afgelopen periode zijn doorlopend nieuw opgeleverde informatiestandaarden [...]

Met getekende overeenkomsten is het nu zeker: dit najaar gaat de eerste gegevensuitwisseling plaatsvinden tussen zorgaanbieders en PGO’s van patiënten op basis van het MedMij afsprakenstelsel.

Van Proof of Concepts naar Pilots
Het programma PROVES begeleidt de beproeving en implementatie van MedMij in de praktijk. De afgelopen periode zijn doorlopend nieuw opgeleverde informatiestandaarden beproefd, maar dit najaar gaat nu ook de eerste uitwisseling plaatsvinden in de praktijk. Hiervoor zijn nu de overeenkomsten getekend in de regio’s Zoetermeer en Utrecht.

Intensieve ondersteuning
Martijn Mallie (programma manager) is blij dat de eerste pilots nu daadwerkelijk los komen. Martijn: “Wij proberen met intensieve ondersteuning regionale samenwerkingsverbanden gedurende de gehele implementatieperiode te helpen, want natuurlijk loop je in de eerste implementaties tegen van alles aan. Ook als de regio’s live gaan, worden ze intensief gevolgd. Het ophalen van ervaringen van patiënten en zorgaanbieders is een belangrijke doelstelling van PROVES. Met deze ervaringen kunnen verbeteringen aan het stelsel worden aangebracht.”

Meer informatie
Voor meer informatie over het MedMij afspraken stelsel of het programma PROVES kunt u contact opnemen met Quinten van Geest of Ruben de Graaf.

Naar de MedMij website

 

    

Meer ↓

Gezondheidsapps leiden tot informatie-infarct

De markt van health apps is booming. Voor elke aandoening, sportieve activiteit, lichamelijk functie en levensfase is wel een specifieke app te vinden. En al deze apps helpen het leven van ons te verbeteren of te ondersteunen.  Bij voorkeur delen we deze informatie ook met elkaar, onze huisarts, fysiotherapeut, psycholoog of welke zorgverlener dan ook. […]

De markt van health apps is booming. Voor elke aandoening, sportieve activiteit, lichamelijk functie en levensfase is wel een specifieke app te vinden. En al deze apps helpen het leven van ons te verbeteren of te ondersteunen.  Bij voorkeur delen we deze informatie ook met elkaar, onze huisarts, fysiotherapeut, psycholoog of welke zorgverlener dan ook. Maar die arme zorgverlener. Want naast alle mooie kansen die apps bieden, ontstaat ook een nieuwe range aan problemen. Namelijk een teveel aan informatie. Want die data moet langs de zorgverlener om context toe te voegen, voordat het zinvolle informatie wordt.

Health apps als kans
Laten we positief beginnen. Veel van hetgeen we binnen de zorgverlening doen is gebaseerd op informatie. Of het nu gaat om diagnose, monitoring of directe ondersteuning bij behandeling en therapie; informatie vormt een drijvende kracht. En over hoe meer informatie een zorgverlener beschikt, hoe beter hij zijn beleid kan toespitsen op de specifieke situatie van de patiënt. Kortom:  health apps bieden hele mooie kansen!

Health apps als probleem
De grote kansen ten spijt, de opkomst van al deze health apps levert wel degelijk ook problemen op voor zorgverleners. Ten eerste is het voor een zorgverlener van belang om te weten of hij kan vertrouwen op de gegevens vanuit een bepaalde app. Zaken als de validiteit van de meting, de veiligheid van data-uitwisseling of de mate waarin de aangeleverde gegevens verrijkt kunnen worden, zijn van wezenlijk belang om van al die gegevens nuttige informatie voor zorgverlener en patiënt te kunnen maken. Bepaalde apps hebben al deze voorwaarden uitstekend op orde, maar andere totaal niet. Hoe weet je als zorgverlener waar je op kan vertrouwen? Op NOS.nl werd hier recent al aandacht aan besteed

Dan is het nog de vraag op welke wijze deze informatie nu onderdeel gaat worden van het zorgproces. Op welke wijze neem je de door de patiënt zelf gemeten gegevens op in je dossier? En welke juridische status hebben die gegevens dan? Hoe verhoudt de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) van de patiënt zich tot het elektronisch patiëntendossier (EPD/ECD) van de professional? Over deze zaken wordt natuurlijk al nagedacht, maar een eenduidig antwoord is nog niet geven.

Overvloed aan gegevens
Maar het grootste risico is de overvloed aan gegevens. Als deze trend doorzet, worden zorgverleners overspoeld met allerlei zelfmetingen vanuit een woud van apps. De dokterspraktijk als zenuwcentrum van een continue stroom aan signaleringen, metingen en observaties. Gegevens waar patiënten via  e-consults allerlei specifieke vragen over gaan stellen. Ook weer via allerhande digitale kanalen. Administratieve lastenverlichting zei u..?

Sleutelrol voor beroepsverenigingen
Bovenstaand doemscenario is natuurlijk niet nieuw of onbekend. Echter, de laatste tijd neemt de toename van de apps een steeds grotere vlucht. Daarom is het van belang dat we als sector een antwoord gaan geven, niet alleen op de kansen maar juist ook richting de problemen.

Met betrekking tot dat laatste spelen de verschillende beroepsverenigingen een sleutelrol. Ten eerste is van belang dat zij, namens de zorgverleners, een standpunt innemen over de wijze waarop health apps onderdeel gaan worden van het zorgproces. Naast beleid over toepassen van informatie en dossiervoering, vraagt dit ook een kwaliteitsoordeel over de verschillende apps. Dit laatste punt vraagt een duidelijk kwaliteitskader en een continue monitoring. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar wel broodnodig.

Tijd voor een bypass
Belangrijke constatering; niets doen is geen optie. Want dan stromen de informatie-aderen van de zorg dicht. En dichtgeslibde aderen betekent een infarct! Tijd voor een bypass vanuit wie anders dan de zorgprofessional zelf.

 

Deze blog is geschreven door Jacco Aantjes en is tevens terug te lezen op de opiniepagina van Skipr.

 

 

Meer ↓

Keuzestress bij dementie: minder is meer

Persoonsgerichte zorg is een ‘hot topic’. Zorgorganisaties in de ouderenzorg zijn druk bezig om hun zorg persoonsgericht(er) te laten zijn en met medewerkers in gesprek te gaan over persoonsgericht werken. Er worden plannen gemaakt, notities geschreven en (soms heel creatieve) oplossingen uitgewerkt. En dat is mooi, maar ben eens kritisch….. hoe persoonsgericht bent u werkelijk? […]

Persoonsgerichte zorg is een ‘hot topic’. Zorgorganisaties in de ouderenzorg zijn druk bezig om hun zorg persoonsgericht(er) te laten zijn en met medewerkers in gesprek te gaan over persoonsgericht werken. Er worden plannen gemaakt, notities geschreven en (soms heel creatieve) oplossingen uitgewerkt. En dat is mooi, maar ben eens kritisch….. hoe persoonsgericht bent u werkelijk?

Mooie initiatieven
In de zorg verschijnen steeds meer mooie initiatieven van het hebben van aandacht voor de bewoner, haar achtergrond en omgeving. Zo lanceerde Omring vorig jaar een escaperoom om medewerkers spelenderwijs bekend te maken met persoonsgericht werken. Ook verschijnen er steeds meer vormen van het in kaart brengen van levensverhalen in de vorm van boeken of collages en zijn er talloze voorbeelden van reminiscentie koffers, kamers en tuinen om persoonlijke herinneringen op te halen. Gericht op de laatste levensfase van een bewoner, ontstaan ook steeds meer mooie initiatieven. Half mei mocht ik deelnemen aan de Planetree Tour bij Rivas Zorggroep, waar ze bij een van de verpleeghuislocaties een prachtig herdenkingsmonument hebben gemaakt voor overleden bewoners. In de tuin staat een kunstwerk waar familie na het overlijden van hun dierbare een steen met de naam mag leggen, ter herinnering. Daarnaast staan de technologische ontwikkelingen ook niet stil en is er hard gewerkt aan mooie oplossingen als medicatieherinneringen en knuffelrobots. Zo kan ik nog wel even doorgaan met het opsommen van stuk voor stuk leuke en mooie initiatieven en u kent er waarschijnlijk nog heel veel meer.

Keuzestress
Wat u waarschijnlijk óók herkent, is dat er in de woonkamers van de verpleeghuizen heel veel aanbod is, maar dat de bewoners hier maar weinig gebruik van maken. De spelletjes, boeken en alle andere mooie voorbeelden liggen in de kast en de bewoners zitten stilletjes voor zich uit te staren. Natuurlijk is dit op z’n tijd prima, maar we vinden het meestal toch een akelig beeld om onze eigen oude dag zo voor te stellen. Laten we even stilstaan bij een belangrijk kenmerk van dementie: het filteren van informatie kost tijd. Prikkels komen hard binnen en bij veel vragen ontstaat er keuzestress. Nu heb ik al keuzestress bij het kiezen van een restaurant, dus ik ben misschien geen goed voorbeeld. Maar tijdens een congres mocht ik meemaken wat keuzestress doet met een zaal vol mensen en dat heeft indruk gemaakt. Een simpele oefening van Barbara Oppelaar werd steeds een stapje moeilijker en er ging een golf van gelach, gevloek, stiltes en ohh’s en ahh’s door de zaal. Terwijl deze groep mensen toch geen hersenziekte heeft. Laat staan wat keuzestress met je doet, wanneer je brein niet meer volledig functioneert.

Vertel iets en……wacht
Hoe zouden we deze keuzestress kunnen minimaliseren?
Nodig iemand uit! Ik weet dat ik me op glad ijs begeef wanneer ik het heb over uitnodigen, want we willen natuurlijk geen aanbodgerichte zorg… Maar soms kan een klein beetje sturing geen kwaad. Dit geldt niet alleen bij mensen met dementie, maar ook bij het opvoeden van kinderen of het verkopen van een product. Geef meerkeuzevragen en nodig uit tot actie of gesprek. Bij kinderen: doe je zelf je jas aan of doet papa je jas aan? Bij producten: wilt u de auto met airconditioning of met lederen bekleding? Bij mensen met dementie: leg een prentenboek open, zet een foto met een vraag op tafel of vertel iets en……wacht. Laat mensen zelf initiatief nemen om te vertellen of iets te doen en kijk wat er gebeurt. Ik nodig u uit!

 Deze blog is geschreven door collega Malou van Bentum 

Meer ↓

Nederland lijkt klaar voor Accountable Care

Gezien de grote ambities in de Hoofdlijnenakkoorden, zal de zorg in Nederland anders georganiseerd moeten worden, om deze ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden. Hoe we dat moeten doen? Dáár zijn we het nog niet over eens. Het adagium ‘de juiste zorg op de juiste plek’ zingt rond, maar krijgt nog onvoldoende […]

Gezien de grote ambities in de Hoofdlijnenakkoorden, zal de zorg in Nederland anders georganiseerd moeten worden, om deze ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden. Hoe we dat moeten doen? Dáár zijn we het nog niet over eens. Het adagium ‘de juiste zorg op de juiste plek’ zingt rond, maar krijgt nog onvoldoende vorm. Laten we voor  een mogelijke oplossing eens over de grens kijken. Zoals aangegeven in mijn vorige blog onderzoek ik namens Arteria Consulting de implementatiemogelijkheden van Accountable Care in Nederland. Voor dat onderzoek kijken we voornamelijk naar wat wel en wat niet werkt in de Accountable Care in de Verenigde Staten.

Meer overeenkomsten dan verschillen
Ondanks de enorme geografische en culturele afstand tussen de landen van Trump en Rutte, zijn er duidelijk overeenkomende problemen in de gezondheidszorg. Zo hebben beide landen te maken met duurder wordende zorg onder druk van de dubbele veroudering. Hierdoor ontstaat de neiging om rigoureus te bezuinigen, wat ten koste gaat van de kwaliteit van zorg. Eén mogelijkheid om betere kwaliteit en betere patiëntervaringen te leveren tegen lagere kosten (triple aim) is nauwere samenwerking tussen de verschillende organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor een bepaalde patiëntgroep. Ook in Nederland wordt steeds meer in oplossingen gedacht die, net als Accountable Care, zich richten op samenwerking tussen marktpartijen. Dit gebeurt op (bijna) elk niveau van de gezondheidszorg onder verschillende terminologieën, maar met hetzelfde doel: efficiëntieverbetering door middel van samenwerkingen rond doelmatige zorg waarbij de patiënt centraal staat. Denk hierbij aan experimenten van VWS in samenwerking met zorgaanbieders in de regionale proeftuinen toekomstbestendige zorg en inzet van zorgverzekeraars op waardegerichte danwel zinnige zorg. Er wordt zelfs her en der al succesvol met ’shared savings’ geëxperimenteerd, bijvoorbeeld in afspraken tussen Menzis en eerstelijnszorg organisatie Arts en Zorg. De vraag die wij onszelf gesteld hebben is of Nederland ook klaar is voor de volgende stap: samen verantwoording afleggen en dus ‘accountable’ zijn.

Geen panacee, wel een cultuurverandering
De implementatie van ACOs (Accountable Care Organisations, oftewel een groep van samenwerkende organisaties gericht op de zorg) in de VS is  succesvol. Niet als panacee waarbij alle problematiek in de zorg in één klap is opgelost, maar als nieuwe manier van denken waarlangs een cultuurverandering vorm krijgt. Om dit in kaart te brengen hebben we de afgelopen maanden de effecten van Accountable Care in de VS in kaart gebracht door middel van kwantitatief data-analyse. Hieruit blijkt dat ACOs geleidelijk de zorgkwaliteit weten te verhogen. Ook behalen ze  structurele, steeds toenemende shared savings. Deze cultuurverandering lijkt dus duurzaam te zijn.

De Nederlandse omslag
Accountable Care werkt dus in de VS. Maar is het ook tijd om in Nederland Accountable Care te omarmen als één van de oplossingen voor de doelstellingen in de Hoofdlijnenakkoorden? Om die vraag te beantwoorden, voeren we gesprekken met allerlei stakeholders uit het Nederlandse zorglandschap. We onderzoeken de haalbaarheid van deze organisatievorm in ons eigen land door het opstellen van succesfactoren, obstakels en voorwaarden. Gelooft u in diepgravende samenwerking om zorgkosten te verlagen of bent u hier juist heel sceptisch over? Over enkele weken rond ik mijn onderzoek af en zijn de resultaten bekend. Dan kunt u zelf  bepalen of de onderzoeksresultaten een toekomst voor Accountable Care in Nederland rechtvaardigen!

 Bovenstaande blog is geschreven door Robin Scheepers. Robin rondt zijn scriptie en stage bij Arteria in juli af.

Meer ↓

Vul uw zoekopdracht in en druk op Enter.